D66 wil intensieve veehouderij halveren

beeld ANP
2

Regeringspartij D66 gooit de knuppel in het hoenderhok: de varkens- en kippenhouderij in Nederland moet worden gehalveerd. Daarmee neemt de uitstoot van stikstof drastisch af en komt er ruimte voor de bouw van woningen, stelt de partij. Inkrimping van de veestapel geldt als een politiek zeer gevoelig onderwerp.

Tjeerd de Groot, landbouwwoordvoerder voor de partij, zei maandag dat de pluimveesector moet krimpen van 100 miljoen naar 50 miljoen dieren. Van de 12 miljoen varkens zouden er 6 miljoen overblijven.

Met het voorstel neemt D66 een voorschot op de commissie-Remkes, die het kabinet moet adviseren over een uitweg uit de stikstofcrisis. Die is ontstaan nadat de Raad van State eind mei het zogeheten Programma Aanpak Stikstof van tafel veegde. De commissie komt naar verwachting na Prinsjesdag met een oplossing voor de korte termijn.

„Van de Nederlandse stikstofuitstoot is 70 procent afkomstig van de landbouw, waarvan een groot gedeelte uit de intensieve veehouderij. Dat is enorm. Tegelijkertijd is de bijdrage van de intensieve veehouderij aan onze eigen economie nog geen 1 procent. De verhouding is compleet zoek”, aldus De Groot.

ANP-48518042„Helft Nederlanders voor inkrimpen veestapel”

De half miljard euro die op dit moment beschikbaar is voor inkrimping van de veestapel, „waarbij boeren op een eerlijke manier worden uitgekocht”, is het begin, vindt de partij. „Minister Schouten moet daar nu snel mee beginnen, om vervolgens door te pakken: halveren.”

De Groot: „De politiek moet nu een keuze maken. De woningbouw dreigt stil te vallen door de stikstofproblematiek. Ook de aanleg van wegen en openbaar vervoer loopt daardoor gevaar. En de schade van stikstof voor de natuur is veel te groot. Voor bio-industrie is geen toekomst meer: Nederland is een postzegel waar veel te veel kippen, varkens en geiten worden gehouden.”

CDA-landbouwwoordvoerder Jaco Geurts reageert kritisch. „Om de hele landbouwsector met één pennenstreek af te schrijven is niet de oplossing voor de stikstofproblematiek. Dat weet ook D66 heel goed. Dit vraagt om een integrale afweging van alle economische activiteiten. Dat is een ingewikkelde legpuzzel waar de commissie-Remkes nu naar kijkt.”

Ook Carla Dik-Faber (ChristenUnie) verwijst naar de commissie-Remkes: „De Tweede Kamer heeft niet voor niets een commissie ingesteld. Het is onverstandig om tegelijkertijd met eigen, politiek gemotiveerde voorstellen te komen.”

Een woordvoerster van boerenorganisatie LTO Nederland noemt het idee van D66 „een bizar proefballonnetje”. Volgens haar is het niet reëel om de oplossing van het stikstofproblematiek in de schoenen van één sector te drukken. Ook goochelt De Groot met cijfers, stelt zij. „De economische waarde van de veehouderij is veel groter dan 1 procent. De Groot kijkt alleen naar de boerenbedrijven maar er zijn ook toeleveranciers als veevoerbedrijven, de vleesindustrie, eierexporteurs en ga zo maar door.”

Voorzitter Eric Hubers van de LTO-vakgroep pluimeehouderij noemt het „te simpel” om alleen voor Nederlandse consumenten te willen produceren, zoals D66 voorstelt. „Mijn eieren zijn sneller in het Ruhrgebied dan in Amsterdam. Hier in Nederland produceren we juist met lage stikstofemissies en hoge dierenwelzijnsnormen.”

Linda Janssen-Verriet, voorzitter van varkenshoudersorganisatie POV, wijst erop dat haar sector al bezig is met een sanering waardoor de varkensstapel met 10 procent zal krimpen.