Politiek wordt wel degelijk spannender na afsplitsing Van Haga

Kamerlid Van Haga, beeld ANP, Bart Maat.

Verandert er iets in Den Haag nu de coalitie door het afsplitsen van Van Haga ook in de Tweede Kamer z’n meerderheid verloor? „Niks aan de hand”, sust Rutte. Toch wordt ’t wel degelijk spannender.

Nee, reden voor paniek is er voor VVD, CDA, D66 en CU niet. Vanzelfsprekend had de coalitie liever gezien dat Wybren van Haga, het Kamerlid dat op 24 september uit de VVD-fractie werd gezet, zijn zetel had opgegeven. Dat de eigengereide ondernemer dit niet deed en vorige week besloot in de Kamer als zelfstandige verder te gaan, is echter geen ramp.

Echt niet? Wordt het voor VVD, CDA, D66 en CU, die slechts 75 Kamerzetels overhouden, dan vanaf nu niet héél moeilijk om te regeren? Heeft de oppositie hierdoor niet de macht gekregen elk willekeurig wetsvoorstel te torpederen?

„Valt allemaal reuze mee”, klinkt het uit coalitiekringen. En gelijk heeft men. Er zijn minstens drie redenen waarom het kabinet ervan uit mag gaan dat het voorlopig rustig kan doorregeren:

1. Om te beginnen worden in Nederland de meeste wetsvoorstellen al met een veel ruimere meerderheid aangenomen dan slechts de helft plus één. De bulk van alle plannen van een kabinet past grosso modo óók in het straatje van één of meer oppositiepartijen.

2. In de tweede plaats verandert er met het vertrek van Van Haga uit de VVD-fractie niets fundamenteels. Sinds 27 mei heeft de coalitie immers ook in de Eerste Kamer al geen meerderheid meer. Voor elk wetsvoorstel dat zij in het Staatsblad wil krijgen, moest de regering al steun zoeken buiten het eigen clubje. Dat blijft zo.

3. In de derde plaats ligt het niet voor de hand dat Van Haga vanaf nu vaak dwars gaat liggen. Want het is zoals hij het zelf deze week, in een door PvdA-leider Asscher aangevraagd Kamerdebat, uitdrukte: „Als ik ’s ochtends wakker word, leg ik alles nog steeds langs de liberale meetlat. Ik kan niet anders.”

Dus? Geen vuiltje aan de lucht voor Rutte en de zijnen? Dat nu ook weer niet. Want in twee opzichten wordt de Haagse politiek vanaf nu wel degelijk spannender dan zij was:

1. Wie deze week goed naar Van Haga luisterde, merkte dat hij gradaties aanbracht in de steun die hij het kabinet wil gaan geven. Aan alles wat in het regeerakkoord staat, voelt het liberale Kamerlid zich nog steeds gebonden. Maar bij niéuwe plannen weet hij zich vrij tegen te stemmen. Hij noemde alvast enkele thema’s waarbij dat zomaar zou kunnen gebeuren: zaken betreffende het midden- en kleinbedrijf, kwesties rond zzp’ers, de inkrimping van de veestapel.

2. Wie geen vreemdeling is aan het Binnenhof weet dat procedures beheersen soms de helft van het spel uitmaakt. Een handig wapen van coalities is bijvoorbeeld dat zij debatten die hen onwelgevallig zijn, kunnen tegenhouden. Zíj hebben immers de meerderheid.

Maar dat laatste is nu dus voorbij. In dat licht is het geen gekke veronderstelling te verwachten dat, als de komende tijd een oppositiepartij als GL of PVV om een debat vraagt over een netelig thema, Van Haga zo’n verzoek met enige regelmaat zal steunen. Zo van: „Ik ben het wel niet met die Klaver of Wilders eens, maar ik vind wel dat hij met het kabinet over deze zaak van gedachten moet kúnnen wisselen.”

Daarom, onregeerbaar wordt Nederland na het afsplitsen van Van Haga heus niet. Wel wordt het Haagse spel zonder twijfel spannender en onvoorspelbaarder.