Gebrek aan heilig vuur in kabinet Rutte II

Tweede kabinet Rutte
Foto ANP

Nu Rutte II honderd dagen in het zadel zit, is het tijd voor een tussenstand. Is de ministersploeg goed uit de startblokken gekomen? Staat het beleid op de rails? En heeft de burger vertrouwen in deze regering? „Dit kabinet mist de grondstof van een bindende ideologie.”

Zelden zal een kabinet in de eerste weken van zijn bestaan zó tegenstrijdig beoordeeld zijn. Dwong de vernieuwende wijze van formeren (het kwartetspel van Wouter Bos) aanvankelijk bij velen bewondering af, en vergaapte de oppositie zich aan de snelle, doelgerichte en incidentloze formatie; al snel sloeg dat beeld radicaal om. De zorgpremieoproer binnen de VVD en het plotselinge vertrek van staatssecretaris Verdaas deed velen zich afvragen of we hier, in plaats van met professionals, misschien met politieke stuntelaars te doen hadden.

„De start van dit kabinet was sowieso geen goede”, stelt Gerard Drosterij, docent maatschappijleer en politiek commentator. Maar zijn echte kritiek op deze coalitie gaat dieper. „Ik was er in het begin al bang voor, maar na honderd dagen regeren weet ik het zeker: dit kabinet mist de grondstof van een bindende ideologie. Dat breekt Rutte en de zijnen op allerlei manieren op. Terwijl het toch die ideologische binding is waar het volk naar snakt.”

“Bruggen bouwen” was het motto waarmee deze ministersploeg aan de slag ging. „Maar in de praktijk zie je dat niet gebeuren. Het bruggen bouwen beperkt zich tot een zakelijk, technocratisch zoeken van overeenstemming op heel beperkte deelterreinen. Deze week was dat dan de woningmarkt.”

Wat Drosterij mist bij dit kabinet is dat hij geen enkele politicus ziet die zich echt tot het volk wendt. „Zeg maar, op de manier van Beatrix of Obama. Nee, men denkt dat men kan volstaan met een vlak, economisch en technisch betoog. Waarom zijn er wél steeds discussies over losse opmerkingen die een bepaalde politicus in bijvoorbeeld Nieuwsuur heeft gemaakt, terwijl we geen enkele minister zien die een lang tv-interview geeft, waarin hij namens het kabinet uitlegt dat we in een moeilijke tijd leven, dat we offers moeten brengen, en dat het niet anders kán dan dat elke burger pijn lijdt? Waarom hebben wij geen programma zoals de BBC, waarin bewindslieden rechtstreeks vragen uit het publiek beantwoorden?”

Als Drosterij rondkijkt, ziet hij eigenlijk alleen PvdA-leider Samsom die, „via onder meer Twitter, het beleid nog enigszins probeert te legitimeren. Rutte hoor je, als het hierom gaat, helemaal niet. Asscher moet zich in Den Haag nog settelen. Goed beschouwd ontbreekt het deze coalitie aan gezichtsbepalende figuren. Of het zou Schippers moeten zijn. Maar zij is in dit kabinet dan toch echt een witte raaf.”

Dat er niet met het volk gecommuniceerd wordt, komt volgens de politicoloog enerzijds doordat de huidige generatie politici het belang hiervan niet inziet. „Maar de diepste oorzaak is dat de coalitie werkelijk geen verhaal hééft. Het heilige vuur brandt niet.” Voor zover er in het regeerakkoord ideologie valt terug te vinden, is het die van een uiterst pragmatisch neoliberalisme. „Daarvan is minister Blok de verpersoonlijking. Zeker, in onderhandelingen gaat hij door tot hij een akkoord bereikt. Maar dan wel, zoals afgelopen week, met een flagrante schending van de onafhankelijkheid van de Eerste Kamer. En als het om binding gaat: hij is een ijskonijn, een steile liberaal, die voortdurend uitstraalt de taken van de staat minimaal te willen halveren.”

Samsom zou aan dat kille marktdenken tegenwicht moeten bieden, vindt Drosterij. „Toch zien we dat nauwelijks gebeuren. Hij blijft steken in de kreet ”de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen”. En misschien is dat ook wel weer begrijpelijk. Als je zijn Den Uyllezing van eind vorig jaar naleest, schrik je van de intellectuele armoede en van zijn behoorlijk rechtse standpunten.”

Geen wonder, aldus de docent maatschappijleer, dat deze coalitie niet swingt. „Bij Rutte I spatte er tenminste nog enig plezier van af. Men was zichbaar met elkaar in z’n nopjes. Er zou beleid komen waarbij „rechts Nederland zijn vingers kon aflikken.” Het was de kiezers volkomen helder welke kant het in Den Haag opging, namelijk de rechtse. Ook paars I had meer onderlinge binding en cement, al was het maar in de gezamenlijke afkeer van het CDA.”

Dat Rutte II geen enthousiasmerend verhaal heeft, zou iets minder erg zijn als het beleid vruchten zou afwerpen, meent Drosterij. „Als het met de portemonnee goed gaat, is de burger sowieso tevreden. Maar de economie raakt, zie de nieuwste cijfers van het CBS, alleen maar verder in een dip. Het lijkt wel of het fingerspitzengefühl om goed beleid te maken, zoals dat bij Lubbers en Kok nog aanwezig was, nu totaal ontbreekt.”


