CU-achterban: Quota gaan over vis, niet over mensen en asielzoekers

Asielzoekers, beeld ANP, Arie Kievit.

Dat Nederland grenzen mag stellen aan het aantal vluchtelingen dat het opneemt, daarover is de CU-achterban het eens. Maar hóé? „Quota gaan over vis, niet over mensen.”

Met ruim tachtig aanwezigen zit de „huiskamerbijeenkomst”, georganiseerd door het WI van de ChristenUnie, vrijdagavond in de Bethelkerk in Den Haag ruimschoots vol. De achterban mag er in gesprek met partijleider Gert-Jan Segers en publicist Paul Scheffer. Over een spannend thema: ”Grenzen aan gastvrijheid.”

Dat Scheffer die wil begrenzen, is bekend. Hij pleit al jaren voor een planmatige aanpak van het vluchtelingenprobleem. De politiek moet éérst vaststellen hoeveel asielzoekers Nederland kan en wil opvangen. Pas als we niet meer willoos meedeinen op de golven van de ene asielcrisis na de andere, kan er ontspanning optreden en kunnen we échte ontheemden en vervolgden opnemen, is Scheffers these.

Helemaal mee eens, stelt de CU-achterban. Maar hoe? „Van het woord quota wordt ik zenuwachtig”, zegt Andrea, asieladvocaat, uit Elst. Wat zij lastig vindt: „Hoe leg je aan vluchteling 501 uit dat zijn situatie wezenlijk verschilt van die van zijn vijfhonderd voorgangers?” Daar sluit CU-lid Kemal zich bij aan. „Quota gaan over vis, niet over mensen.”

Yoeri, werkzaam bij de Rotterdamse Pauluskerk, denkt dat grenzen stellen desondanks moet. „Als de kerk bij honderd personen vol is, moet de rest buiten blijven, ook al luidt ons motto: Iedereen is welkom.”

Maar aan welke aantallen moeten we denken? Scheffer zoekt het in extrapolatie van het verleden. „De afgelopen veertig jaar vingen we zo’n 600.000 vluchtelingen op. Dat getal kan richting geven aan wat we ook de komende jaren aankunnen.”

Het Haagse raadslid Pieter Grinwis: „Hier moeten we verder over nadenken. En dan met schurende voorstellen durven komen. Plannen waarvan anderen misschien eerst zeggen: „Ho even, dat gaat zomaar niet”, maar die later wellicht toch raak blijken te zijn.