Kamerleden kiezen favoriete beeld bij Binnenhof

Van Helvert en Nolens. beeld RD, Henk Visscher
8

Het Reformatorisch Dagblad vroeg Kamerleden naar hun favoriete beeld in of om het Binnenhof. Fotograaf Henk Visscher maakte de foto’s, journalist Gerard Vroegindeweij ging met de politici in gesprek.

Van Helvert (CDA) - Nolens

CDA-Kamerlid Martijn van Helvert ‘ontmoet’ de rooms-katholieke voorman Willem Hubert Nolens.

Een priester uit Limburg die de Tweede Kamerverkiezingen van 1918 en 1922 won. Nolens fikste het. De katholieke volkspartij kreeg tweemaal achtereen de meeste stemmen. Veel protestanten reageerden geschokt. Voor de katholieken was het echter een overwinning; zij voelden zich destijds nog vaak tweederangsburgers.

Nolens zocht naar een coalitie samenwerking met protestanten. Hij wilde verbinding. Niet uit noodzaak, maar uit principe. Dat bewonder ik in hem.

Even was ter sprake dat de priester zou aantreden als premier, maar Nolens snapte dat dat in het protestantse Nederland van toen te gevoelig zou liggen. Daarom schoof hij de Limburgse commissaris van de koningin, Ruijs de Beerenbrouck, naar voren.

Ik bewonder Nolens ook omdat hij trouw aan de katholieke kerk bepleitte én trouw aan het vaderland. Velen zagen indertijd rooms-katholieken met enige argwaan omdat ze trouw waren aan de paus en aan Rome. Critici dachten dat je dan niet solidair kon zijn aan het vaderland en aan de koningin, Wilhelmina. Nolens stelde dat beide kan.

Nolens stond in 1918, na de Eerste Wereldoorlog zij aan zij met de koningin om te voorkomen dat Nederlands grondgebied naar België zou gaan. Daarvoor had hij al ‘geregeld’ dat er vanuit Vaticaanstad soort excuses kwamen nadat de paus in een encycliek wat minder mooie dingen over de Reformatie en protestantse vorsten had geschreven. Ook daarin was Nolens de verbinder. De koningin waardeerde hem. Ze stelde dat Nolens Limburger en katholiek was, maar toch „een gunstige indruk” maakte.

Vaderlandsliefde kan dus samengaan met een sterk religieuze voorkeur. Daar kunnen we anno 2020 wat van leren als het gaat om moslims in onze samenleving. Laten moslimleiders en imams zich daar ook sterk voor maken, zou mijn oproep zijn.

Een tweede les is was mij betreft dat als christenen samenwerken, ze een sterk blok kunnen vormen. Het aantal christelijke politici is nu kleiner dan destijds, maar het aantal christenen in Nederland is nog steeds aanzienlijk.

Wat ik heb begrepen, is dat Nolens soms nors kon reageren. Dat moeten we maar niet van hem overnemen. Als mensen te lang op zijn kamer bleven hangen, tikte hij met zijn ring tegen een inktpotje om aan te duiden dat die persoon beter kon gaan. Dat is natuurlijk niet zo beleefd. Maar het past binnen de katholieke traditie om hem dat te vergeven omdat zijn doel vast heel nobel was. Nolens was een hardwerkende en ijverige priester in de politiek.”

Van der Molen en Kuyper. beeld RD, Henk Visscher

Van der Molen (CDA) - Kuyper

CDA-Kamerlid Harry van der Molen ‘ontmoet’ de antirevolutionaire voorman Abraham Kuyper.

„Abraham Kuyper (1837-1920) was een duizendpoot. Velen op het Binnenhof kijken vooral naar politieke werk: hij richtte onder meer de Anti-Revolutionaire Partij op, een van de voorlopers van het CDA, en was van 1901 tot 1905 minister-president. Maar van even grote waarde is dat hij de Vrije Universiteit stichtte. Ook was hij de motor achter de totstandkoming van de Gereformeerde Kerk en van De Standaard, een christelijke krant. Het ging hem om soevereiniteit in eigen kring; hij maakte daar veel werk van.

Kuyper was aanvankelijk vrijzinnig in zijn geloofsopvatting, maar tijdens zijn predikantschap zag hij dat veel gemeenteleden het geloof bevindelijk beleefden. Dat leidde tot een omkering in zijn leven.

