„Gros besmettingen in familie en gezin”

Van Dissel. beeld ANP, Sem van der Wal

Redactie politiek

DEN HAAG. Het gros van de nieuwe bestemmingen met het coronavirus, namelijk 65 procent, vindt vooral nog plaats in familie- en gezinsverband.

Dat zei chef infectieziektenbestrijding prof. Jaap van Dissel van het RIVM donderdag tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer.

Ongeveer één op de zestien nieuwe besmettingen vindt nog plaats in verpleeghuizen. Tijdens de piek van de coronapandemie was dat nog een op de vijf.

Uit cijfers die het RIVM heeft verzameld blijkt dat het aantal intermenselijke contacten gedurende de pandemie afnam met zo’n 60 procent; van ruim 14 naar zo’n 6 per dag. „Een beperkt aantal personen onderhoudt ook nu dagelijks nog meer dan honderd contacten”, zo waarschuwde Van Dissel echter. „Zij kunnen fungeren als superverspreider als ze besmet zijn en zich onwetend en onbeschermd in een grote menigte begeven”, voegde hij eraan toe.

Cruciaal voor het goed kunnen monitoren van de virusverspreiding is het testen van burgers. Hiervoor hebben de GGD’en inmiddels meer dan 80 onderzoekslocaties ingericht. Tot en met begin deze week hebben ongeveer 180.000 mensen zich laten testen. Van hen bleek gemiddeld 1,4 procent besmet te zijn.

In 92 procent van de gevallen bleek de GGD in staat hun contacten binnen 24 uur te detecteren. Van de contactpersonen die zich vervolgens lieten testen omdat ze klachten ontwikkelden, blijkt zo’n 10 procent besmet te zijn. Van alle besmettingsgevallen die de GGD’en inmiddels registreerden, kwam de diensten er zo’n 16 procent via het bron- en contactonderzoek op het spoor.

Over de testbereidheid leven bij het RIVM overigens nog de nodige zorgen. Slechts 28 procent van de burgers met gezondheidsklachten is namelijk bereid zich te laten testen, zo wijst enquêteonderzoek uit. Het percentage dat bereid is om bij klachten thuis te blijven, is nog lager: 23 procent.