Kamer eens met uitbreiden Grondwet

beeld ANP, Robert Vos

Het non-discriminatieverbod uit artikel 1 van de Grondwet dient te worden aangevuld met de verbodsgronden seksuele gerichtheid en handicap.

Een initiatiefwet van D66, GroenLinks en PvdA om dat te regelen, haalde dinsdagmiddag een ruime meerderheid in de Tweede Kamer. Alleen PVV, SGP, PVV en Van Haga waren tegen.

Over de steun voor de initiatiefwet waren door VVD, CDA, D66 en ChristenUnie al afspraken gemaakt in het regeerakkoord.

Sinds de laatste Grondwetsherziening uit 1983 noemt artikel 1 al de verbodsgronden godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht. Op initiatief van het toenmalige CPN-Kamerlid Markus Bakker kwam daar nog achteraan: „of op welke grond dan ook.”

Dit initiatief om het artikel nog verder aan te vullen, dateert al van tien jaar terug. Als verklaring voor die lange duur zei D66-Kamerlid Vera Bergkamp maandagavond in de talkshow M dat zij eerst werk had willen maken van het aanpassen van de algemene wet gelijke behandeling.

Bergkamp nam in 2012 de verdediging van het wetsvoorstel over van haar voorganger Boris van der Ham.

Tijdens de behandeling van de wet tekende zich al een royale Kamermeerderheid af. Alleen PVV, SP en Forum toonden zich sceptisch. Volgens SP-woordvoerder Jasper van Dijk waren er nog wel tien gronden te benoemen waarop discriminatie niet is toegestaan, maar dinsdag slikte de fractie haar bezwaren in.

SGP-woordvoerder Roelof Bisschop keerde zich van meet af aan tegen de aanvulling. In navolging van Van Dijk noemde hij het enkel noemen van de verbodsgronden seksuele gerichtheid en handicap willekeurig en arbitrair. Slechts twee smaken waren in de ogen van de SGP’er juridisch correct: ofwel artikel 1 versoberen, of het uitbreiden overeenkomstig artikel 21 van het Handvest van de Europese Unie. Dat artikel bevat wel tien verbodsgronden, waaronder ook taal, geboorte en het behoren tot een nationale minderheid.

Via een eigen wijzigingsvoorstel bracht Bisschop zijn versoberingsoptie dinsdag in stemming. Concreet zou in artikel 1 dan alleen nog komen te staan dat discriminatie op geen enkele wijze is toegestaan, maar daarvoor bleken behalve de SGP alleen FVD en Van Haga te porren.

Volgens D66, GroenLinks en PvdA is de verruiming met alleen de gronden seksuele gerichtheid en handicap wel degelijk goed te verdedigen. Verbodsgronden voor discriminatie horen volgens de drie in de Grondwet te komen als teken van constitutionele rijpheid. Oftewel, als het eindpunt van een emancipatiestrijd, als dergelijke verboden daarvoor al in lagere wetten zijn vastgelegd.

Is een discriminatieverbod eenmaal opgenomen in de Grondwet, dan stimuleert dat de overheid ook om met ondersteunend beleid te komen, zeiden de indieners vorige week in het debat. Bovendien is er dan sprake van een maximale juridische verankering.

Zo ver is het overigens nog niet. Ook de Eerste Kamer moet het voorstel van de drie later dit jaar nog goedkeuren. Na de verkiezingen moet het nogmaals langs beide Kamers. In die tweede ronde is er bij de stemmingen geen gewone meerderheid nodig, maar een gekwalificeerde, waarbij tweederde van de parlementariërs voor moet zijn.