Grapperhaus: Overheid liet steken vallen in communicatie met kerken

Kerk en corona
Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid, op de tweede dag van een debat over maatregelen ter bestrijding van de corona-epidemie. beeld ANP, Remko de Waal

De nogal overrompelende manier waarop maandag werd besloten dat alle kerken hun diensten moeten afschalen tot maximaal dertig kerkgangers heeft hun bereidwilligheid om daaraan mee te werken geen goed gedaan.

Dat beaamde minister van Eredienst Ferd Grapperhaus donderdag in een Tweede Kamerdebat, in antwoord op vragen van SGP-voorman Van der Staaij.

Volgens de bewindsman is na de persconferentie van maandag 28 september, waarin strengere coronamaatregelen werden afgekondigd, onvoldoende met de kerken gecommuniceerd dat de overheid ook van hen aanvullende maatregelen verwachtte. De overheid dacht daarbij aan ingrepen die de groepsgroottes en de hoeveelheid sociale bewegingen van mensen aan banden zouden leggen, om zo een al te snelle verspreiding van het virus tegen te gaan.

Toen het ministerie en het CIO daar maandag alsnog toe besloten leek dat primair een afstraffing te zijn voor kerken zoals de hersteld hervormde gemeente in Staphorst, die zondag nog met honderden kerkgangers bijeenkwamen. Maar daarvan was geen sprake, verzekerde Grapperhaus. Dergelijke gemeenten kwamen „te goeder trouw” bijeen, zo zegt hij nu.

De bewindsman zei te hopen dat kerken zich snel over de „miscommunicatie” heen willen zetten en vervolgens aan de slag te gaan met extra veiligheidsmaatregelen. Vrijdag overlegt hij weer met de kerken over hoe de maatregelen eruit moeten zien.

In het debat tussen Grapperhaus en Van der Staaij kwam opnieuw het grondrecht van de vrijheid van godsdienst aan de orde. Daarbij beaamde de minister dat dit grondrecht de overheid verplicht om zoveel mogelijk te zoeken naar maatwerkoplossingen voor grote kerken, maar in het midden bleef of het ministerie kerken daar komende zondag al ruimte voor biedt.

Grapperhaus vindt niet dat de coronawet onterecht onderscheidt maakt tussen het recht op het belijden van godsdienst en religie en het recht op vereniging en vergadering. Als het aan hem ligt, komt er in de wet geen basis voor het beperken van groepsgroottes in kerkdiensten. „Maar aan vergaderingen van verenigingen kunnen we ook geen beperkingen stellen. Die vallen onder dezelfde uitzonderingsbepaling”, lichtte hij toe.