De honderddagentest

Toen Franklin D. Roosevelt in 1933 president werd, legde hij grote nadruk op de eerste honderd dagen van zijn bestuur. Amerika bevond zich in een economische crisis en Roosevelt wilde met zijn New Deal een vliegende start maken. Sindsdien zijn de eerste honderd dagen van een Amerikaanse president een belangrijke graadmeter voor zijn daadkracht en succes.

Ook in Nederland maken politici en journalisten na de eerste honderd dagen van een premier en een kabinet vaak even de balans op. Met name bij het kabinet-Balkenende IV pakte die evaluatie nogal negatief uit. Deze ministersploeg koos ervoor om, heel vernieuwend, eerst honderd dagen het land in te trekken om goed te luisteren naar de burger. Dat leverde mooie beelden op, bijvoorbeeld van PvdA’er Bos die naar een boom tuurt op zoek naar de gevaarlijke eikenprocessierups, of van CU’er Rouvoet die rondslentert voor een Burger King, op zoek naar dolende hangjongeren.

Tot veel nieuwe inzichten of concrete plannen leidde dit alles echter niet. Of het moest het grootse plan zijn dat het kabinet het aantal fietsendiefstallen wilde terugbrengen van 750.000 naar 650.000 per jaar...


Hordes voor het kabinet

Het kabinet nam deze week een belangrijke horde door een woonakkoord te sluiten met de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP. Maar er komen er nog meer.

Economie

Toekomstige groei overschatten en de negatieve effecten van bezuinigingen onderschatten, dat is wel een beetje de rode lijn bij het Centraal Planbureau (CPB) van de achterliggende jaren. Consequentie is dat groeiprognoses steeds neerwaarts worden bijgesteld en het begrotingssaldo van het kabinet verslechtert. Volgende maand komt het CPB met zijn nieuwe prognose en nu al is zeker dat om te kunnen voldoen aan de Brusselse tekortnormen nieuwe bezuinigingen, boven op het historisch gezien al omvangrijke huidige pakket, noodzakelijk zijn. In hun regeerakkoord conformeren VVD en PvdA zich aan die Europese spelregels en nu Nederland in de persoon van minister Dijsselbloem (Financiën) de eurogroep voorzit, heeft het kabinet ook echt wel wat uit te leggen als het afwijkt van die norm. VVD en PvdA zijn het hierover onderling ook verre van eens. Waar de VVD terugdringing van het overheidstekort tot beleidsspeerpunt maakte, was de PvdA voor de verkiezingen juist fel gekant tegen al te zwaar saneren op de korte termijn. De VVD trok tijdens de formatie de kaart van solide overheidsfinanciën, grote vraag is hoelang de PvdA meent dat die kaart geldig blijft.

Eerste Kamer

Het kabinet-Rutte I was in zoverre experimenteel, dat het om beleid te kunnen maken, moest leunen op gedoogsteun van de PVV –en later ook de SGP– in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Het huidige kabinet ontbeert ook een meerderheid, maar dan puur in de Senaat. De plannen die zijn neergeschreven in het regeerakkoord kunnen in dat licht dan ook worden beschouwd als een beginpunt van de discussie, zeker niet als een eindpunt. Iedere keer weer zal het kabinet met de pet in de hand rond moeten bij de oppositie, om voldoende steun te verwerven om de acht zetels die het voor een meerderheid ontbeert in de Senaat te kunnen ondervangen. Dat vereist stevige (en dure) concessies, zoals deze week pregnant zichtbaar werd bij de totstandkoming van het woonakkoord. Met plannen voor een sociaal leenstelsel voor studenten, de samenvoeging van provincies en forse hervormingen in de zorg en de sociale zekerheid nog voor de boeg, zit er nog meer dan genoeg in de pijplijn dat maakt dat het door VVD en PvdA bereikte compromis dat regeerakkoord heet, nog onder zware druk zal komen te staan.

Onderlinge chemie

Kabinetten van partijen die in elkaars verlengde liggen, hebben het voordeel terug te kunnen vallen op een gemeenschappelijke basis. Het huidige kabinet van VVD en PvdA ontbeert zo’n kader; de liberale leer verschilt immers nogal van die van de sociaaldemocraten. Om daar een mouw aan te passen kozen VVD en PvdA voor de strategie om niet zozeer beleid te ontwikkelen met een gedeelde ideologische onderbouwing, maar elkaar wat te gunnen. Zo kwam er een min of meer technocratische opsomming van concrete beleidsdoelstellingen tot stand waarin iedere verwijzing naar ideologie angstvallig werd vermeden en VVD en PvdA feitelijk een soort gedogers werden van elkaar. Dat gebrek aan eenheid, aan chemie, kan de samenwerking nog danig beproeven. De dagelijkse realiteit is immers niet zo statisch als het precaire evenwicht dat werd bereikt in het regeerakkoord. Als er dan geen gedeelde stip is aan de horizon en ook nog eens de peilingen tanen, groeit de individuele profileringsdrang en slinkt de bereidheid tot nieuwe, noodzakelijke concessies. Immers, PvdA en VVD zullen uit de paarse periode hun individuele lesje vast getrokken hebben: zorg dat je niet vormloos of onherkenbaar wordt, dan voorkom je politieke ongevallen, zoals de plotse opmars van een W. S. P. Fortuyn.