Kamerlid Van Gerven is gelukkig in het politiek familiebedrijf SP

Het Gesprek
Henk van Gerven, Tweede Kamerlid voor de SP. beeld RD, Henk Visscher
8

Zijn moeder bad met rooms-katholieke medesympathisanten de rozenkrans in de anti-abortusbeweging van pater Koopmans. Henk van Gerven doet het haar niet na, wel volgt hij haar als SP-Tweede Kamerlid in haar activisme. „Geluk is dienstbaarheid aan de mensheid.”

„Ik ben een begenadigd en gelukkig mens”, valt Van Gerven (63) maar gelijk met de deur in huis. „Ik ben bijna nooit ziek, heb een goed stel hersens en ik heb een opleiding geneeskunde gevolgd waar ik nog altijd plezier van heb.” Op een leeftijd waarop sommigen aan afbouwen denken of al genieten van een wachtgeldregeling, is hij dus nog prima in staat om bergen werk te verzetten, wil de SP’er maar zeggen. Dat doet hij dan ook, en met plezier. „Het Kamerwerk is een soort permanente hobby voor mij.”

Van Gerven zit klaar in zijn werkkamer. Een stapel actuele zorgdossiers ligt binnen handbereik, aan de muur hangen foto’s van Frank, Ruud en Jennie; zijn drie inmiddels volwassen kinderen. Een SP-actiejas ligt voor het grijpen, net als een aantal door partijvrijwilligers gemaakte protestborden. Mocht de SP op de dag van het interview nog een betoging willen organiseren, tegen de dreigende sluiting van een verpleeghuis of tegen een zorgbestuurder die de cao niet naleeft, dan is Van Gerven van de partij.

Eind juni 2017 trok de parlementariër de deur van zijn Haagse werkkamer achter zich dicht, nadat de partij hem met een symposium had uitgeluid. Hij stond 17e op de kandidatenlijst, te laag om na de verkiezingen van maart dat jaar in de Kamer te kunnen blijven. „Ik had me al ingesteld op een doorstart in de lokale politiek in Oss, waar ik eerst wethouder was”, blikt Van Gerven terug.

Het liep anders. Op 3 april vorig jaar legde hij opnieuw de gelofte van trouw af, als vervanger van SP’er Nine Kooiman die om privéredenen met het Kamerwerk stopte. Inmiddels is hij weer raadslid af.

Van Oss weer terug naar Den Haag, is dat een grote ommezwaai?

„Nou ja, praktisch gezien komt er wel het een en ander bij kijken. Mijn Haagse onderkomen in de Herenstraat, tegenover het Tweede Kamergebouw, had ik toen ik wegging overgedaan aan Lilian Marijnissen, onze fractievoorzitter. En elke dag treinen van Den Haag naar Oss is niet te doen. Gelukkig kon ik weer terug naar mijn ouwe stek, want Lilian wilde bij nader inzien toch wat anders. Dus door de week woon ik weer om de hoek, een paar huizen voorbij snackbar Piet Patat.”

Waar eet u vaker, bij Piet of in het Kamerrestaurant?

„In het restaurant. Die patatkraam zit elke keer bomvol als je er voorbij loopt. Dat nodigt niet uit om naar binnen te gaan. Verder ben ik geen snackman die elke dag een patatje of een kroketje wil scoren. Een keer in de week een frietje is voor mij genoeg.”

Sinds uw terugkeer in de Kamer bent u op doordeweekse dagen altijd van huis?

„Ja. Voor mijn vrouw is dat de consequentie. De zondag dat Lilian mij belde over de vrije plek in de fractie waren we aan het wandelen in de natuur. Voor mezelf was het helder. Ik was beschikbaar, ik stond niet voor niks op plek 17 van de kandidatenlijst. Maar ik wilde het wel eerst bespreken, daarom heb ik niet à la minute ja gezegd.”

En aan het eind van de wandeling verzuchtte uw vrouw: „Vooruit dan maar weer?”

