IND vindt nauwelijks oorlogsmisdadigers tussen asielzoekers Syrië

beeld Sjaak Verboom

Tussen Syrische asielzoekers die tijdens de burgeroorlog naar Nederland kwamen, zitten vrijwel geen oorlogsmisdadigers. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft de groep opnieuw tegen het licht gehouden. Eén Syriër blijkt zo in de fout te zijn gegaan dat hij Nederland moet verlaten.

Oorlogsmisdadigers vind je vooral onder jonge mannen, leerde eerder onderzoek volgens de IND. Daarom heeft de dienst zich nog eens gebogen over de asielaanvragen van 12.570 mannen uit Syrië tussen de 17 en 35 jaar, die voor 2015 zijn gearriveerd. Nu zocht de IND, anders dan bij hun aankomst, wel sociale media af naar aanwijzingen dat zij zich aan wandaden hebben bezondigd.

Van de 63 zaken waarin zulke aanwijzingen zijn gevonden, zijn er 55 alsnog afgesloten zonder genoeg bewijs om de verblijfsvergunning in te trekken. Zeven onderzoeken lopen nog.

Eén Syriër mag dus niet in Nederland blijven, maar hij kan ook niet naar Syrië terug. Of hij hier wordt vervolgd, is onduidelijk. De IND licht in zulke gevallen wel altijd het Openbaar Ministerie in.

Ook zijn in een aantal zaken „signalen met betrekking tot de nationale veiligheid geconstateerd”, schrijft staatssecretaris Ankie Broekers-Knol aan de Tweede Kamer. Hoeveel dat er zijn, of en hoe de veiligheid van Nederland in het geding was, en wat er met deze signalen is gebeurd, laat ze in het midden.

Het onderzoek naar oorlogsmisdaden bracht en passant aan het licht dat 223 asielzoekers hun verblijfsvergunning mogelijk hebben verspeeld. Ze hebben bijvoorbeeld een verkeerde nationaliteit opgegeven, hebben zich misdragen of zijn verhuisd. Van 29 mensen is de verblijfsvergunning ingetrokken. In 177 gevallen is het onderzoek nog niet af.

De burgeroorlog in Syrië woedt al sinds 2011. Het is nog altijd niet veilig genoeg om naar het land terug te keren, oordeelt Broekers. Dat betekent dat asielzoekers die langer dan vijf jaar geleden naar Nederland zijn gekomen, nu voorgoed mogen blijven.