In zekere zin was hij een populist. Hij schuwde het scherpe woord niet. Maar toch is hij anders dan de huidige populisten. Die willen afbreken, Kuyper wilde opbouwen.

Een belangrijke les is die we van hem kunnen leren is de plek die hij toekende aan het maatschappelijke middenveld. De altijddurende politieke discussie in ons land gaat over de vraag of de overheid alles moet regelen of dat we zo veel mogelijk aan de markt moeten overlaten. Kuyper bepleitte een tussenweg, namelijk de verantwoordelijkheden zo veel bij de samenleving leggen. Daarmee legde hij de basis voor de houding van de christendemocratie. Het CDA zit nog steeds op die lijn. Dat inspireert mij.

Ik ben Kuypers werk gaan lezen toen ik hem in een Amerikaans boek tegenkwam. Toen merkte dat er in Amerika zelf een centrum bestaat dat zijn werken bestudeert en toepasbaar maakt voor het heden.

We zijn volgens mij weer terug op het punt waar Kuyper begon. Hij verzette zich tegen een liberale samenleving. Ook nu maakt het liberalisme zich weer breed. Daarom is het niet verkeerd om zijn manier van denken opnieuw te waarderen. Zo ontkom je aan de valkuil dat er maar één alternatief is voor het marktdenken, namelijk dat we alles aan de staat moeten overlaten. We moeten weer voor kiezen voor de lijn van Kuyper. De oplossingen voor de problemen in onze samenleving komen uit het politieke midden.”

Otten en Fortuyn. beeld RD, Henk Visscher

Otten (Groep Otten) - Fortuyn

Senator Henk Otten (Groep Otten) ‘ontmoet’ Pim Fortuyn (LPF).

„Pim Fortuyn fascineerde mij al langer en zeker vanaf het moment dat hij in 2001 besloot de politiek in te gaan. Hij vond dat er iets nieuws moest komen, los van de traditionele partijen.

Fortuyn had moed, intellect en veerkracht. Hij was zijn tijd ver vooruit en durfde de vinger op de zere plek te leggen. Hij maakte bespreekbaar dat de integratie was mislukt en vond dat er betere politici moesten komen. Hij verzette zich ook tegen middelmatigheid. Dat sprak mij enorm aan.

Er was begin deze eeuw veel onvrede in de samenleving. Fortuyn gaf daar een stem aan. Hij kon het briljant verwoorden en wist allerlei soorten mensen te raken; van arbeiders tot ondernemers en van arm tot rijk.

Ik was hogelijk verbaasd dat Leefbaar Nederland in februari 2002 Fortuyn liet vallen na een interview in de Volkskrant waarin de aspirant-politicus stelde dat de islam een achterlijke cultuur is. Het wegsturen van Fortuyn was de grootste blunder die de oprichter van Leefbaar Nederland, Jan Nagel, ooit heeft begaan. Fortuyn ging daarna zijn eigen partij oprichten, de Lijst Pim Fortuyn (LPF). Ik werd lid.

Fortuyn was echter geen heilige. Nadat hij was vermoord op 6 mei 2002 is hij door velen verheerlijkt. Aan dat gedweep deed ik niet mee. Ik heb me in het openbaar tot op heden vrijwel nooit over hem uitgelaten.

Fortuyn kon geen partijorganisatie opzetten en juiste mensen om zich heen verzamelen. Dat leidde er uiteindelijk toe dat het kabinet met de LPF erin na een halfjaar reeds uit elkaar viel.

Een belangrijke les die ik van hem meeneem is dat we kerk en staat helemaal moeten scheiden. Dat zal ook een van de speerpunten zijn van de Partij voor de Toekomst, waar ik nu met Henk Krol (ex-50PLUS) de schouders onder zet. De scheiding tussen kerk en staat was ook een van de breekpunten tussen mij en Baudet van Forum voor Democratie. Hij flirt steeds met religie in de politiek; daar ben ik tegen. Ik sta voor een seculiere koers, net als Fortuyn.

Baudet is een narcistische ”posterboy” die niet de leiderschapskwaliteiten heeft om de boel bij elkaar te houden. Hij schuurt ook geregeld aan tegen de SGP. Maar het heeft geen zin om daar steeds op terug te kijken. Ik ben nu van de Partij voor de Toekomst en wil vooruitkijken. Net als Fortuyn.”

Arib en Groeneweg. beeld RD, Henk Visscher

Arib (PvdA) - Groeneweg

Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) ‘ontmoet’ Suze Groeneweg (SDAP).

