„Lange verkiezingscampagne niet lucratief”

Ze komen er weer aan, de verkiezingen. Over een half jaar pas, weliswaar, maar de Haagse politici lopen zich al warm voor de campagne. beeld ANP, Martijn Beekman
2

De Tweede Kamer begon deze week niet alleen aan een nieuw parlementair seizoen. Ook de campagne voor de Kamerverkiezingen in maart volgend jaar is officieus van start gegaan.

De verkiezingskoorts lijkt Den Haag al te hebben bevangen: PVV, 50PLUS en D66 presenteerden tijdens het zomerreces hun verkiezingsprogramma. GroenLinks volgde deze week. SP en CDA brachten hun kandidatenlijst naar buiten. LTO Nederland publiceerde een verkiezingsmanifest. En zijn het niet de politici die de verkiezingen ter sprake brengen, dan zijn de tientallen parlementair journalisten graag bereid hen daar aan te herinneren en over te bevragen.

We zijn er dit keer vroeg bij, erkent hoogleraar politieke communicatie dr. Claes de Vreese van de Universiteit van Amsterdam. „De politieke partijen hebben de inleiding van de campagne naar zich toegetrokken door nu, terwijl we nog een beetje in de luwte voor Prinsjesdag zitten, alvast hun programma te presenteren.”

Enigszins „bizar” vindt hij deze vroeg aftrap wel. „Want hoeveel zin heeft het om nu al een verkiezingsprogram uit te brengen? Dat is dan bij de verkiezingen al een halfjaar oud. En in tussentijd kan er nog heel veel gebeuren.”

Voortijdig beginnen met het winnen van de kiezersgunst heeft ook al niet veel nut. „Als je kijkt naar het electorale landschap van de afgelopen veertien jaar zie je dat het Nederlandse kiezerskorps is veranderd van een van de stabielste in een van de volatielste in Europa.” Partijen die er nu goed voor staan in de peilingen, kunnen hun winst nog zomaar zien verdampen, wil hij er maar mee zeggen. „Het profijt van hun huidige zichtbaarheid kan snel weer weg zijn.”

Werk aan de winkel

Voor het eerst in geruime tijd lijkt een kabinet de rit weer uit te zitten. „Het is dus relatief lang geleden dat we Kamerverkiezingen hebben gehad”, aldus De Vreese. „Maar er is geen enkel bewijs dat kiezers graag willen dat de campagne nu al gaat lopen. Er is nog genoeg werk aan de winkel. Burgers zullen liever hebben dat partijen met beleid bezig zijn.”

Het is ook niet echt traditie om zó lang voor de verkiezingen al een stembusstrijd op gang te brengen, stelt hij. „Grosso modo duren campagnes in Europese landen zo’n twee tot drie maanden. In Nederland kan het qua tijdsduur iets meer uiteenlopen.”

Extreem kort duren de campagnes in Denemarken, stelt de van oorsprong Deense wetenschapper. „Daar schrijft de premier de verkiezingen uit. Die zijn dan drie weken later.” Dat blijkt in de praktijk prima te werken; zowel voor de deelnemende partijen als voor de kiezers.

Het andere uiterste is de verkiezingscampagne voor het presidentschap in de Verenigde Staten. „Die duurt meer dan een jaar.” Maar vrijwel iedereen noemt het ongezond voor een democratie om zo lang in de campagnemodus te staan, weet De Vreese. „Politici schuiven dan allerlei besluiten op de lange baan en stellen discussies uit.”

Een lange campagne is dus niet gunstig. Wat gaan we daar in de Nederlandse politiek van merken?

„Het kabinet heeft allang bedacht dat het nu wel klaar is met grote hervormingen. Die zijn er in zo’n laatste periode lastig doorheen te krijgen.

De welwillendheid van de oppositie om zaken te doen met de coalitie neemt namelijk af; de niet-regeringspartijen zullen zich juist gaan distantiëren van VVD en PvdA.

Op de grote onderwerpen zullen dus geen compromissen meer komen. De profilering van de partijen gaat toenemen. Oppositiepartijen moeten ook wel een andere koers gaan varen als ze de kiezers duidelijk willen maken dat zij iets anders willen dan het kabinet. Die boodschap is lastig te verkopen als je vlak voor de verkiezingen nog meewerkt aan grote besluiten.

