„Kiezer straft partij gevallen wethouder af”

Gemeenteraadsverkiezingen
Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam spreekt de nieuwe wethouders toe bij hun installatie in mei 2014. Drie van de zes eindigden niet als wethouder. De Jonge (2e van l.) maakte promotie tot minister. Langenberg (3e van l.) en Schneider (2e van r.) traden voortijdig af: Schneider vorig jaar vanwege een miljoenenfraude bij poppodium Waterfront, Langenberg begin dit jaar wegens budgetoverschrijding van de aanleg van de metro naar Hoek van Holland. beeld Evert-Jan Daniels
3

Het is logisch dat wethouders van lokale partijen vaker dan bestuurders van veel landelijke partijen tussentijds weg moeten, reageert Marcel Boogers, hoogleraar regionaal bestuur aan de Universiteit Twente, op het onderzoek van het Reformatorisch Dagblad naar opgestapte wethouders in de periode 2014-2018.

„Landelijke partijen hebben vaak ervaren bestuurders die ook training ontvangen”, zegt Boogers. „Bij lokale partijen is dat lastiger. Deze partijen hebben vaak een minder breed partijnetwerk en dito scholing. Wethouders van die partijen zijn bijvoorbeeld goedwillende managers uit de zorg of het onderwijs, maar hebben weinig politieke ervaring.”

2018-03-19-REG1-Rotterwethouders1-7-FC_webWethouders CU en SGP zitten stevig in het zadel

Ook Arno Korsten, oud-hoogleraar bestuurskunde aan de Open Universiteit, constateert dat lokale partijen geen „ideologische ervaring opdeden. CDA’ers hebben, bijvoorbeeld in de steunfractie, aan elkaar ‘gesnuffeld’ en delen daardoor de visie op een thema als rentmeesterschap.”

Partijdiscipline

Volgens Boogers ontbreekt het lokale partijen vaak aan partijdiscipline. „Daardoor komen wethouders van deze partijen eerder in aanvaring met hun eigen fractie, waarna ze soms moeten opstappen.”

Dat bij SP en in mindere mate GroenLinks relatief veel wethouders tussentijds weg moeten, wijt Boogers aan de interne controle bij deze partijen. „Zeker de SP, maar ook GroenLinks, zijn streng op het functioneren van hun bestuurders. Als er beleid ontstaat waar de SP niet achter kan staan, moeten die hun zetel in de colleges opgeven.”

Ook treden wethouders van SP en GroenLinks relatief vaak af doordat deze partijen bij de raadsverkiezingen in 2014 het goed deden. Daardoor moesten ze onervaren mensen aan het roer moesten zetten, aldus Boogers.

Korsten valt Boogers hierin bij. „Ik word vaak door gemeenten uitgenodigd voor heidesessies. Dan valt me de grillige samenstelling van veel collegeteams op. Niet elk raadslid is automatisch een goede wethouder.”

Dat relatief veel VVD-wethouders (zes, 3,1 procent van de VVD-wethouders) moesten opstappen wegens gebrek aan integriteit, verbaast Boogers niet. „De afgelopen tijd speelde dat op allerlei niveaus sterk bij de VVD.”

Volgens hem komt dit door de liberale inborst. „VVD’ers voelen zich minder aan regels gebonden, en meer aan hun eigen geweten.” Korsten wil het verband tussen de VVD en gebrek aan integriteit niet leggen.

De christelijke groeperingen CDA, ChristenUnie en SGP doen het goed als bestuurderspartijen. „Dat verbaast me niks”, aldus Boogers. „Het zijn degelijke partijen die meedoen als ze achter het programma kunnen staan.”

Boogers maakt een opmerkelijk punt. „De christelijke partijen hebben wel bepaalde ideologische inzichten. Toch opereren ze meer pragmatisch en minder ideologisch dan SP en GroenLinks.”

Korsten ziet niet veel in een opsplitsing van gevallen wethouders naar partijachtergrond. „Het maakt niet uit of die van een lokale partij of Leefbaar, CDA, PvdA, GroenLinks of VVD is. In het algemeen geldt dat als een partij groter wordt en onvoldoende kader heeft opgebouwd door bijvoorbeeld een steunfractie, er minder ervaring in de raad en het college van burgemeester en wethouders komt.”

Een onervaren wethouder loopt volgens de oud-hoogleraar grotere kans om het niet vol te houden. „Hij weet niet precies wat die functie inhoudt, vertoont geen patroon in het contact met zijn fractie, of heeft te weinig feeling over hoe het er in de politieke arena aan toegaat. Zo’n optreden is klungelwerk. Een burgemeester zei ooit: „Je weet nooit wat er na de verkiezingen allemaal aan wrakhout op het strand blijft liggen.”” Hij doelde daarmee op raadsleden en wethouders met weinig ervaring die in de politieke organen belandden.

Middeleeuwse procedure

De selectieprocedure voor het wethouderschap stamt uit de middeleeuwen, zegt Korsten. „Er wordt geen profielschets opgesteld met eisen waaraan een wethouder zou moeten voldoen, zoals consistentie in beleid, dossierkennis en debatkwaliteiten.”

Het valt Korsten op dat wethouders van lokale partijen vaak Openbare Werken in hun portefeuille hebben. „Zij gaan vaak over de stoeptegels. Het CDA opteert vaak voor Sociale Zaken en Ruimtelijke Ordening, terwijl de VVD veelal Economische Zaken en Financiën krijgt, en de SP veelal het sociale domein en gehandicaptenzorg. Dat heeft te maken met het ideologisch klimaat in deze partijen.”

Afstraffing

Hoe reageren kiezers in het stemhokje op het opstappen van wethouders? Boogers: „Zij straffen de partij die eruit stapte af met een paar procenten minder stemmen, zeker als dat opstappen met het nodige gedoe gepaard ging. En naarmate zo’n aftreden dichter bij de verkiezingen wasplaatshad, zal die afstraffing sterker doorwerken.”

Boogers’ opvatting sluit aan bij onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Die concludeerde vrijdag dat deelname aan het college een partij 4 tot 8 procent van haar zetels kost. En dat kan weer het verschil maken tussen meebesturen of oppositie voeren.”