Nederland effectief in EU, maar weinig empathisch

beeld ANP, Bart Maat

De behartiging van de Nederlandse belangen in Brussel is effectiever dan verwacht mag worden van een klein land, maar is doorgaans weinig solidair met landen die in een andere positie verkeren.

Dat zijn de belangrijkste conclusies uit een onderzoek naar de Nederlandse diplomatie in de EU. Het onderzoek werd uitgevoerd door Instituut Clingendael, in opdracht van de Tweede Kamer. Door middel van een enquête werden 62 buitenlandse (ervarings)deskundigen gevraagd naar hun visie op de effectiviteit van de Nederlandse vertegenwoordiging bij de EU. Van een meting van de feitelijke effectiviteit is dus geen sprake.

De experts zien Nederland over het algemeen als een belangrijke en invloedrijke lidstaat, die meer voor elkaar krijgt dan zou worden verwacht van een land met relatief klein gewicht. Verder hebben Nederlandse ambtenaren en politici de reputatie direct, goed ingevoerd en assertief te zijn. Diezelfde personen staan juist niet bekend vanwege bruggen bouwen en empathie of solidariteit tonen richting landen die er anders voor staan dan Nederland, bijvoorbeeld ten tijde van de eurocrisis.

Verder noemen de deskundigen de Nederlandse aanpak pragmatisch, maar soms met „een opgeheven vingertje. Dat kan op weinig sympathie rekenen.”

Ook zou Nederland volgens een van de experts te principieel en te zwaar inzetten op rechtsstaat en democratische normen, zoals het opkomen voor lhbti-rechten in Oost-Europa.

Ook de positie van premier Rutte komt ter sprake: verwacht wordt dat Nederland minder voor elkaar krijgt in Brussel als hij aftreedt. Het rapport geeft de geruchten over een mogelijk vertrek van Rutte naar de EU meteen een nieuwe impuls: „Met het bekleden van sleutelposities in de EU kan Nederland mee blijven draaien op het hoogste niveau.”