Ondertussen loopt een aantal zaken natuurlijk gewoon door. Denk bijvoorbeeld aan de brexitdiscussie in Europa.”

Zitten er ook risico’s aan een lange verkiezingsstrijd?

„Het gevaar bestaat dat partijen zich, naarmate de verkiezingsdatum slechts langzaam dichterbij komt, genoodzaakt voelen zich steeds verder van elkaar te verwijderen om de kiezer duidelijk te maken dat zij een grote keuze hebben.

Ze zullen extra harde beloften gaan doen en stevige piketpalen slaan. Je moet namelijk steeds iets nieuws brengen om aandacht te blijven genereren.

Hoe dieper partijen zich ingraven, hoe lastiger het na de verkiezingen wordt om een nieuw kabinet te formeren. Want als ze willen meeregeren, zullen diezelfde partijen dan toch water bij de wijn moeten doen.”

Verwacht u dat partijen in de komende maanden achter de schermen alvast toenadering zoeken tot mogelijke coalitiepartners?

„Daar zullen ze heel terughoudend mee zijn, denk ik. De kiezers switchten bij de laatste verkiezingen zo massaal van partij dat het zeer onzeker is in welk politiek landschap we op 18 maart wakker worden.

De vorige campagne ontpopte zich bijvoorbeeld onverwacht tot een tweestrijd tussen VVD en PvdA. Wie deze keer koploper wordt, staat nog niet vast. D66 staat er in de peilingen nu wel goed voor, maar kan daaraan in coalitieverkenningen zo ver voor de verkiezingen geen rechten ontlenen.”

Kunt u al inschatten hoe partijen zich tijdens de campagne zullen opstellen?

„De regeringspartijen VVD en PvdA zullen vermoedelijk de kaart van het landsbelang spelen. Ze zijn genoodzaakt staatsmanschap uit te stralen. Zo van: beste kiezer, wij hebben in een lastige periode onze verantwoordelijkheid genomen. Het kon niet anders, het moest wel op deze manier.

Tegelijkertijd staan ze onder druk van respectievelijk PVV en SP. Ze zullen dus ook met een duidelijk verhaal moeten komen waarom de kiezer op hen moet stemmen. Ik ben heel benieuwd hoe ze dat gaan doen.

Uit de hoek van de flankpartijen PVV en DENK zullen harde geluiden komen. PVV-leider Wilders voelt zich gesterkt door de vluchtelingendiscussie en door de brexit. Dat levert mooie ammunitie op voor partijen die fundamenteel van hem verschillen zoals D66 en GroenLinks. Die kleinere partijen hebben allemaal baat bij een felle campagne.”

In de VS is het moddergooien tussen de presidentskandidaten tijdens de campagne tot ongekende hoogte gestegen. Veramerikaniseert Nederland op dat punt ook?

„Nee. Ons meerpartijenstelsel verschilt fundamenteel van het tweepartijensysteem in Amerika. Hier moeten partijen na de verkiezingen weer met elkaar verder.

Nederland heeft ook een traditie van campagne voeren op basis van feiten. Vrijwel alle partijen laten bijvoorbeeld hun verkiezingsprogramma doorrekenen door het Centraal Planbureau.

Toch staat er misschien een verandering voor de deur. Tot op heden komt bijna iedereen via de NOS in aanraking met de publieke nieuwsvoorziening over de diverse politieke partijen. Dat leidt tot een soort gedeeld vertrekpunt voor het publieke debat, tot kennisname van uiteenlopende standpunten.

Dankzij onder meer de opkomst van sociale media zie je echter dat mensen zich gaan opsluiten in hun eigen zuiltje: ze gaan hun nieuwsvoorziening zo sorteren dat ze alleen nog meningen tegenkomen die hen aanstaan. Dat kan bijdragen aan verharding van standpunten en een versnipperde publieke discussie.”

Welke onderwerpen zullen tijdens de campagne centraal komen te staan?

„De grote thema’s staan wel vast. Iedere partij heeft zo haar sterke punt: de VVD wil het graag over de economie hebben, de PvdA over werkgelegenheid, de PVV over integratie en GroenLinks over het milieu.