„O nee, ze is zelf ook volop actief voor de SP. Ze zit in de gemeenteraad en in het bestuur van de afdeling in Oss. Het is natuurlijk ook een politiek familiebedrijf, hè, de SP. Ik heb altijd gezegd: Als je met mij trouwt, dan trouw je met een SP’er. Niet letterlijk in die bewoordingen, natuurlijk. Maar je weet van elkaar wat je kunt verwachten. Al laat dat onverlet dat je dit werk alleen kunt doen als je de steun van het thuisfront hebt.”

Schuin onder de werkkamer van Van Gerven dumpen medewerkers van het restaurantbedrijf van het Tweede Kamergebouw een lading lege flessen in een glasbak op de binnenplaats. De herrie dringt door tot de SP-burelen. „Zo gaat dat de hele dag”, bromt Van Gerven, die na zijn comeback de nestor van de fractie is, op berustende toon.

In recente Tweede Kamerdebatten over de IJsselmeerziekenhuizen en het Slotervaartziekenhuis trok u fel van leer tegen VVD-zorgminister Bruno Bruins. Waarom zit het omvallen van die instellingen u zo hoog?

„Tien jaar geleden dreigden de IJsselmeerziekenhuizen ook al failliet te gaan. Toenmalig minister Klink, gesteund door een Kamermeerderheid, zei destijds: Dat laten we niet gebeuren. Toen trok het gros van de politiek de handen er dus nog niet vanaf. Inmiddels wel. Zo geef je de verzekeraars vrij spel, maar voor de patiënt en voor het land is dat een ramp.”

Bruins zegt: De zorgverzekeraars moeten ons stelsel betaalbaar houden.

„Dat Slotervaart, dat tikken ze als ze daar zin in hebben gewoon om. Zorgverzekeraars moeten de zorg organiseren; dat is inderdaad zo geregeld in de wet. Maar ten aanzien van de ziekenhuizen geldt er eigenlijk maar één criterium: bij spoed moet de patiënt er binnen 45 minuten kunnen zijn. Dat is bizar, want als je de kaart erbij pakt, zie je dat verzekeraars op die manier in het hele land wel een stuk of dertig ziekenhuizen bij de strot kunnen grijpen. Om vervolgens te zeggen: Weg ermee. Dat is ook wat ze willen: kleine ziekenhuizen sluiten of strippen. Net zo lang tot er nog veertig, vijftig grote over zijn.

Ik zal me er als zorgwoordvoerder tot het laatst toe tegen verzetten. Het is een totale veronachtzaming van wat mensen willen. Zie de protesten tegen de dreigende sluiting van het Bronovoziekenhuis, hier in Den Haag. En bovendien, uit onderzoek weten we al lang dat een model van één basisziekenhuis per 100.000 inwoners levensvatbaar is, mits de randvoorwaarden in orde zijn. En ziekenhuizen met twee-, driehonderd bedden zijn het meest efficiënt, ook dat is al lang aangetoond.”

Voordat u in de Tweede Kamer kwam, was u onder meer huisarts in een door de SP opgerichte huisartsenpraktijk in Oss. Een politieke partij die een eigen zorginstelling begint; dat gebeurt niet elke dag.

Van Gerven lacht. „De praktijk valt inmiddels onder een zelfstandige stichting. Maar los daarvan, ik denk dat het vooral iets zegt over de SP van die tijd. Over medio jaren zeventig heb ik het dan. In Oss had je destijds huisartspraktijken van wel 4000 patiënten. Artsen hielden spreekuren van drie tot vijf minuten, de goeden niet te na gesproken. En maar pillen voorschrijven. Wij stonden een andere benadering voor. Spreekuren van minstens een kwartier, om maar wat te noemen. En we zeiden tegen elkaar: Laten we gewoon in de praktijk brengen wat we vinden. Zo is het ook gegaan, althans in Oss. De gevestigde huisartsen waren furieus, maar de mensen liepen met ons weg. Binnen twee, drie jaar zat de praktijk mudjevol.”

