‘Nashville’ beroert ook Den Haag

Nashvilleverklaring
Vrijwel alle Nederlandse ochtendkranten schreven dinsdag over de commotie over de Nashvilleverklaring. beeld André Dorst

In het tumult over de Nashvilleverklaring is het, althans op radio en tv, vooral SGP-leider Van der Staaij die voor de voorstanders van het document de kastanjes uit het vuur haalt. Toch richten coalitiepolitici hun pijlen minder op hem dan op de verklaring zelf.

Als een politiek statement was de Nederlandse vertaling van de Nashvilleverklaring niet primair bedoeld. Toch kreeg de kwestie maandag meteen óók politieke kantjes. Al was het maar doordat minister Van Engelshoven (D66, OCW) zich er kritisch over uitliet. En doordat in de rij ondertekenaars de naam voorkwam van SGP-Kamerlid Van der Staaij.

Op social media fungeerde híj daardoor al snel als de kop van Jut. Tegelijk was het juist de SGP-leider die in de audiovisuele media de hoofdstrekking van ‘Nashville’ verdedigde en toelichtte.

„Verrast”

Wel legde hij aan het begin van de avond in het EO-radioprogramma Dit is de dag uit dat hij zijn handtekening niet actief onder de Nederlandse vertaling van het document had gezet. „Er is geen formeel moment geweest van: nu ga ik dat document eens ondertekenen. Nee, vanuit een eerdere uitlating van mij –een mail waarin ik had aangegeven dat ik me in de strekking van de Nashvilleverklaring kon vinden– is door de mensen van het Nederlandse comité gezegd: okay, dan zetten we jouw naam er ook onder. Waar ik ook zelf door verrast werd”, bekende de SGP-leider.

Toch leidde die gang van zaken bij hem niet tot een terugtrekkende beweging. „Vervolgens heb ik gedacht: ik ga er nu niet flauw van weglopen. Dan leg ik liever uit waarom ik die eerste reactie op hoofdlijnen heb gegeven.”

Genezen

Verder gaf hij in de talkshow van Eva Jinek aan dat zijns inziens in de verklaring niet gelezen moet worden dat mensen van hun homoseksualiteit kunnen genezen. „Dat staat er niet. Ja, dat bepáálde verlangens gedood kunnen worden, is een algemene christelijke waarde. Maar dat betekent niet dat je kunt zeggen: als je even bidt dan komt het wel goed.”

Bijval kreeg de SGP-leider in het Haagse circuit van niemand. De ideologisch nog het dichtst bij hem staande politicus, CU-voorman Segers, liet op Facebook weten híj de verklaring niet heeft ondertekend omdat hij „niet inziet hoe homo’s, binnen en buiten de kerk, met deze verklaring geholpen worden.”

Meer direct in de aanval ging GL-Kamerlid Ellemeet. „Waar Kees van der Staaij achter zou moeten staan, is de grondwet”, twitterde de parlementariër. Ver ging ook PvdD-Kamerlid Van Kooten, die op twitter zowel de verklaring zelf als het ondertekenen daarvan als „walgelijk” bestempelde.

Diverse politici, zoals VVD-Kamerlid Yesilgöz, PvdA-Kamerlid Ploumen en oud-staatssecertaris Klijnsma, tekenden de door oud-D66-Kamerlid Van der Ham geïnitieerde Liefdesverklaring: een uit tien artikelen bestaand document, waarin onder meer staat dat „het van belang is de vrijheid te verdedigen om lief te hebben naar eigen wens.”

De meest concrete politieke actie was die van de Kamerleden Krol (50PLUS), Bergkamp (D66), Yesilgöz (VVD), Özütok (GL) en Van den Hul (PvdA). Zij stelden het Kabinet schriftelijke vragen en willen van de regering onder meer weten „of zij in gesprek gaat met de ondertekenaars van het pamflet.” Ook zijn zij benieuwd „hoe het kabinet kijkt naar de verwijzing naar onder meer Leviticus 20 vers 13”, waar staat dat „een man die met een andere man slaapt zeker gedood moet worden.”

Opvallend was ten slotte dat politici in de hogere regionen van de coalitie wel de Nashvilleverklaring zelf bekritiseerden, maar ‘ondertekenaar’ Van der Staaij relatief met rust lieten. Buma (CDA) liet zich sowieso niet tot commentaar verleiden. VVD-fractievoorzitter Dijkhoff in NRC: „Ik ben het niet eens met de inhoud, maar je mag dit wel zeggen.”

Zou die terughoudendheid ermee te maken kunnen hebben dat de coalitie beseft dat men de SGP na de Statenverkiezingen wel eens hard nodig kan krijgen? Of voelt men simpelweg aan dat Van der Staaij, hoewel blijvend bij zijn steun, wel degelijk enige verlegenheid kent met bepaalde formuleringen uit het manifest? Het is immers ook niet voor niets dat zijn partijgenoot Bisschop in de Telegraaf liet optekenen dat híj de verklaring vooralsnog niet ondertekent, maar zich er pas achter wil scharen als er in christelijke kring, door middel van een of meer studiedagen, verder over is nagedacht?