Noodwet biedt kerken eindelijk zicht op maatwerk

Kerk en corona
Minister Grapperhaus (R) bezoekt een kerkdienst in Rijnsaterwoude. Voorganger in de dienst is dr. R. de Reuver, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland. beeld RD

De op handen zijnde coronanoodwet biedt kerken uitzicht op meer maatwerk bij het organiseren van diensten. Dat blijkt uit de consultatieversie ervan die door enkele adviseurs aan wie het kabinet om raad vroeg, online is geplaatst.

De noodwet is bedoeld om de veiligheidsmaatregelen een houdbare juridische basis te bieden. In de uitgelekte, voorlopige versie staat onder meer dat voor „besloten plaatsen” (waaronder bijvoorbeeld kerken, moskeeën en synagogen vallen) een „zorgplicht geldt voor degene die bevoegd is in die plaats voorzieningen te treffen of die zeggenschap heeft over toelating van personen tot die plaats.”

In het geval van kerken zou dat gaan om kerkenraden. Zij kunnen aan hun zorgplicht invulling geven „door middel van protocollen”, aldus het concept-wetsvoorstel.

SGP-Kamerlid Kees van der Staaij reageerde woensdag desgevraagd „voorzichtig positief” op dit onderdeel van de wet. „Hier vinden we in elk geval geen botte bepalingen meer over maximaal dertig of honderd kerkgangers. De gekozen aanpak lijkt veel meer ruimte te bieden voor maatwerk bij kerkdiensten, gebaseerd op onder meer afstandsregels en hygiënevoorschriften.”

Van der Staaij constateert met voldoening dat het advies dat de Raad van State al eerder –op verzoek van SGP en D66– leverde over het inperken van grondrechten tijdens de coronapandemie, in deze noodwet serieus lijkt te zijn genomen. „De verantwoordelijkheid voor de gezondheid van kerkgangers wordt nu veel meer gelegd bij degenen die hierover gaan, dus wat mij betreft de kerkenraden. Dat óók de minister nog kan ingrijpen met regels voor kerkdiensten wordt in dit wetsvoorstel niet uitgesloten, maar lijkt toch meer uitzondering dan regel te zijn. Deze aanpak lijkt kerken lucht te bieden.”

Andere onderdelen van de noodwet roepen bij het SGP-Kamerlid overigens nog wel de nodige vragen op, en niet alleen bij hem. Zo trokken diverse staatsrechtjuristen dinsdag en woensdag aan de bel over een passage die de bevoegdheden van de minister van Volksgezondheid regelt. Daarin stelt de wet niet alleen dat de bewindsman hygiënemaatregelen kan treffen en het uitoefenen van contactberoepen kan verbieden, maar wordt zonder begrenzing gesproken over „alle maatregelen die de kans op verspreiding van Covid-19 redelijkerwijs beperken.”

Op andere plaatsen noemt de wet concreet het verbieden van samenscholingen, het sluiten van scholen en het stilleggen van het openbaar vervoer.

„We gaan terug naar de tijd van koning Willem I”, smaalde de Leidse staatsrechtjurist Wim Voermans woensdag in de Volkskrant. Hem stoort vooral het voornemen dat de minister de ministeriële regelingen zonder overleg met de volksvertegenwoordiging kan opstellen. Rekening houden met „het gevoelen van de ministerraad” volstaat.

Voermans, en met hem de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA), hekelen daarnaast de voorziene werkingsduur van een jaar. Dat zou betekenen, zo zegt Voermans, dat we twaalf maanden onderworpen kunnen zijn aan een „vrijheidsbeperkend-covid-ministersbestuur.”

Ook Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen vindt het mandaat dat de wet ministers biedt te ruim. Hij uit de vrees dat de overheid verpleeghuizen in geval van nood zonder een nadere weging van grondrechten weer met strenge bezoekverboden kan confronteren. De heldere criteria die daarvoor nodig zijn, ontbreken nu, stelt hij.

Bij Van der Staaij roepen al deze kritiekpunten herkenning op.

Of het kabinet in zijn opzet slaagt om de noodwet al op 1 juli in werking te laten treden, is overigens nog maar de vraag. Een deel van de Tweede Kamer loopt zich inmiddels warm voor een stevig gevecht over de zorgvuldigheid van de behandeling, zo bleek maandag al in een overleg tussen de justitiewoordvoerders en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid.

Daarbij stelde SP-Kamerlid Ronald van Raak dat het niet gaat gebeuren „dat de Kamer de noodwetgeving er in één week doorheen gaat jassen.” Alle aanwezige oppositiepartijen vielen hem daarop bij.

GroenLinks wil dat er voorafgaand aan de parlementaire behandeling nog een rondetafelgesprek met deskundigen kan worden georganiseerd.

Op zijn blog noemt Voermans het „waarschijnlijk” dat de wet vanwege alle kritiek pas begin september zal worden aangenomen. Dat kan weer belangrijke consequenties hebben voor de kerken. Algemene criteria, zoals maximaal dertig of maximaal honderd aanwezigen, zouden dan nog de gehele zomer van kracht kunnen zijn.