CU draaide inzake CETA, maar deed dat chiquer dan de PvdA

Joël Voordewind, beeld ANP, Bart Maat.

Het is geen schande om als politieke partij soms van standpunt of opstelling te veranderen. Wel maakt het uit hóé je de draai maakt. Zie het urenlange debat, deze week, over CETA.

Veertien uur lang redekavelde de Kamer woensdag en donderdag over CETA, het vrijhandelsverdrag tussen de EU en Canada. Tja, dat heb je soms met ingewikkelde materie.

Toch had de lengte van het debat nog een andere reden: het verdrag is omstreden en voor- en tegenstanders houden elkaar bijna in evenwicht. Dat staat gewoonlijk garant voor slepende gedachtewisselingen.

Een bijzondere rol in het debat kreeg CU-Kamerlid Voordewind. Aan hem de ondankbare taak uit te leggen waarom zijn fractie in 2016, toen nog in de oppositie, tegen stemde; terwijl zij deze week voetje voor voetje in de richting van ”voor” bewoog.

2020-02-14-BIN1-ceta-2-FC_webChristenUnie „tevreden” na handreiking Kaag

Voordewind, politiek routinier, deed dat geheel volgens het boekje. In een uitvoerige verantwoording op de CU-site legde hij zijn achterban uit hoe hij worstelde met de complexiteit van het verdrag. Aan het kabinet stelde hij een aantal nadrukkelijke voorwaarden. Die vervolgens –hoe verrassend– in het Kamerdebat door minister Kaag van Ontwikkelingssamenwerking één voor één werden ingewilligd. Ja, zó hoor je een draai te maken.

Al blijft het natuurlijk een draai. En blijft een kritisch waarnemer zitten met de vraag: zou de CU-fractie zich ook zo hebben opgesteld als zij niet in deze coalitie had gezeten? De vraag stellen, is hem beantwoorden. Dán had zij vast liever de oproep van hulporganisatie Woord en Daad gevolgd, die recent per brief haar grote zorgen kenbaar maakte over de gevolgen van het verdrag.

Maar dit is nu eenmaal het lot van een coalitiepartij. Die moet een hoogst enkele keer een meloen doorslikken, vaker een appel, en nog vaker een mandarijntje.

CETA was voor de CU hoogstens een mandarijntje. Zeker, het blijft opvallend dat de partij de argumenten pro, die ook in 2016 al op tafel laten, nu zwaarder laat wegen dan toen; en de argumenten contra lichter. Maar dat kan gebeuren. Een muntje dat voor iemand vandaag de ene kant opvalt, kan voor hem of haar morgen net naar de andere kant overhellen.

Bonter maakte het deze week de PvdA. De partij van Asscher maakte precies de omgekeerde draai: in 2016 nog nadrukkelijk en overtuigd voor CETA, nu met beslistheid tegen.

Twee zaken maken de draai van de sociaaldemocraten minder chique dan die van de CU. Één: de partij was vier jaar geleden niet ‘zomaar’ voor, maar partijprominent Ploumen stond als minister van Ontwikkelingssamenwerking min of meer aan de basis van het verdrag. Als bewindsvrouw onderhandelde zij namens Nederland constructief mee aan CETA en verdedigde zij dat verdrag zogezegd te vuur en te zwaard.

Twee: de PvdA kent nu niet alleen een ander gewicht toe aan argumenten pro en contra, maar verschoof bovendien sommige argumenten van het pro- naar het contra-lijstje. Zo was in 2016 de positie van het mkb nog een reden om vóór CETA te zijn; nu een reden om het verdrag af te wijzen.

Nog één keer: dat partijen soms draaien, vooral als zij van coalitie naar oppositie wisselen (of omgekeerd), is onvermijdelijk. Maar laat van die partijen dan gezegd kunnen worden –met een variant op Balkenendes beruchte uitspraak uit 2006– : „U draait, maar u bent wél eerlijk.”