„Suze Groeneweg was het eerste vrouwelijke Tweede Kamerlid en daarmee een belangrijke wegbereider voor vrouwen in de politiek. Ze kwam in 1918 in het parlement. Ze zag het algemeen kiesrecht als een essentieel onderdeel van de emancipatie van de vrouw.

Suze Groeneweg heeft als Tweede Kamerlid een belangrijke bijdrage geleverd aan het debat over onder meer onderwijs, moederschap en het recht op betaald werk voor vrouwen.

Ik denk dat vooral de symboolwerking van het Kamerlidmaatschap van Suze Groeneweg belangrijk is geweest. Voor het eerst waren vrouwen vertegenwoordigd in het parlement, praatten vrouwen mee over wet- en regelgeving, kregen vrouwen letterlijk een stem.

Groeneweg was eigenzinnig en autonoom. Ze deed dingen op haar eigen manier. Ze had niets met vrouwenorganisaties, ook niet binnen haar eigen SDAP. Ze vond het maar niets dat een clubje vrouwen zich afzonderde en daar aardig en lief tegen elkaar ging zitten doen.

Ik herken me wel een beetje in haar achtergrond en opvattingen. Suze Groeneweg was geen zondagskind. Ze kwam uit een eenvoudig arbeidersgezin, met een vader die zijn brood verdiende op het land en als uitbater van een winkeltje. Haar moeder was maar zes weken naar school geweest en had later zichzelf leren lezen en schrijven. Tegen de zin van haar vader, maar dankzij het doorzettingsvermogen van haar moeder kon Suze doorleren. Iedere lesdag liep ze ’s ochtends twee uur naar school en ’s middags weer twee uur terug. Later ging ze aan de slag als onderwijzeres. Overal om haar heen was armoede. Ze trok zich dat erg aan. Haar sociale bewogenheid was reden om politiek actief te worden voor de SDAP.

Ondanks de strijd van Suze Groeneweg is nog altijd geen sprake van een gelijke verdeling tussen vrouwen en mannen. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in de politiek. Op dit moment zitten er maar 49 vrouwen in de Tweede Kamer, dat is nog geen derde van het totaal. Ik hoop dat partijen zich dit aantrekken en bij het samenstellen van de lijsten kiezen voor net zo veel vrouwen als mannen. Er zijn genoeg vrouwen met de juiste kwaliteiten, daar ben ik stellig van overtuigd.”

Asscher en Den Uyl. beeld RD, Henk Visscher

Asscher (PvdA) - Den Uyl

PvdA-fractievoorzitter Lodewijk Asscher ‘ontmoet’ Joop den Uyl (PvdA).

„Het belangrijkste motto van Den Uyl luidde: Deel kennis, macht en inkomen. Dat was kenmerkend voor de vroegere voorman van mijn partij. Als premier probeerde hij de slogan in de jaren zeventig van de vorige eeuw in de praktijk te brengen. Hij maakte zich sterk voor scholing van iedereen, werkte aan gelijkwaardigheid voor alle mensen en bepleitte bestaanszekerheid voor de minstbedeelden. Hij leverde een blijvende bijdrage aan de manier waarop we in Nederland naar de samenleving kijken.

De slogan van de PvdA-voorman heeft anno 2020 niets aan actualiteit verloren. Kennis, macht en inkomen zijn nog steeds ongelijk verdeeld. Er gebeurt veel in het onderwijs, maar het nieuwe goud zijn de data. En die bevinden zich in de handen van een beperkt aantal multinationale bedrijven. Dat is niet wenselijk. Ook de aandeelhouders van grote bedrijven hebben te veel macht. Ze onttrekken zich aan democratische besluitvorming. Daarom moeten er meer taken naar de ondernemingsraden. Rond de verdeling van inkomen maakten we goede stappen, maar de vermogensongelijkheid loopt nog steeds de spuigaten uit. Den Uyl pleitte voor vermogensaanwasdeling. Dat klinkt mij niet gek in de oren. Ons verkiezingsprogramma zal als het gaat om verdeling van kennis, macht en inkomen concrete voorstellen bevatten.

