De zondag: breekpunt of spreekpunt?

Gemeenteraadsverkiezingen
3

De koopzondag plaatst christelijke raadsleden voor dilemma’s: hoe hoog mag de prijs van een principe zijn? Na 21 maart zal het vraagstuk ongetwijfeld opnieuw voor beroering zorgen. „Zondagsrust is een erg belangrijk punt, maar er zijn voor christenen heel veel erg belangrijke punten.”

Als een boemerang. Zo keerde de eis die SGP en CU in Bodegraven-Reeuwijk stelden toen zij daar in 2013 –na een crisis in de coalitie– de plek innamen van het CDA, kort daarop weer terug.

Het aantal koopzondagen, dat in 2012 door VVD, CDA en Burgerbelangen nog verruimd was tot twaalf, ging door de ‘coalitiewissel’ terug naar acht. In zijn werkkamer in het gemeentehuis stelt SGP-wethouder Jan Leendert van den Heuvel vijf jaar na dato desondanks spijt te hebben van die tactiek van slikken of stikken. „Wij realiseerden ons toen niet dat we met die strategie eigenhandig de voorstanders van zondagsopenstelling mobiliseerden. En de seculiere partijen zo een enorm thema bezorgden bij de campagne voor de raadsverkiezing van 2014.”

2018-03-17-ACC1-koopzondagC-5-FC_webDeel SGP’ers wil ruimte rond koopzondag

Dat beperkte de politieke mogelijkheden van de SGP vervolgens ernstig. Zodanig dat toen de partij na die verkiezingen opnieuw aanschoof bij de collegeonderhandelingen, het maximale wat zij daaruit wist te slepen een ietwat ingewikkelde formule was. De acht koopzondagen bleven voor gewone winkels bestaan, maar voor supermarkten zou een ”behoefte-inventarisatie” volgen. Van den Heuvel: „De animo voor supers om elke zondag open te gaan, hebben wij toen als SGP totaal onderschat. Nooit hadden we gedacht dat ze op één na allemaal open wilden.”

Maar wie a zegt, moet b zeggen en dus maakte wethouder Van den Heuvel geen voorbehoud bij het daaropvolgende collegevoorstel om de koopzondag voor supers tussen 12.00 en 17.00 uur –dus buiten de kerktijden– vrij te geven. Een historische avond volgde: voor het eerst in de partijgeschiedenis stemden op 19 november 2014 twee van de drie SGP-raadsleden voor een ruimere zondagsopenstelling. „Een stukje medeverantwoordelijkheid dragen voor iets waar je zelf beslist niet achter staat”, schetste fractieleider H. van der Smit die avond zijn dilemma.

Theoretisch kader

Het gebeuren in het doorgaans rustige kaasdorp bleef niet onopgemerkt. In de aanloop naar de stemming probeerde SGP-partijvoorzitter Van Leeuwen via het Reformatorisch Dagblad de Bodegraafse SGP-raadsleden zelfs nog wat te instrueren. Zonder expliciet op de lokale situatie in te gaan, schetste hij impliciet de marges voor SGP-politici in een drieslag: 1. Als het even kan: minder of helemaal geen koopzondagen. 2. Als dat niet lukt: minimaal handhaving van de bestaande situatie. 3. In elk geval nooit verantwoordelijkheid voor méér zondagsopenstelling.

Nog altijd kan Van den Heuvel met dat „theoretisch kader” niet uit de voeten. „Destijds niet omdat het kwam als mosterd na de maaltijd: we waren al jaren met de kwestie bezig en er zaten honderden uren werk in.” En nu nog steeds niet omdat het kader van de partijtop volgens de SGP-wethouder simpelweg „geen recht doet aan de complexiteit van de lokale discussie.” Elke situatie is immers anders, stelt hij. „Het maakt bijvoorbeeld nogal uit of je als SGP’er in Bodegraven opereert of in Barneveld.”

Wat Van den Heuvel betreft moet de partij lokale fracties daarom de vrijheid geven om rond koopzondagen hun eigen afwegingen te kunnen maken. Hierin staat de SGP’er niet alleen, zo blijkt uit een enquête die het Reformatorisch Dagblad verspreidde onder alle 697 raadsleden van ChristenUnie en SGP. Niet minder dan 43 procent van de deelnemende SGP-raadsleden denkt er net zo over als Van den Heuvel.

En als het aan de wethouder ligt, néémt hij straks die vrijheid ook. Want hoewel de koopzondag dit keer niet zo’n thema is als in 2014, heeft de raad volgens hem wel degelijk zijn zinnen gezet op wat hij noemt het laatste restje. „Winkels in het centrum zitten niet op extra koopzondagen te wachten, maar de bouwmarkten en een motorhandel in het buitengebied wil men net als de supermarkten toestaan om elke zondag open te gaan.”

