Moet álles anders na corona?

Nederland
4

Corona zette de wereld totaal op zijn kop. Maar zijn de veranderingen die deze pandemie bewerkte, blijvend? In een tweeluik vertellen zes politieke denkers welke lessen zij trekken uit de Covid19-crisis en hoe onze samenleving er na corona uit moet zien. Vandaag de directeuren van de wetenschappelijke instituten van VVD, ChristenUnie en Partij voor de Dieren.

„Aard van ‘beestje’ mens verandert niet”

Patrick van Schie, directeur TeldersStichting (VVD)

„We moeten de hele economie en maatschappij anders inrichten. Linkse politici waren er als er de kippen bij om te beweren dat de coronacrisis het falen van het kapitalisme aantoont. Dat is nogal merkwaardig, omdat het virus in een communistisch land is ontstaan. Bovendien heeft China de uitbraak wekenlang verdonkeremaand en klokkenluiders gearresteerd. We moeten zeker niet naar links kijken.

We moeten óók niet uitgaan van grote gedragsveranderingen bij mensen. Verwacht vooral niet dat mensen zich na de crisis socialer gaan gedragen. De coronacrisis laat ook zien dat internetcriminelen hun slag laan. Goede mensen worden van een crisis niet beter en slechte mensen ook niet. De aard van het ‘beestje’ mens gaat niet veranderen.

Patrick van Schie. beeld Gerhard van Roon

Wat moeten we wél leren? Voor de toekomst moeten we rekening moeten houden met nieuwe pandemieën. Grote uitbraken van besmettelijke ziekten waren er en blijven er. We moeten de zorg zo inrichten dat er steeds volle capaciteit is als er een pandemie uitbreekt. Net als in de koude oorlog moeten we materieel en reservisten achter de hand houden.

Een tweede les betreft de staatsuitgaven. Het is aanvaardbaar als in crisistijd de staatsuitgaven de pan uitrijzen. Dat gebeurt tijdens oorlogen ook. Als je er maar voor zorgt dat in vredestijd de staatsfinanciën in orde zijn. Wij moeten straks de staatsschuld onder controle zien te krijgen. Bezuinigingen zijn niet uit te sluiten.

Ik hoop dat de zuidelijke Europese landen hierin eindelijk hun verantwoordelijkheid eens gaan nemen. Minister Hoekstra van Financiën had groot gelijk toen hij stelde dat Spanje, Italië en Frankrijk hebben verzuimd hun economie te herstructureren en nu misbruik maken van de situatie. Ze willen op grote voet leven op onze kosten.

De Europese Centrale Bank voert in mijn ogen een onverstandig beleid. Het onbeperkt opkopen van schulden kan leiden tot hyperinflatie. Hopelijk dat Duitsland daar een stokje voor steekt. Het hooggerechtshof bij de oosterburen heeft daar deze week zeer verstandige dingen over gezegd.

Een derde les is dat we nationale staten moeten koesteren. Verschillende landen hebben verschillende maatregelen genomen. Ik zou er niet aan moeten denken in Frankrijk of Spanje te wonen; daar is op autoritaire wijze het hele openbare leven platgelegd. Natiestaten zijn de belangrijkste politieke entiteiten. Ze zijn ook het beste democratisch controleerbaar.

Tot slot staat er op mijn verlanglijstje de komst van politici die naar de lange termijn kijken. De horizon van veel politici reikt niet verder dan de komende verkiezingen. Waar ik benieuwd naar ben, is hoe de afgekondigde maatregelen zich verhouden tot onze grondrechten. In hoeverre heeft de politie bijvoorbeeld het recht om een huis binnen te gaan en te kijken hoeveel mensen daar aanwezig zijn?

Misbruik ligt op de loer, Als liberaal wantrouw ik mensen die macht uitoefenen.”

„Kwetsbaarheid moet inbreng christelijke politiek zijn”

Wouter Beekers, directeur Mr. G. Groen van Prinsterer Stichting (ChristenUnie) „Ogenschijnlijk kunnen we de werkelijkheid steeds meer naar onze hand zetten, maar deze crisis laat zien dat we slechts mensen zijn. We kunnen van deze crisis leren dat we ontzettend kwetsbaar zijn. Dat besef zijn we behoorlijk kwijtgeraakt. Misschien nog wel meer dan nu het geval is, zou de inbreng van christelijke politiek moeten zijn dat wij kwetsbaar zijn.

Klassiek rechts zegt nogal eens dat het wel meevalt met de kwetsbaarheid, en dat we een heel eind komen als we onze verantwoordelijkheid nemen. Bij links proef je soms een wat paniekerige toon. Daar hoor je dat we het systeem radicaal moeten omgooien om een rechtvaardige samenleving te bereiken. De inbreng van christelijke politiek moet altijd zijn dat we in een gebroken werkelijkheid leven, en dat we iedere dag weer de moed moeten opbrengen om hoopvol te werken aan een zo goed mogelijk systeem. Heel concreet betekent dat ook dat je accepteert dat het perfecte systeem niet bestaat.

Wouter Beekers. beeld Folkert Rinkema

In de Nederlandse aanpak van intelligente lockdown sijpelt iets door van erkenning dat we het niet helemaal in de hand hebben, en dat we het zo intelligent mogelijk aanpakken, in de wetenschap dat absolute zekerheden niet bestaan. Daarvan zou ik iets willen vasthouden.

