Politieke terugblik: Neef Henk Krol was net op tijd

Orgaandonatie
beeld ANP, Jerry Lampen
4

„Sorry Pia”, zegt 50-PLUS-Kamerlid Henk Krol, „ik ben toch tegen.” Het is 13 september 2016, een beladen dag. De Tweede Kamer gaat stemmen over de initiatiefwet van D66-Kamerlid Pia Dijkstra, ter invoering van een nieuw donorregistratiesysteem.

Dan gaat, terwijl de stemmingsbel al heeft geklonken, Krols telefoon. Aan de lijn hangt Fons, zijn neef. Hij is nierpatiënt en doet een klemmend beroep op zijn oom. „Henk, je laat me niet vallen, hè?” „Krol”, zegt de griffier even later, bij de hoofdelijke stemmingen in de plenaire vergaderzaal. De 50-PLUS’ser reageert resoluut. „Voor.”

Bij de tellingen blijkt zijn stem doorslaggevend. De uitslag is 74 tegen, 75 voor.

Frank Wassenberg, het in Geleen woonachtige Kamerlid van de Partij voor de Dieren, is tegen de wet, maar mist op die dertiende september de trein. Hij haalt daardoor de stemmingen niet en ook dat blijkt cruciaal. Zijn tegenstem zou er anders voor hebben gezorgd dat de wet het met 75 voor en 75 tegen niet zou hebben gehaald.

Was het dus puur geluk dat Dijkstra een Kamermeerderheid achter haar voorstel kreeg? Deels, maar niet helemaal. Voor haar deden Kamerleden al eerder pogingen om een nieuw registratiesysteem van de grond te krijgen. De steun daarvoor nam elke keer toe. In 1995 was het 39 voor en 111 tegen, in 2002 42 tegenover 108 en in 2005 zelfs 68 tegenover 78. Een meerderheid kwam dus beetje bij beetje in zicht.

Saillant detail is dat de krachtsverhoudingen door de tijd heen mede wijzigden doordat tussen 1995 en 2016 drie partijen switchten tussen tegen en voor: D66, ChristenUnie en CDA. Sterker nog, het eerste voorstel voor een zogenaamd geenbezwaarsysteem zoals dat van Dijkstra was van het CDA.

CDA’er Lansink probeerde de Wet op de orgaandonatie in 1995 zo te wijzigen dat een nieuw registratiesysteem daar onderdeel van zou worden. Uitgerekend D66-minister Borst sprak hem in het debat het meest bestraffend toe. „De gedachte dat mensen zelf moeten kunnen beslissen, heeft te maken met het feit dat het gaat om zoiets persoonlijks en ingrijpends als wat er na de dood met je lichaam gebeurt. Het heeft ook te maken met de overtuiging dat mensen niet de mogelijkheid moet worden onthouden om bewust en uitdrukkelijk zelf een gebaar te maken en ervoor te kiezen om na hun eigen overlijden een medemens of meerdere medemensen te helpen. In een geenbezwaarsysteem waarin mensen op grond van de wet op voorhand al als donor worden beschouwd, gaat dat element verloren”, zo hield zij de CDA’er voor.

De twee pogingen van 2002 en 2005 waren allebei van SP-Kamerlid Kant. In 2002 was D66 al om. Kant kreeg toen behalve van Leefbaar Nederland ook steun van die partij, maar het CDA was als vanouds weer tegen.

In 2005 voegde de ChristenUnie zich onverwacht in het jakamp. Kants voorstel bevatte volgens de partij voldoende waarborgen om te voorkomen dat mensen tegen hun wil of zonder dat zij het konden weten als donor geregistreerd zouden staan. Dat optimisme had de christelijke partij in 2016 niet meer. Alle CU’ers stemden toen tegen Dijkstra’s voorstel en namen als vanouds weer een tegenpositie in.

Bij de stemmingen van 2016 viel, vergeleken met die van 2005, vooral het aantal VVD-voorstemmers op: zeven. Dat was opvallend, omdat de partij daarvoor steeds unaniem tegen was. Dankzij die verschuiving in de VVD, Krols late draai en Wassenbergs onachtzaamheid trok Dijkstra haar wet in 2016 net over de streep.

In de Eerste Kamer lukte het haar in 2018 opnieuw nipt. Daar speelde een nog grotere rol dan in de Tweede Kamer dat bijna alle partijen hun Kamerleden bij stemmingen over gevoelige, ethische thema’s vrijlaten om tot een eigen, persoonlijke afweging te komen. VVD, CDA, GroenLinks, PvdA, 50PLUS en de SP bleken intern verdeeld met als uiteindelijk resultaat: 36 tegen en 38 voor.

Na twintig jaar

Na een enerverend debat zei een nipte Eerste Kamermeerderheid in 2018 ja tegen een nieuw donorregistratiesysteem. Alhoewel, nieuw? Ook in 1995 had een deel van het parlement er al oren naar. Inclusief partijen die later faliekant tegen waren, zo laat een terugblik zien.