Hoewel de SGP’er niet van plan is om hier zelf voor te stemmen, voelt hij evenmin aandrang om er met alle geweld voor te gaan liggen. Anders gezegd: een plekje in een nieuw college wil hij er liever niet om laten schieten. „Zeker niet nu voor dit plan sowieso een raadsmeerderheid te vinden lijkt. Als men het wil, regelt men het dus ook wel zonder ons.”

Minderheidsstandpunt

Een minderheidsstandpunt innemen in het college en een dergelijk besluit als vrije kwestie overlaten aan de raad, ligt in zo’n situatie voor de hand, meent Van den Heuvel. Ongeveer zoals de CU/SGP-fractie dat in 2014 in Dordrecht deed, toen die partij zich in de coalitieonderhandelingen neerlegde bij de grote raadsmeerderheid voor meer koopzondagen. Van den Heuvel: „Doe je dat niet, dan zet je volgens mij als partij je politieke kapitaal op een verkeerde wijze in.”

Volgens de wethouder moet de SGP er namelijk voor waken om bij besluiten over het al dan niet toetreden tot colleges onevenredig veel waarde toe te kennen aan de zondagsrust. „Begrijp me niet verkeerd: ik vind de koopzondag een erg belangrijk punt dat bovendien direct verband houdt met een van de Tien Geboden. Maar er zijn voor christenen heel veel erg belangrijke punten en geboden.”

Hij wijst erop dat in de RD-enquête bijna twee op de drie SGP-raadsleden (63 procent) de koopzondag aanduiden als een achterhoedegevecht. „Gaan we ons dan serieus als SGP in achterhoedegevechten specialiseren? We zijn toch geen one-issuepartij? Iets van die bredere focus zie ik wel terug bij mijn collega’s in de Eerste en de Tweede Kamer, maar nog wat minder in partijverband.”

Speerpunt

Op gemeentelijk niveau is die „bredere focus” ook wel terug te zien in de RD-enquête. Zeker als een compromis rond de koopzondag erger kan voorkomen, toont een substantieel deel van de SGP-raadsleden zich daartoe bereid. Slechts een op de drie raadsleden geeft aan pertinent niet in te zullen stemmen met een beperkte aantasting van de zondagsrust, ook niet als een tegenstem zou leiden tot een verruiming die juist nog veel verder zou gaan.

Een grotere groep (ruim 44 procent) is wel tot zo’n compromis bereid. Zoals André Scheppink, fractievoorzitter van de SGP in Rijssen-Holten. Hij noemt de zondagsopenstelling „een spreekpunt, geen breekpunt.” Hoewel er nu in zijn woonplaats geen koopzondagen zijn, is het er wel een verkiezingsitem. In het toeristische Holten willen winkeliers graag zondags hun winkel openen, zegt Scheppink. „Het is voor ons een speerpunt in de verkiezingsstrijd om de huidige situatie te handhaven. Of dat lukt, hangt af van de verkiezingsuitslag. Pas dan weten we of er met dit standpunt een meerderheidscoalitie gevormd kan worden.”

Drastisch besluit

Hoewel heldere coalitieafspraken belangrijk zijn, betekenen ze niet het einde van álle discussie. Daar weet SGP’er Simon Brouwer weer alles van. De fractievoorzitter van de Woerdense CU/SGP nam vorig jaar een drastisch besluit: zijn partij stapte uit het college, nadat de coalitiegenoten –tegen de afspraak in– met steun van de raad de koopzondag in Woerden volledig vrijgaven.

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 stapte de CU/SGP in Woerden in de coalitie onder een heldere voorwaarde: de status quo met betrekking tot de zondagsopenstelling zou ongewijzigd blijven. Brouwer: „Dat was voor ons al geen gemakkelijke beslissing. Maar we hadden aangegeven: als we afspraken maken, doen we allemaal water bij de wijn. Bovendien: als wij niet waren ingestapt, dan zou de zondagsopenstelling sowieso worden verruimd.” Begin 2017 werd de afspraak uit het coalitieakkoord echter verbroken, waardoor zijn fractie zich genoodzaakt voelde uit het college te stappen. „Wij vonden de gang van zaken niet eerlijk.”