Hoe kwam u eigenlijk bij de SP terecht?

„Ik kom uit een katholiek nest. Via de vereniging Christenen voor het Socialisme ben ik in de jaren zeventig volop in de linkse studentenbeweging beland. Ik heb me in 1977 aangemeld als lid, als vierdejaarsstudent geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Een linkse wereldverbeteraar? Ja, zo zou je me al terugblikkend misschien wel kunnen noemen. Het ging erom dat de arbeider of beter gezegd het gewone volk van de onderdrukking door het kapitalistische systeem moest worden bevrijd. En die systemen leken toen spontaan om te vallen hè, zeker in landen waar de linkse intellectuelen de bevolking een beetje op sleeptouw namen. Je had de Anjerrevolutie in Portugal, je had Amerika dat eindelijk besloot de Vietnamoorlog te beëindigen en de dekolonisatie had plaatsgehad.

Vijf jaar daarvoor had de partij haar naam al veranderd, van Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland/marxistisch-leninistisch (KENml) in Socialistiese Partij. Jan Marijnissen en Tiny Kox begonnen voorzichtig aan de weg te timmeren. Nederland moest niet langer een tweede, maoïstisch China worden. Door de arbeiderswijken in te trekken en aan de slag te gaan met de problemen van de bewoners zouden we steen voor steen een nieuw, Nederlands socialisme opbouwen. Geluk is dienstbaarheid aan de mensheid; dat was het idee.”

Is dat voor u nog steeds een soort lijfspreuk?

„Nog steeds.”

Betekent zo’n motto: het is alleen goed als je je opoffert voor de partij? En als je als volksvertegenwoordiger de helft van je salaris in de partijkas stort?

„Zeker in de begintijd van de SP was het alles of niets, dat is waar. Alhoewel, ook toen was het natuurlijk de eigen keus van mensen om wel of niet mee te doen. Daarin is door de jaren heen niets veranderd. Als ik morgen zeg: Jongens, voor mij is het welletjes, krijg ik misschien nog een afscheidssymposium aangeboden. Maar daarna is het dan ook gewoon klaar.”

Beschouwt u uw keus voor de SP achteraf als een radicale breuk met uw rooms-katholieke opvoeding?

„Meer als een geleidelijke overgang. Mijn ouders waren maatschappelijk zeer geëngageerd. Mijn vader was agrariër, maar altijd bezig met politiek. Hij was vele jaren secretaris van de Boerenbond in Riethoven. Hij heeft ook kandidaat gestaan op de kieslijst van de KVP. Eigenlijk was hij een beetje het brein van de boeren in Riethoven. En hun spreekbuis richting de politiek.

Ook mijn moeder was enorm betrokken op het maatschappelijk gebeuren. Ik kan me een amper een kwestie indenken die niet aan onze keukentafel werd bediscussieerd.”

Waren uw ouders zogezegd katholiek in leer én leven?

„Mijn moeder zeker. Zij was fel anti-abortus en uit volle overtuiging actief in de prolifebeweging van pater Koopmans. Die ging geregeld naar Den Haag om de rozenkrans te bidden op het Plein tegenover het Tweede Kamergebouw.”

Heeft uw moeder haar opvatting over de beschermwaardigheid van het leven kunnen overdragen op u?

„Nee, ik heb alleen het sociaal geëngageerde van haar overgenomen. Het religieuze gedachtengoed niet. Kijk, het mag wat mij betreft niet zo zijn dat een vrouw zich om sociaal-maatschappelijke redenen gedwongen voelt af te zien van de geboorte van een kind. Als dat gebeurt, moeten we nodig aan de slag met het verbeteren van onze voorzieningen. Maar abortus principieel afwijzen, zoals mijn moeder deed, gaat mij een stap te ver. Dan ga je echt voorbij aan het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw.”

