Een zorgpunt, een knelpunt en een wens

Visienota refoscholen
Minister Plasterk neemt de 'Visienota homoseksualiteit' in ontvangst op het Wartburgcollege in Rotterdam. Foto Sjaak Verboom Sjaak Verboom
3

Minister Plasterk is positief gestemd over het visiedocument van het reformatorisch onderwijs over homoseksualiteit. Maar hij heeft wel „een zorgpunt, een knelpunt en een wens.”

De visie van Plasterk, die verantwoordelijk is voor het homo-emancipatiebeleid, en die van de stuurgroep die het document opstelde, sporen niet helemaal met elkaar. De minister wil een derde emancipatiegolf uitlokken, waarbij sociale acceptatie centraal staat. Niet voor niets heet de nota die hij vorig jaar uitbracht ”Gewoon homo zijn”. De stuurgroep vindt sociale acceptatie geen optie en kiest voor de orthodoxe visie: zorg voor de zondaar en uitsluiting van de uitleving.

Welke elementen spreken u aan in de nota?

„Ik vind het goed dat het reformatorisch onderwijs zich bezint op het onderwerp homoseksualiteit. Vroeger werd er in deze kring nog wel eens gedacht dat het bij hen niet voorkwam. Die tijd lijkt nu gelukkig voorbij. Blij ben ik ook met de opmerking dat het geen doelstelling is om leerkrachten en leerlingen met een homoseksuele gerichtheid te veranderen, maar zorg te dragen voor hun psychisch welbevinden. Op dit punt spreekt er uit de nota veel warmte en dat waardeer ik. In de nota worden niet zomaar een aantal Bijbelteksten gelicht om homoseksualiteit af te keuren, maar er ligt ook veel nadruk op Bijbels geïnspireerde liefde.”

Had u dat niet verwacht, zo’n nota uit deze kring?

„Ik wist niet wat ik moest verwachten. Ik ben zelf rooms-katholiek opgevoed en ik weet niet zo veel van alle soorten en tinten protestanten. Sommigen zijn bijvoorbeeld hartstochtelijk voorstander van het homohuwelijk, anderen verfoeien het.”

Is de nota een goed uitgangspunt voor beleid dat scholen willen voeren?

„Zeker. Op veel onderwijsinstellingen komt het thema niet eens aan bod en daarom ben ik blij dat reformatorische scholen dit oppakken. Reformatorische mensen gaan niet lichtvoetig door het leven. Wat ze doen, willen ze goed doen. Ze zijn precies en willen weten wat de regels zijn. Ze zijn mensen van het woord; woord met een kleine letter en Woord met een hoofdletter.”

Maar diezelfde reformatorische mensen zijn wel bang dat er in de toekomst geen ruimte meer zal zijn voor hun opvattingen over homoseksualiteit. Kunt u die vrees wegnemen?

„Scholen zijn en blijven vrij om te onderwijzen dat ze praktiserende homoseksualiteit afwijzen. Die ruimte wil ik hun niet ontzeggen, maar ze moeten er dan wel altijd bij zeggen dat andere mensen er anders over denken. Scholen mogen immers ook doceren -en deze scholen doen dat ook- dat ze seksuele gemeenschap tussen ongetrouwde mensen van verschillend geslacht afwijzen. Ik zie dat in dezelfde lijn als het celibaat waarvoor priesters in de rooms-katholieke kerk kiezen. Het is een opvatting die in de samenleving mag bestaan. Het hoeft niet allemaal koekoek één zang te zijn.”

Wat vindt u minder geslaagd in de nota?

„Ik heb een zorgpunt en een knelpunt. Mij is heel duidelijk dat het reformatorisch onderwijs vanuit zijn visie op de Bijbel de homoseksuele praxis afwijst. Mijn zorg is of op de scholen voldoende aan bod komt dat er ook andere visies zijn: visies die homoseksualiteit gewoon vinden. In Nederland mogen mensen van gelijk geslacht zelfs met elkaar trouwen.

Het knelpunt betreft het personeelsbeleid. In de nota staat dat er voor leraren die besluiten een homoseksuele relatie aan te gaan, een passende oplossing moet worden gevonden. Daaruit leid ik af dat ontslag een mogelijke optie is. Maar dat kan dus niet. Ontslag vanwege het enkele feit dat iemand homoseksueel is of homoseksueel gedrag vertoont, mag volgens de Algemene wet gelijke behandeling niet.”

Hoe moet dat dan?

„Daarover zou ik met betrokkenen willen doorpraten. Ik hoop dat het denken niet stilstaat. Als twee mensen van gelijk geslacht geborgenheid bij elkaar vinden, trouw zijn en voor elkaar willen zorgen, dan moet dat toch kunnen? Count your blessings, tel uw zegeningen, zou ik zeggen.”