Een juiste stap, meent SGP-raadslid Johan Slootweg, sinds 24 jaar politiek actief in De Bilt en dit jaar voor de zesde keer als lijsttrekker. „In het politieke werk heb je regelmatig met vraagstukken te maken waar je vanuit de Bijbel geen pasklaar antwoord op hebt. Maar dit punt is nu echt glashelder. Het is direct gerelateerd aan de Tien Geboden die we elke zondag horen voorlezen. Daar marchandeer je als SGP’er niet mee. Doe je dat wel, dan moet je je afvragen wat je bestaansrecht als partij nog is.”

Principieel statement

Toch is voor Van den Heuvel de Woerdense keuze niet het enige mogelijke besluit. „Ja, je maakt dan weliswaar een principieel statement, maar je stapt er wél uit. Vervolgens gaat zonder jou alles op zondag open, waarna je zonder gewetenswroeging weer kunt aanschuiven in een nieuw college.”

Ondertussen heb je dan wel je invloed als coalitiepartner drastisch gereduceerd, meent hij. „Voor een partij die lange tijd keihard gewerkt heeft om juist in de positie terecht te komen dat er bestuurlijke verantwoordelijkheid gedragen kan worden, is dat een groot offer. Ik vind dat zacht gezegd een heel moeilijke keuze.”

De wethouder ziet het als een groot voorrecht dat SGP’ers in deze tijd überhaupt nog kunnen bijdragen aan bestuurlijke stabiliteit. „Politiek is voor christenen een roeping die veel verder gaat dan het vanuit de raad met een opgestoken vinger te vertellen hoe het allemaal níét moet.” Want of je als SGP wel of niet in het gemeentebestuur zit, maakt volgens hem wezenlijk verschil. „En daarbij is de koopzondag niet het enige wat telt. In Bodegraven hebben we in deze raadsperiode bijvoorbeeld de nieuwbouw van een reformatorische school met veertien lokalen erdoor gekregen. En dat met unanieme steun.”

„Stelling blijven nemen tegen zondagsopening”

Ook bij de ChristenUnie houdt de koopzondag de gemoederen bezig. Bijvoorbeeld in Deventer, de woonplaats van CU-fractievoorzitter Henrike Nijman. Daar barstte de discussie over verruiming van de koopzondag vorige maand los.

En niet alleen daar. Ruim twee derde van de CU-raadsleden die deelnamen aan de RD-enquête is actief in een gemeente met koopzondagen. In bijna de helft van die gevallen werd het aantal koopzondagen juist de afgelopen raadsperiode opgevoerd.

Dat laatste was aanvankelijk ook de bedoeling in Deventer. Drie jaar geleden stelde het college daar voor om de winkeltijdenverordening te verruimen: van zestien naar zeventien koopzondagen. Dat was tegen het zere been van de CU, zegt Nijman. „Wij hebben toen een enquête aangevraagd om de mening van ondernemers te peilen. Daaruit bleek dat er alleen behoefte was aan koopzondagen als die gekoppeld zouden worden aan evenementen. Zo bleef het aantal koopzondagen beperkt tot zestien per jaar.” Inmiddels ligt er in Deventer opnieuw een voorstel klaar voor een ruimere winkeltijdenverordening.

Het grootste gedeelte van de CU-raadsleden (75 procent) ziet de koopzondag als een lokale kwestie. In hun ogen moet de partijtop fracties daarom de vrijheid geven hierover hun eigen afwegingen te maken. Een kleine minderheid (15 procent) wil die vrijheid juist niet. Een van hen is Gerry Loof, voormalig fractievoorzitter van de CU in Terneuzen. „Omdat de koopzondag zo’n principieel punt is, vind ik dat we de lijn van de landelijke fractie moeten volgen. In Terneuzen zijn we met ons standpunt in de minderheid. Ik denk dat het goed is dat er politieke groeperingen zijn die stelling tegen zondagsopening blijven nemen.”

Om zich heen zien Nijman en Loof partijgenoten steeds vaker worstelen met de koopzondag. Zo ging in Zwolle de ChristenUnie in 2016 akkoord met een ruimere zondagsopening. Een stap die niet door iedereen binnen de partij werd gewaardeerd. Hoewel bijna driekwart van de CU-raadsleden aangeeft in te kunnen stemmen met een –mits dat een verdergaande regeling kan voorkomen– beperkte verruiming van de koopzondag, wordt dit niet door alle CU’ers gedeeld. Ruim 10 procent van de CU-raadsleden betreurt het dat sommige fracties van hun partij, zoals in Zwolle, recent toetraden tot colleges die –al dan niet op initiatief van de gemeenteraad– de winkeltijdenverordening hebben verruimd.

serie Christen in de raad

Dit is deel 4 van een artikelenserie over een enquête die het Reformatorisch Dagblad hield onder raadsleden van ChristenUnie en SGP.