Heeft het uw moeder pijn gedaan dat u gaandeweg van uw katholieke wortels bent losgeraakt?

„Ze heeft me zeker meerdere keren gevraagd: Henk, wat moet je toch bij die SP? Maar ze heeft ook meegemaakt dat ik raadslid werd, en later wethouder en Kamerlid en daar had ze gelukkig ook wel weer bewondering voor.”

Het is niet iets dat altijd tussen u en uw moeder in is blijven staan?

„Mijn moeder is nu bijna 94. Ze is fors dementerend. Inmiddels woont ze in een verpleeghuis. In Nuenen, bij mijn zus op het dorp. Zo’n twee, drie keer per week ga ik meerdere uren bij haar langs, maar aan een gesprek over hoe het allemaal is gelopen komen we nu dus niet meer toe.”

Geluk is voor u dienstbaarheid aan de mensheid. Brengt het bezoeken van een oude moeder ook geluk?

„Mij wel. Zeker. Ik denk vanwege de onthaasting waaraan ik mezelf moet overgeven als ik bij haar kom. Zondag waren mijn vrouw en ik er van pakweg drie tot zeven. In die tijd drinken we thee, help ik mijn moeder een keer of twee naar het toilet en geef ik haar eten. Zaken die je zelf in een halfuurtje redt, als het moet in een kwartier.

Natuurlijk zie ik de verpleging worstelen met de vraag: hoe breien we het allemaal weer rond? Verpleeghuizen zijn bijna een soort hospices geworden; de levensverwachting van de mensen die er binnenkomen is gemiddeld genomen een maand of zeven, acht. Dat maakt het werken er, in combinatie met de onderbezetting en de personeelstekorten, gigantisch zwaar.

Wat dan wel weer leuk is, is dat veel bewoners mij inmiddels aanzien voor een broeder, een hulpverlener. Dus als ik er ben, probeer ik ook wat mensen bij elkaar te zetten van wie ik denk: Die fleuren daar vast iets van op. Soms breng ik iemand naar m’n moeder en dan zet ik ze bijvoorbeeld samen aan de thee. De verpleging komt daar vaak niet aan toe en mijn moeder heeft in haar situatie natuurlijk ook haar moeilijke momenten. Des te mooier als dat dan tussen de bedrijven door zo kan.”

Door actief te worden voor de SP werd u huisarts, raadslid, wethouder en Kamerlid. Waar eindigt het?

„Ik heb geen flauw idee. De SP is voor mij het middel gebleken om mezelf ten dienste te kunnen stellen van de samenleving. Zolang ik daar mee kan doorgaan, is het goed. Weet je, toen ik wethouder werd, schreven de media dat Van Gerven op het pluche beland was. Maar ik zat op het stadhuis te kijken hoe ik het inkomen van mensen die in een uitkering zaten substantieel kon verhogen, om maar wat te noemen. Bijvoorbeeld via een toeslagenregeling. Vanwege mijn werk in Ons Medisch Centrum in Oss heette ik een rooie dokter. Maar ik deed gewoon wat ik dacht dat goed was voor de mensen. En zo is het nog steeds.”

Henk van Gerven, Tweede Kamerlid voor de SP. beeld RD, Henk Visscher

Henk van Gerven

Henk van Gerven (1955) werd geboren in het Noord-Brabantse Riethoven (gemeente Bergeijk). Als SP-zorgwoordvoerder kreeg hij in 2012 gedaan dat brillen voor kinderen met ernstige oogafwijkingen tot 18 jaar weer uit het basispakket werden vergoed. De Vereniging tegen de Kwakzalverij kende hem in 2016 vanwege zijn kritische Kamervragen de Bruinsma-erepenning toe.

Als woordvoerder landbouw brak hij in 2016 in een initiatiefnota een lans voor meer groeikansen voor de biologische landbouw. Drie jaar daarvoor riep Natuurmonumenten hem uit tot Groenste Politicus van het jaar.