Premier Balkenende kreeg een dubbele dip te verwerken

Prinsjesdag
Foto ANP

DEN HAAG – De Europese Commissie en diverse topeconomen verwachten geen dubbele dip voor de nog kwakkelende wereldeconomie. Premier Balkenende kreeg de afgelopen jaren wel te maken met een dubbele dip.

De demissionaire premier presenteert dinsdag zijn laatste begroting, de negende op rij. Het is een van zijn laatste grote klussen als minister-president. Welke lijnen vallen er in zijn plannen te ontdekken?

Een premier regeert natuurlijk niet alleen. De minister van Financiën drukt ook een belangrijk stempel op de plannen 
die op Prinsjesdag worden gepresenteerd voor het jaar dat komt.

Verder is de politieke kleur van de coalitie belangrijk. Een (centrum)rechtse coalitie is meestal zuiniger dan een (centrum)linkse. En natuurlijk zijn de economische omstandigheden van betekenis voor de maatregelen die het kabinet voornemens is uit te voeren.

Wat de politieke kleuren van kabinetten betreft heeft de 
CDA’er Balkenende bijna alles meegemaakt wat er te beleven viel. In de zomer van 2002 kroop hij samen met VVD en LPF in een centrumrechtse coalitie. Die strandde in de herfst van dat jaar. In 2003 ging Balkenende met VVD en D66 in zee, maar die coalitie haalde ook de eindstreep niet.

In het voorjaar van 2007 kwam de centrumlinkse coalitie met PvdA en ChristenUnie tot stand. Die liep dit voorjaar op de klippen. Op dit moment regeert Balkenende met een minderheidskabinet dat wordt gevormd door CDA en ChristenUnie.

Ook qua economische omstandigheden heeft Balkenende het meeste wel meegemaakt. De wereldeconomie was na de aanslagen op 11 september 2001 in New York ineengekrompen. Dat betekende stevige bezuinigingen doorvoeren. Het begrotingssaldo daalde in rap tempo. Tijdens zijn eerste Prinsjesdag moest Balkenende stevige bezuinigingen aankondigen.

Het keerpunt kwam in 2003. Toen klom Nederland langzamerhand weer uit de recessie. Onder het tweede kabinet-Balkenende, waar minister Zalm (VVD) de scepter zwaaide op Financiën, sloeg het begrotingstekort in 2007 om in een klein overschot.

Op dat moment trad het vierde kabinet-Balkenende aan met minister Bos (PvdA) op Financiën. Dat kabinet ging weer flink investeren, maar kreeg toen te maken met een ongekende economische tegenwind. De bankencrisis sloeg over naar de reële economie.

Het overschot op de begroting van bijna 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2008 sloeg in 2009 om in een tekort van 4,8 procent en daalt dit jaar nog verder. Zo’n snelle en grote daling is sinds de Tweede Wereldoorlog niet voorgekomen.

Zo kreeg Balkenende in 2002 én in 2009 te maken met een dip. Hoewel deze niet vergelijkbaar zijn, is het wel opmerkelijk hoe Balkenende erop reageerde. De eerste dip bestreed hij op een liberale manier, namelijk door stevig te bezuinigen. Toen regeerde het CDA met de VVD. De tweede dip heeft Balkenende proberen te dempen door flink te investeren en zo de motor van de economie op gang te houden. Dat is meer de sociaaldemocratische wijze van werken.

De begroting die Balkenende dinsdag presenteert lijkt het midden te houden tussen deze twee. De regering wil zo’n 3 miljard bezuinigen, maar investeert ook om de economie draaiende te houden.

Balkenende zal de geschiedenisboekjes ingaan als de premier die voorstander was van een rechts beleid. Het regeren met de VVD ging hem gemakkelijker af dan met de PvdA. De ommezwaai die hij moest maken na de verkiezingen van 2006 om niet langer met de VVD, maar met de PvdA samen te werken, kostte hem zichtbaar moeite. Balkenende heeft het CDA in rechts vaarwater gemanoeuvreerd.