Coronacrisis herinnert ons aan waarde van staat en democratie

Bezinning
Jesse Klaver, beeld ANP, Bart Maat.

„De zon was mij nooit opgevallen als hij niet steeds onderging”, dichtte Menno Wigman. Inderdaad, van sommige zaken zien we de waarde pas in wanneer we ze kwijt dreigen te raken.

Of wanneer we in een crisis belanden, onze wereld op z’n kop staat en we plots met andere ogen naar vanzelfsprekendheden kijken.

Drie zaken waarop, door de coronacrisis, nu een iets ander licht valt.

De waarde van de staat

Op de staat wordt geregeld afgegeven: een onverzadigbaar monster dat steeds bemoeizuchtiger wordt. Al meer regels stellend, al dieper ingrijpend in ons privéleven, steeds meer vrijheden verslindend.

Terechte kritiek. Toch is het opvallend dat in deze weken juist de conservatief Baudet en de quasi-conservatief Wilders het hardst roepen om het meest verregaande overheidsingrijpen.

Laten we daarom, ook in normale tijden, niet te gemakkelijk het beeld oproepen dat we terug zouden moeten naar de 19e-eeuwse nachtwakersstaat.

Een stevige staat is in dit ondermaanse onmisbaar. Zonder een overheid die het algemeen belang dient, de regie neemt, knopen doorhakt en bevoegd is burgers en instanties bevelen te geven, kunnen we niet. Zeker niet in tijden van crisis.

De waarde van democratie

In de fraaie Handelingenkamer van het parlement staan ze, rij na rij: de dikke pillen met stenografische verslagen van alle Kamerdebatten vanaf 1814. Met, symbolisch, één leeg plankje. Daarop hádden de Handelingen uit de jaren 40-45 moeten staan. Maar toen was er geen Kamer, toen waren er geen debatten.

Zover zal het tijdens de coronacrisis hopelijk niet komen. Wel worden de Handelingen van maart en april erg dun als er slechts één debat per week plaatsvindt...

Sommigen vinden zelfs dat te veel. „Waartoe dat urenlange geklets en gebakkelei? Dat houdt maar op.” Vier ministers present bij een debat? Kamerlid Van Haga vond woensdag één bewindsman genoeg. Konden de andere drie, hup, „aan het werk.”

Zo’n benadering is echter te kort door te bocht. Verantwoording afleggen aan de volksvertegenwoordiging ís voor een minister werken. Ook in een crisis moet het parlement de regering blijven controleren.

En gelukkig leven we in een land waarin gevoelens van het voetvolk gewoonlijk goed doorgeleid worden naar de commandopost. Soms heel direct. Want waarom besloot het kabinet zondag om tóch de scholen te sluiten? Rutte was er woensdag open over: „We merkten dat velen dit willen. Veel scholen sloten zelf al de deuren. De samenleving stemde als het ware met de voeten. Daar moet je als politiek naar luisteren”, aldus de premier.

Waarvan akte.

De waarde van de zorg

Een derde en laatste ‘zon’ die je pas opvalt en waardeert als hij (bijna) ondergaat, is de zorgsector. GL-leider Klaver drukte het deze week krachtig uit: „Voor eens en voor altijd is duidelijk wat de cruciale beroepen in onze samenleving zijn: verpleegsters, onderwijzers, schoonmakers. Nee, er is nu geen tekort aan aandeelhouders, aan managers, aan CEO’s! Terwijl er de afgelopen jaren juist op deze vitale beroepen is bezuinigd en CEO’s er meer bij kregen. Onthou dit.”

Een eenzijdige uitspraak van een links mannetje? Misschien. In elk geval één met een flink waarheidsgehalte.