Maak, ook in de politiek, beste monteur niet zomaar chef werkplaats

Pieter Omtzigt. beeld ANP, Bart Maat

Echt leuk werd de lijsttrekkersverkiezing bij het CDA pas toen Kamerlid Omtzigt zich in de strijd mengde; een dijk van een volksvertegenwoordiger. Maar daarmee niet per se ook een goed partijleider.

Eigenlijk had de uitslag er donderdag al moeten zijn. Door een fout in de technologie zal echter pas zaterdagmiddag bekend worden of één van de drie een absolute meerderheid behaalde. Kiezen CDA’ers De Jonge, Keijzer of Omtzigt tot hun lijsttrekker?

Vooral de deelname van laatstgenoemde maakt het gevecht spannend. Immers, door zijn persoonlijkheid, achtergrond en carrière verschilt Pieter Omtzigt fors van de andere twee.

Tegenover een tweetal gewichtige bewindslieden plaatste zich ter elfder ure een eenvoudig, maar zelfverzekerd Kamerlid. Een man die zich in het parlement als een vis in het water voelt en die de regering –ook als die van zijn eigen kleur is– kritisch, met kennis van zaken en vasthoudend als een terriër volgt. En zo nodig op de vingers tikt.

Die onweersproken bekwaamheid en kracht van Omtzigt als volksvertegenwoordiger bracht CDA-lid Frank van den Heuvel dinsdag tot een boeiende opiniebijdrage in Trouw. Kern van zijn betoog: het CDA zou er goed mee zijn als Omtzigt de wedstrijd won.

Breed leeft immers het gevoel dat de balans in de trias politica zoek begint te raken, stelt Van den Heuvel. De rechterlijke macht krijgt soms buitenproportioneel veel invloed. Denk aan de stikstof- en PFAS-problematiek. De uitvoerende macht, het kabinet, trekt veel bevoegdheden naar zich toe. Denk aan de coronaregels.

Maar de derde, de wetgevende macht, boert qua belang en impact achteruit. Zij verliest zich in details en in de waan van de dag, zoals genderneutrale toiletten.

Eén van de Kamerleden die zich het duidelijkst tegen die trend verzet, is Omtzigt. „Hij geeft onze hunkering naar een prominentere rol voor de wetgevende macht een gezicht (...) Hij verbetert wetgeving en stelt omissies aan de kaak. Hij vecht voor iedere belastingbetaler, gepensioneerde, MH17-nabestaande en vervolgde christen in het Midden-Oosten.”

En moet derhalve CDA-leider worden, vindt Van den Heuvel. Nee, hij moet straks níét het kabinet in; juist niet. Net als de vroeger KVP-leider Romme of VVD-voorman Bolkestein moet hij in de Kamer blijven. Zijn taak is en blijft om het parlement „zichtbaar en relevant” te maken.

Nogmaals, een mooie analyse. Met slechts één lacune, maar wel een heel wezenlijke. Het vakgebied human resource management leert ons dat een onderneming zich altijd moet hoeden voor deze valkuil: het zomaar, automatisch, promoveren van de beste automonteur tot chef werkplaats. Want iemand die uitstekend kan sleutelen, kan totaal ongeschikt zijn om collega’s aan te sturen, te verbinden en te enthousiasmeren.

Terug naar Omtzigt. Hij behoort zonder twijfel tot de beste ‘monteurs’ van de Kamer. Maar is daarmee nog niet per se geschikt als partijleider. In diverse portretten die de achterliggende jaren van hem in de media verschenen, dook naast alle loftuitingen één typering regelmatig op: hij is bij uitstek een solist. Briljant, moedig, inhoudsgericht. Maar wel een solospeler en niet altijd even diplomatiek.

Is daarmee dan het laatste woord gezegd? Nee, want niemand is ooit te oud om te leren. Maar het punt in het geheel niet onderkennen, zou onverstandig zijn.