Bijzonder aan Den Uyl vind ik dat hij na zijn premierschap weer plaatsnam in de Tweede Kamer. Daar voelde hij zich niet groot voor. Hij bleef een volksvertegenwoordiger in hart en nieren en deed zijn werk ook toen nog vol vuur. Dat inspireert mij. Ik ben na het vicepremierschap in het vorige kabinet ook in de Tweede Kamer gegaan. Ik vind het mooi om mensen een stem te geven in het parlement. Zijn gepassioneerde manier van werken spreekt mij ook enorm aan.

Den Uyl verwachtte veel van de overheid. Dat was vanzelfsprekend in die tijd. Nu doet de overheid op veel terreinen een stapje terug. Maar dat kan zomaar veranderen; kijk naar de grote rol die de overheid speelt bij de bestrijding van het coronavirus. Als de nood aan de man is, kijkt iedereen toch naar Den Haag.

Den Uyl was niet goed in afscheid nemen. Hij draalde met het overdragen van het stokje aan Wim Kok. Er zit een risico aan verslaafd zijn aan je werk. Ik wil dat voorkomen.”

Van Gent en Thorbecke. beeld RD, Henk Visscher

Van Gent (VVD) - Thorbecke

VVD-Kamerlid Tobias van Gent ‘ontmoet’ de liberale voorman Thorbecke.

„Thorbecke is een van de drie grote staatsmannen uit onze geschiedenis. De andere twee zijn Johan van Oldenbarnevelt en Johan de Witt. De liberaal Thorbecke is dé grote man achter de Grondwetsherziening van 1848. Hij legde het fundament voor onze parlementaire democratie zoals we die nu kennen.

Niet langer de koning, maar de ministers droegen vanaf dat moment verantwoordelijkheid voor het regeringsbeleid. De Tweede Kamer kreeg veel meer invloed en ging het regeringsbeleid controleren. De herziening was in zekere zin een vreedzame revolutie. Koning Willem II speelde daarin een belangrijke rol.

Feitelijk redde Thorbecke het koningshuis. Het systeem van ministeriële verantwoordelijkheid maakte de koning onschendbaar. De autoritaire macht van de koning van voor 1848 accepteerde Nederland niet meer. Van Willem II wordt gezegd dat hij op een nacht als conservatief ging slapen en als liberaal wakker werd.

Ook allerlei vrijheden, waaronder de vrijheid van godsdienst, van meningsuiting en van onderwijs, verankerde Thorbecke in de Grondwet. Dat leidde tot emancipatie van rooms-katholieken, socialisten en de kleine luyden, de gereformeerden van Abraham Kuyper. Ze gingen politiek bedrijven en politieke partijen vormen.

Het kiesrecht was na 1848 nog beperkt tot welvarende mannen. Pas in 1918 kwam er algemeen kiesrecht.

Het beroemde huis van Thorbecke met gemeenten, provincies en de landelijke overheid onderging weliswaar enkele verbouwingen, maar staat grotendeels nog steeds. Wel is er een verdieping op gekomen: de Europese Unie.

Een uitdaging voor de toekomst is de vraag of we nog wel in het juiste ‘huis’ wonen. Maar staatkundige hervormingen zijn lastig. Als je kijkt naar de geschiedenis zijn er twee voorwaarden voor het realiseren van staatkundige veranderingen: er moet sprake zijn van een crisis en de liberalen moeten aan de macht zijn.

Thorbecke was een visionair. Het is goed dat hij meerdere standbeelden in Den Haag kreeg. Ik studeerde ooit geschiedenis en heb respect voor de moed en het inzicht van deze grote liberaal. We moeten het belang van historische kennis niet onderschatten.”

Bruins en Van Oranje. beeld RD, Henk Visscher

Bruins (CU) - Van Oranje

ChristenUnie-Kamerlid Eppo Bruins ‘ontmoet’ Willem van Oranje.

„Vanachter mijn bureau kijk ik uit op het Plein. Daar staat hij op zijn sokkel: Willem van Oranje. Hij werd tijdens de Nederlandse Opstand in de zestiende eeuw een van de belangrijkste aanvoerders in de strijd tegen de Spaanse koning Filips II. Een strijd die hij met de dood moest bekopen. Hoewel hij het niet heeft meegemaakt, speelde hij een belangrijke rol in de totstandkoming van Nederland.

