Kabinet: Geen IS-kinderen ophalen uit Syrië

Grapperhaus. beeld ANP

Het kabinet blijft erbij dat kinderen van Syriëgangers die in IS-gebied verkeren niet worden opgehaald. Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) creëerde dinsdagavond verwarring door te zeggen dat onderzocht wordt of kinderen van Syriëgangers uit kampen in Syrië gehaald kunnen worden. Een woordvoerder benadrukt dat hij het daar over één specifieke zaak had, en dat er aan het kabinetsbeleid niets verandert.

De rechtbank in Rotterdam oordeelde vorige maand dat een Nederlandse vrouw die in een kamp in Noord-Syrië zit, en die haar rechtszaak hier wil bijwonen, moet worden uitgeleverd. Het is belangrijk dat alles wordt gedaan om haar in Nederland te krijgen, vindt de rechtbank.

Naar die specifieke zaak doet de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid nu onderzoek, aldus de woordvoerder. „We onderzoeken hoe we die uitspraak kunnen uitvoeren.” Over de inhoud van het onderzoek, of hoelang het gaat duren, kon ze niets zeggen, behalve dan dat de zaak „zeer complex” is.

De 23-jarige vrouw heeft een jong kind en is hoogzwanger. Ze was getrouwd met een jihadist uit Antwerpen en reisde in 2013 naar Syrië af. Ze zit nu in een vluchtelingenkamp in Noord-Syrië, dat onder gezag staat van de lokale Koerdische autoriteiten.

„De kinderen moeten daar weg. Ze moeten daar niet in een kamp zitten”, zei Grapperhaus dinsdag ook in de uitzending van Pauw. Maar dit moet niet worden gezien als een concreet voorstel of nieuw beleid, legt de woordvoerder uit, maar als een breed gedeeld gevoel. „De meeste mensen zijn het er toch over eens dat die kinderen daar niet zouden moeten zitten. Ze zitten door toedoen van hun ouders in deze schrijnende situatie.”