Mild lachen om D66 vanwege prijsgeven kroonjuwelen

D66-leider Pechtold, beeld ANP, Evert-Jan Daniels.

Zeker, het is vermakelijk om te zien hoe D66 zijn geboortepapieren bij het vuil zet door het raadgevend referendum te prullenbakkeren. Maar laten we Pechtold toch liever toelachen dan uitlachen.

Panta rhei, zei de Griekse filosoof Heraclitus: alles beweegt. Dat is ook van toepassing op moderne politieke partijen. GroenLinks maakte in de loop der tijd een metamorfose door van een rebelse, wat anarchistische actiegroep naar een keurige, rechtstatelijk-georiënteerde partij, die in 2005 zelfs het ontslagrecht wilde versoepelen.

Alles beweegt, ook in christelijke partijen. Stemde van de 29-koppige CDA-fractie in 2000 nog 26 Kamerleden tegen het zogeheten homohuwelijk, achttien jaar later geldt de officiële verbintenis tussen personen van hetzelfde geslacht voor nagenoeg alle christendemocraten als een belangrijke verworvenheid. En zelfs de als standvastig bekend staande SGP evolueert op diverse punten.

Maar nergens zien we verschuivingen van standpunten zo pregnant optreden als bij D66. Logisch, zullen vertegenwoordigers van deze partij misschien zeggen, want wij zijn altijd bij uitstek pragmatisch, ondogmatisch en flexibel geweest.

Dat klopt. Toch blijft het verbazen hoe de oprichters van deze partij, Van Mierlo en Gruijters, hun identiteit zochten in staatkundige vernieuwingen –referenda, gekozen burgemeester, gekozen minister-president– en hoe datzelfde D66 deze kroonjuwelen anno 2018 naar de vuilstortplaats brengt.

Jawel, ten aanzien van de burgemeestersbenoeming boekte de partij deze week nog een klein succesje. De hele Kamer, minus de SGP, stemde voor een initiatiefwetsvoorstel van D66’er Jetten om de kroonbenoeming van burgemeesters en commissarissen van de Koning uit de Grondwet te halen.

Maar tegelijk is nog volstrekt onduidelijk waar deze grondwetswijziging praktisch toe gaat leiden. Waarschijnlijk slechts tot een bevestiging van de huidige praktijk dat gemeenteraden bepalen wie de nieuwe burgemeester wordt. En D66 lijkt er niet om te treuren.

Dat gebrek aan enthousiasme speelt nog sterker als het gaat om referenda. Die hoeven eigenlijk niet meer van dé partij van dé staatkundige vernieuwing. Nee, als referenda vooral een werktuig worden van behoudend-rechtse krachten (denk aan de volksraadpleging over de Europese Grondwet in 2005 en over het Oekraïneverdrag in 2016), dán liever niet meer, oordelen onze democraten rillend.

Leuk? Iets om je als christelijke kiezer een beetje over te verkneukelen? Dat zeker. Ook iets om je over op de knieën te slaan van het lachen? Dat is minder verstandig. Te hard en te schamper lachen om deze draai van D66 brengt je immers snel in het kamp van PVV en FvD.

Maar is dat erg dan? Nu ja, zij kunnen ongeremd schimpen op Pechtold en de zijnen die hun oorspronkelijke uitgangspunten verzaken. Zij zijn altijd uitgesproken voorstanders van directe volksinvloed geweest. Maar zó ligt dat bij veel christenen toch niet? Die zijn, sinds het verschrikkelijke, door Pilatus georganiseerde referendum over Jezus van Nazareth, altijd sceptisch geweest over ”de stem” van ”het volk”.

Daarom verdient D66 bemoedigend toelachen de voorkeur boven die partij keihard uitlachen. Want beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. En het kan toch niet zo zijn dat, omdát D66 de referenda afschrijft, Bijbelgetrouwe christenen die omarmen?