Wat onvoorspelbaar blijft, zijn de spontane gebeurtenissen die zich tijdens campagnes altijd voordoen. In aanloop naar het brexitreferendum in Groot-Brittannië kreeg Europa bijvoorbeeld ineens te maken met de grootste migratiecrisis in de moderne geschiedenis. Zulke ontwikkelingen kunnen het verloop van de campagne enorm beïnvloeden terwijl partijen zich daar niet goed op kunnen voorbereiden omdat ze niet weten wat er komen gaat.”

Zullen tijdens de campagne vooral sociaaleconomische thema’s een rol spelen, zoals hervorming van het pensioenstelsel, of voornamelijk culturele, zoals de tweedeling in de maatschappij tussen kansrijk en kansarm?

„Voor handige politici maakt dat niet zo veel uit. Die zullen een economisch vraagstuk als het pensioenstelsel bijvoorbeeld aangrijpen om het debat aan te gaan over een verdeelvraagstuk als immigratie.

Juist door sociaaleconomische en culturele invalshoeken aan elkaar te koppelen kunnen partijen kansen scheppen om hun verhaal voor het voetlicht te brengen.”

De verkiezingen in maart gaan over de Tweede Kamer, maar een nieuw kabinet zal ook moeten kunnen rekenen op een meerderheid in de Eerste Kamer.

„Het zal mij daarom benieuwen of er in de komende maanden een discussie komt over de eventuele vorming van een minderheidskabinet. Als de partijen hun huidige stand in de peilingen vasthouden, heb je straks wel heel veel partijen nodig om een coalitie te sluiten.

In meerpartijenstelsels als het Nederlandse komt een minderheidskabinet vaker voor. In ons land is dat nog geen traditie en is er misschien zelfs nog wat koudwatervrees voor. Maar zo’n constructie waarbij het kabinet wisselende meerderheden zoekt om zijn beleid te realiseren, kan goed functioneren. In de achterliggende periode hebben coalitie- en oppositiepartijen er per slot van rekening al een beetje mee kunnen oefenen.”

----

Korte stembusstrijd

„Er bestaat niet zoiets als dé start van een politieke campagne”, zei bestuurskundige Kirsten Verdel in 2012 tegen de Volkskrant. De boodschap van partijen dat de campagne nú begint, „is eigenlijk niet meer dan een vehikel om in het nieuw te komen”, legde ze uit. „De start van de campagne is immers een nieuwsfeit en dus aanleiding voor journalisten om maar weer eens te berichten over partij X of Y.” Hoe meer van dat soort momenten partijen kunnen creëren, hoe beter voor hen.

Hoewel het dus lastig is om exact te bepalen wanneer een campagne begint, valt wel bij benadering aan te geven wanneer de stembusstrijd losbarst.

In 2002 –de laatste niet-vervroegde Kamerverkiezingen– vonden er eerst op 6 maart gemeenteraadsverkiezingen plaats. Winnaar Fortuyn en verliezers Melkert (PvdA) en Dijkstal (VVD) bediscussieerden de uitslag ’s avonds in een berucht geworden tv-debatje. Vanaf dat moment waren aller ogen gericht op de Tweede Kamerverkiezingen half mei. De campagne duurde toen dus een maand of twee.

Het politieke vuurwerk in aanloop naar de Kamerverkiezingen eind januari 2003 begon pas nadat het normale vuurwerk in de nacht van oud en nieuw was verschoten. Die campagne liep dus minder dan een maand.

Aan de verkiezingen van 22 november 2006 gingen verkiezingscongressen van CDA, VVD en PvdA op 30 september vooraf en van SP en D66 op 7 oktober: een stembusstrijd van krap twee maanden.

In 2010 trapte onder meer de ChristenUnie de campagne pas een goede maand voor de verkiezingen af met een vriendendag in Den Haag. Als startsein trok lijsttrekker Rouvoet met het kandidatenteam de campagnebus waarmee hij het land zou ingaan naar de toegang van het Kamergebouw.

Bij de laatste Kamerverkiezingen –12 september 2012– begonnen bijvoorbeeld PvdA en D66 pas half augustus aan de campagne.

Als we de start van de huidige verkiezingsstrijd laten samenvallen met het begin van het parlementaire seizoen deze week, valt dus op dat de huidige campagne vergeleken met eerdere uitzonderlijk lang gaat duren: ongeveer een halfjaar.