Er zijn maar weinig personen in de Nederlandse geschiedenis waar zo’n mythevorming omheen is ontstaan. Dat maakt hem ontzettend boeiend. Willem van Oranje, is uitgegroeid tot de Vader des Vaderlands, en tot symbool van gewetensvrijheid en verdraagzaamheid. In de Republiek, die na de Tachtigjarige Oorlog ontstond, was er ruimte voor mensen die elders werden vervolgd. Die vrijheid en verdraagzaamheid moeten we in Nederland koesteren. De ChristenUnie komt op voor vrijheid: de vrijheid om te geloven, de vrijheid om voor je kind een school te kiezen die past bij de opvoeding thuis. We willen geen overheid die zegt wat je moet denken, maar een overheid die je uitdaagt om zelf te denken.

Soms lijkt het vandaag de dag „wij of zij” te zijn; De winst van de ene groep betekent het verlies van de andere. Maar Nederland is een land van minderheden dat door te polderen eruit moet komen. De grondwettelijke vrijheden zijn daarom belangrijker dan ooit. Overigens was Willem van Oranje in zijn tijd niet onomstreden. Volgens een predikant uit zijn tijd was de moord een straf van God. We zien door de eeuwen heen sommige kenmerken vergroten en andere, negatieve kenmerken verkleinen. Standbeelden kunnen bijdragen aan persoonsverheerlijking. Dat is niet goed. Maar standbeelden kunnen óók helpen bij het in stand houden van ons collectief geheugen en het koesteren van onze nationale geschiedenis.

Het standbeeld van Willem van Oranje is opgericht voor datgene waar hij symbool voor staat: de vrijheid in ons land. Het is goed voor om met elkaar te praten over onze gezamenlijke geschiedenis en er vragen over te stellen. Zonder geschiedenis, zonder tradities en verhalen is er geen cultuur. Goede zaken herdenken, zonder foute dingen te bagatelliseren. Laten we daar het gesprek over voeren.”

Van der Staaij en Groen van Prinsterer. beeld RD, Henk Visscher

Van der Staaij (SGP) - Groen van Prinsterer

SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij ‘ontmoet’ de antirevolutionaire voorman Groen van Prinsterer.

„Journalist, historicus, Tweede Kamerlid en grondlegger van de protestants-christelijke politiek in het Nederland van de 19e eeuw. Zo staat Groen van Prinsterer te boek. Zijn werk bleek van onschatbare waarde. Tot op de dag van vandaag.

Ik bewonder zijn zelfstandige meningsvorming, zijn eruditie en zijn trouw aan het Woord van God. Daar kunnen we lessen uit trekken Hij toonde aan dat in bepaalde beginselen al heel veel ligt opgesloten waaraan politici vandaag nog geen consequenties verbinden, maar morgen of overmorgen wel. Dat profetische denken kenmerkte Groen.

Hij is voor mij als een vaderlijke vriend. Zijn boeken zijn zo sprekend en persoonlijk. Toen ik aan het begin van mijn politieke loopbaan stond, raadpleegde ik hem vaak. En doe dat nu nog geregeld. Zijn notie om dwars door alles heen te vertrouwen op de leiding van God, spreekt mij erg aan.

Er zit in het denken van Groen een zekere ontwikkeling, bijvoorbeeld ten aanzien van het onderwijs. Aanvankelijk wilde hij dat al het openbaar onderwijs Bijbels onderwijs zou zijn, maar later streefde hij naar bijzonder onderwijs naast het openbaar onderwijs. Hij hield zijn idealen, maar zocht wel naar manieren om die beginselen toe te passen in de tijd waarin hij leefde. Een zekere beweeglijkheid was hem niet vreemd.

Wat mij opvalt, is dat Groen zich gezond conservatief opstelde tegenover moderne staatsrechtelijke bespiegelingen. Dankzij Groen staat in onze Grondwet niet dat de hoogste macht bij het volk ligt. In de ons omringende landen is de volkssoevereiniteit wel verankerd in de Grondwet.

Aan de andere kant nam hij afstand van de conservatieven uit zijn tijd door zich te verzetten tegen slavernij. Groen laat ons zien dat Bijbelse politiek nooit helemaal is te vereenzelvigen met conservatieve, maar ook niet met progressieve politiek.

Bij de onthulling van het borstbeeld in 2001 merkte de toenmalige CDA-fractievoorzitter Jaap de Hoop Scheffer op dat de SGP, die mede het initiatief nam voor het beeld van Groen, ook voorzichtig aan heiligenverering ging doen. Dat was natuurlijk gekscherend bedoeld. SGP’ers knielen niet voor beelden, maar houden goede herinneringen wel graag levend.”