Kuzu (DENK) wil debat over „inmenging” door Israël

Kuzu. beeld ANP, Bart Maat

Eén zinnetje in de Israëlische krant Ha’aretz was voor DENK-voorman Tunahan Kuzu genoeg om donderdag een debat aan te vragen over de Israëlische „inmenging.”

Volgens Ha’aretz was een CU-motie over de etikettering van producten resultaat van samenwerking met medewerkers van de Israëlische ambassade in Nederland. Kuzu sprak van een „best wel ernstige aantijging” aan het adres van de partij, „ongewenste buitenlandse beïnvloeding” en „inmenging in onze democratie.”

„Echt onzin”, stelt de CU. Vanuit de Kamer was er geen steun voor een apart debat. CU-Kamerlid Joël Voordewind vond het een goed idee om het punt van Kuzu te betrekken bij een ander debat. Voordewind zei „niets te verbergen” te hebben. „Ik wacht alleen nog even op de instructie van de Israëlische ambassadeur voor wat betreft onze inbreng voor het debat, maar als ik die binnen heb, ga ik graag het debat aan”, voegde hij daar tot hilariteit van de Kamer aan toe.

De betreffende motie van de ChristenUnie volgde op een uitspraak van het Europese Hof van Justitie, eerder deze maand. Dat bepaalde dat levensmiddelen uit Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogte als zodanig geëtiketteerd moeten worden als die in de EU worden verkocht.

De motie stelde dat de verplichting om producten te labelen onrechtvaardig is als die alleen voor Israël geldt en niet voor „andere landen die gebieden bezet houden.” Het kabinet werd dan ook opgeroepen om zich in EU-verband uit te spreken tegen „ongelijke behandeling van Israël” en ervoor te pleiten dat „dergelijke regelgeving alleen gaat gelden indien zij van toepassing is op alle andere bezette gebieden.” Een Kamermeerderheid steunde de motie.

Minister Blok (Buitenlandse Zaken) liet de Kamer deze week weten dat de uitspraak van het Hof in lijn is met „staand kabinetsbeleid.” Blok stelt dat de EU-wetgeving voor herkomstaanduiding voor alle landen en gebieden geldt, waardoor er volgens hem geen sprake is van „ongelijke behandeling van Israël en de door Israël bezette gebieden.”

Volgens Blok handelt Nederland in strijd met het Europese recht als het afziet van handhaving „in het specifieke geval van de door Israël bezette gebieden en nederzettingen binnen die gebieden.”