ChristenUnie en voorgangers bevragen elkaar

De ChristenUnie hield maandag in de Tweede Kamer een bijeenkomst met voorgangers. Aan het eind daarvan zongen de voorgangers de aanwezige CU-politici een zegenlied toe. beeld RD

„Met God midden in de wereld.” Dat is het inmiddels bekende adagium van CU-leider Segers. „Hoe moeten christenen dat ”met God” vasthouden als ze midden in de wereld leven?” zo vroeg Segers maandag aan een groep voorgangers.

Zo’n 75 voorgangers gaven gehoor aan de uitnodiging van de ChristenUnie om in het gebouw van de Tweede Kamer na te denken over de rol die christenen momenteel in politiek en samenleving kunnen bekleden. „Zeker nu we als ChristenUnie een cruciale plek innemen in het bestuur, willen we graag met hen optrekken”, zo stond in een bericht aan de pers.

De voorgangers kwamen uit alle hoeken van het kerkelijk erf: uit de Protestantse Kerk in Nederland, uit diverse gereformeerde kerken, uit de evangelische beweging en uit de kring van baptisten. Maar er waren onder meer ook vertegenwoordigers van de Rooms-Katholieke Kerk, de Koptische Kerk, de Oudkatholieke Kerk en de Grieks-Orthodoxe Kerk van Antiochië.

Segers ervaart dat zijn adagium in de praktijk van alledag spanning oplevert. „Als we alleen in de wereld willen zijn, dan verdampt het geloof. Als we alleen in de kerk willen zijn, dan hebben we geen betekenis voor de wereld.” De fractievoorzitter vindt het „moeilijk om datgene wat ons ten diepste drijft, te verbinden met de wereld.”

Het is „heel spannend. Je bent gekend, geliefd, schuldig en vergeven. Dat zijn de eerste woorden. Maar toch: zijn we niet te veel in de wereld? Kunnen we het heilige, het geheim, het geloof wel doorgeven aan de komende generatie?”

Ten Brinke uit Almere adviseerde Segers die spanning maar voluit te laten staan. Ds. Van Duijn uit Delft stelde dat een stelling van Bonhoeffer hem hierin helpt: „Het Evangelie hoef je niet relevant te maken; Het is al relevant.” Een evangelische voorganger uit Capelle aan den IJssel wees op de blijvende betekenis van het gebed.

Bid voor ons

Segers riep de voorgangers ook op tot gebed voor zijn partijgenoten: „Iedere dag krijgen we wel kritische mails. We kunnen best tegen een stootje, maar als mensen vragen gaan stellen bij ons christen-zijn, dan vreet dat aan ons. Doe ons dat niet aan. Bid liever voor ons.”

Na de algemene inleiding werd de groep in tweeën gesplitst. Eén groep ging met Kamerlid Voordewind mee om onder meer te spreken over het asielbeleid. Dat de onderhandelingspartners VVD, CDA, D66 en CU in het regeerakkoord geen kinderpardon overeenkwamen, bleek bij een aantal voorgangers nog erg gevoelig te liggen.

In de oude vergaderzaal gingen Segers en Kamerlid Dik-Faber met de overigen in debat. Een voorganger uit Assen wilde graag van Segers horen waarom christenen zich bij een christelijke partij moeten aansluiten omdat ook niet-christelijke partijen soms christelijke standpunten hebben.

Segers wees erop dat je bij een christelijke partij kunt bidden en Bijbellezen en elkaar daarop ook kunt aanspreken. „We hebben de vrijheid om ons in een christelijke partij te organiseren. Dat is een zegen.”

Verder krijgt de zorg voor het leven bij geen andere politieke partij de aandacht die hij verdient, „hoewel er hier en daar wel een witte raaf is.”

Tot slot wees de politiek leider erop dat in een christelijke partij christenen elkaar kunnen aanmoedigen om de wereld in te gaan en daar het goede te doen.

Een vertegenwoordiger van de Koptische Kerk vroeg wat de overheid doet aan de groei van de islam in Nederland. Segers antwoordde dat er godsdienstvrijheid in Nederland is voor iedereen. Dat er in ons land een schuilkerk is voor Somaliërs omdat christenen worden bedreigd door moslims, dat mag volgens hem niet gebeuren.

Steun

En wat betreft de islamisering: „Het diepste probleem is niet de sterke islam, maar de zwakke kerk. De overheid en de ChristenUnie kunnen Nederland niet christelijker maken.” Segers ervaart het wel als heel bijzonder dat er de laatste tien jaar juist christelijke partijen nodig zijn voor steun aan de regering.

Segers riep de voorgangers ertoe op de gemeenten toe te rusten met de geloofsleer: „Ik ben weleens bang dat we zo’n emotioneel christendom hebben dat we niet meer kunnen zeggen wat we geloven. Als het geloof niet meer is dan een fijn lied, dan sta je al snel met een mond vol tanden. Kunnen christelijke jongeren aan hun leeftijdsgenoten die moslim zijn, nog uitleggen wat de Drie-eenheid is?”