Mogelijk moderne opvolger van CDA’er Buma

Hoekstra.  beeld ANP, Martijn Beekman
2

CDA-leider Buma vertrekt uit Den Haag en wordt de nieuwe burgemeester van het Friese Leeuwarden. Zijn opvolger zou zomaar een stuk moderner kunnen zijn.

De partij heeft momenteel de luxe dat ze kan kiezen uit twee opvolgers: de enigszins flamboyante minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge en de inmiddels tot gedegen bewindsman uitgegroeide minister van Financiën, Wopke Hoekstra. Van dit tweetal ligt Hoekstra momenteel duidelijk op kop. Hij laat af en toe zijn tanden zien, zo bleek bijvoorbeeld rond de aankoop van de Air France/KLM-aandelen door de Nederlandse staat. Als het gaat om begrotingsdiscipline regeert hij met ijzeren vuist in een fluwelen handschoen.

Het probleem is echter dat geen van deze twee heren op dit moment het fractievoorzitterschap van Buma mag overnemen en zo nu reeds het boegbeeld van de partij kan worden. Ze stonden in 2017 namelijk niet op de kandidatenlijst voor het CDA. De partij kan een van de twee pas naar voren schuiven op het moment dat ze de nieuwe kandidatenlijst voor de eerstkomende Tweede Kamerverkiezingen vaststelt en deze persoon zich vol in de verkiezingscampagne gaat storten. Dat zal uiterlijk in 2021 zijn.

Het CDA moet dus per omgaande op zoek naar een nieuwe fractievoorzitter afkomstig uit de zittende fractie. Theoretisch zou ook iemand die vanuit de fractie is overgestapt naar het kabinet de opengevallen plaats van Buma kunnen innemen. Dat zijn de huidige staatssecretarissen Keijzer en Knops. Maar dat ligt niet voor de hand. Hun overstap zou alleen voor de hand liggen als zij aspiraties hebben het leiderschap van de partij op zich te nemen. Dat lijkt niet het geval.

In Den Haag circuleerden donderdag al drie namen van mogelijke opvolgers. Madeleine van Toorenburg, Hanke Bruins Slot en Pieter Heerma. De laatstgenoemde gooit de hoogste ogen. Hij was de vertrouweling van Buma tijdens de formatiebesprekingen, ruim anderhalf jaar geleden en ligt redelijk goed bij de coalitiepartners VVD, D66 en ChristenUnie. De vader van Heerma was overigens van 1994 tot 1997 ook fractievoorzitter van het CDA.

Tussenpaus

De nieuwe fractievoorzitter is dan tussenpaus tot het moment dat het CDA de kandidatenlijst voor de eerstkomende Tweede Kamerverkiezingen opstelt. Dan moet de partij een keuze maken tussen De Jonge en Hoekstra. Dat zal overigens nog een lastige keuze worden op het moment dat beiden kandidaat willen zijn.

Opvallend is overigens dat bij de meeste kandidaten voor de tijdelijke en de definitieve opvolging van de protestantse Buma, die als redelijk conservatief te boek staat, de mate van kerkelijke meelevendheid laag is.

Van Toorenburg noemt zich wel rooms-katholiek, maar is geen lid. Alleen met hoogtijdagen is ze in de kerk te vinden. Hanke Bruins Slot, die samenleeft met een vrouw, is wel protestants opgevoed, maar noemt zichzelf niet kerkelijk meer. Ook Heerma is protestants opgevoed, maar betitelt zichzelf tegenwoordig als agnost, iemand die geen uitspraak wil doen over het al dan niet bestaan van God.

De van oorsprong remonstrantse minister Hoekstra van Financiën zweeft ergens tussen „geloof, ongeloof en twijfel”, zoals hij dat zelf onlangs in een interview met het dagblad Trouw stelde. In zijn opvattingen is hij vrij modern. Dat was naar verluidt ook de reden dat Buma niet hem als minister van Financiën aanzocht en als vicepremier voor het huidige VVD/CDA/D66/ChristenUnie-kabinet, maar minister De Jonge.

Trouwambtenaar

In de tijd dat Hoekstra Eerste Kamerlid was, stemde hij voor het schrappen van de uitzonderingsbepaling in de Algemene wet gelijke behandeling en verklaarde hij zich tegen de uitzonderingspositie voor trouwambtenaren die gewetensbezwaren hebben tegen het sluiten van homohuwelijken.

Minister De Jonge, zoon van een confessionele predikant uit de Protestantse Kerk in Nederland, is vergelijking met Hoekstra en de drie kandidaat-fractievoorzitters, qua kerkelijke meelevendheid een ouderwetse CDA’er. Hij leeft mee met een protestantse gemeente in zijn woonplaats Rotterdam.