Een christelijke politieke insteek gaat altijd over kleine stapjes. Ik zie dat christelijke partijen niet altijd ongevoelig zijn voor utopische verhalen, maar daar moeten we voor waken. Het brengt een rechtvaardige samenleving namelijk meestal eerder verder weg dan dichterbij.

Als samenleving moeten we er voortdurend aan werken om het goede te zoeken voor elkaar. Als ik het met Augustinus zeg: We hebben ons als samenleving altijd te richten op de liefde van God, Zijn recht. Dat moeten we elke dag doen. Dat is voor, tijdens, of na corona niet principieel anders. Dus: jazeker, de samenleving moet veranderen; als mens en als samenleving hebben we ons iedere dag te bekeren van ons hart dat naar de zonde neigt.

Of ik denk dat God met deze crisis iets wil zeggen? Ja; elke dag wil God tot ons spreken, en hebben wij onze oren te openen. Ik zou niet durven zeggen dat dat in deze crisis meer is dan op andere momenten. Ik ben zeer terughoudend om zelf grote duidingen te formuleren over de betekenis van deze crisis en Gods bedoeling ermee.

In mailtjes zie ik sinds een paar weken de groet ”blijf gezond.” Ergens vind ik dat mooi; het doet bijna denken aan het voorbehoud van Jacobus. Maar het is als een strijdkreet geformuleerd. Ik proef er iets in van een verlichte vechtersmentaliteit. Ik denk dat het goed zou zijn als christenen niet aan meedoen met zo’n oproep. Ik hoop dat juist christenen laten zien: dit is het leven; het leven is kwetsbaar. En in dat kwetsbare leven zoeken we naar wat God van ons vraagt. Als ik ergens mijn geliefde broeders en zusters over aan het denken zou willen zetten, dan is het hierover: gaan wij niet al te veel mee in de droom dat het leven in hoge mate maakbaar is?”

„Sprookje dat Nederlandse veehouderij bij ons hoort”

Karen Soeters, directeur Nicolaas G. Pierson Foundation (Partij voor de Dieren) „Al heel lang plegen we roofbouw op onze planeet. Hoe wij omgaan met dieren is daar een belangrijk onderdeel van. Dat moet echt anders.

Wij, en veel wetenschappers, waarschuwen al heel lang dat er een zoönose (een infectieziekte die kan overgaan van dier op mens, CH) gaat uitbreken die heel verstrekkende gevolgen zal hebben. Nu is het het coronavirus, maar als dit voorbij is, is het eigenlijk een kwestie van wachten op het volgende virus.

UNEP, de milieuorganisatie van de VN, heeft een prachtig plaatje dat precies de verschillende oorzaken laat zien; de factoren die het veel groter maken dan het al is. Het gaat dan niet alleen om de illegale handel in wilde dieren. Ook ontbossing zorgt voor een veel groter risico. En die ontbossing komt voor een groot deel weer voort uit het feit dat we veevoer nodig hebben voor de veehouderij, die zo gigantisch groot is. De veehouderij zelf staat ook in het overzicht. We zijn dieren zo gaan fokken dat ze allemaal op elkaar lijken. Daardoor is het afweersysteem slechter geworden, en zijn ze snel vatbaar voor ziektes.

Karen Soeters. beeld NGPF

Het is een misvatting om te zeggen dat Nederlandse boeren ons voeden. Natuurlijk, we zijn erg van hen afhankelijk. Maar het idee dat zij produceren voor ons eigen land, is natuurlijk allang voorbij. We exporteren 80 procent van onze varkens.

Er moet wetgeving komen over hoeveel dieren we in Nederland moeten kunnen houden. We moeten ervoor zorgen dat de vee-industrie een stuk kleiner wordt. Dat kan al beginnen met eerlijke voorlichting. De vee-industrie wordt ontzettend gesteund. De EU financiert reclame die de vleesconsumptie moet bevorderen. Sinds 2017 ging zo’n 60 miljoen euro naar vleesreclames. We zijn geld aan het pompen in een systeem dat vernietigend en achterhaald is, vooral om iedereen te laten denken dat we het hard nodig hebben. Ook de overheid heeft een rol in de bewustwording die nodig is, als het gaat om het verhaal dat dierlijke producten zo belangrijk voor ons zijn en dat we er vooral veel in moeten investeren. Dat de Nederlandse veehouderij bij ons hoort, is een sprookje, dat niet meer van deze tijd is. We zijn de slager van Europa geworden.

De tegenwerping dat minder dieren in Nederland zorgt voor een verplaatsing naar het buitenland, vind ik altijd wat bijzonder. Als je het vergelijkt met kinderarbeid, zou je zeggen: wij geven hen in ieder geval nog te eten en een dak boven het hoofd; laten we het hier dan maar in stand houden, want in het buitenland is het nog erger.

Ik ben niet pessimistisch dat de meeste mensen straks op de oude weg doorgaan; Ik ben optimistisch. Men is geraakt en geschrokken, en we gaan de gevolgen voelen.

Of ik voorzie dat ons verkiezingsprogramma door de coronacrisis anders wordt? Wij schrijven niet mee, maar ik weet zeker dat er geen andere visie is gekomen. Ik kan mij voorstellen, en ben ook zeer hoopvol, dat andere directeuren deze vraag anders beantwoorden, omdat zij steeds naar de korte termijn hebben gekeken.”