CDA: partij van samenleving en van waarden

Partijleiders
CDA-partijvoorzitter Peetoom. beeld RD, Henk Visscher Henk Visscher

Het CDA is de partij van de samen­leving. Niet de staat, niet de markt, maar de burgers moeten verantwoordelijkheid dragen. Kennelijk is er voor dat gedachtegoed momenteel weinig draagvlak, gezien de grootte van de partij. Partijvoorzitter Peetoom denkt daar anders over.

Burgers zijn volgens Ruth Peetoom (48) ten diepste sociale wezens: „Mensen zijn er voor elkaar. Dat is een diepe menselijke, ja zelfs Bijbelse gedachte. De populariteit ervan is niet afhankelijk van een verkiezingsuitslag op enig moment voor het CDA of de grootte van onze politieke partij in een peiling. Het CDA wil de menselijke afhankelijkheid voor het voetlicht brengen en daar politiek gestalte aan geven.”

Hoe krijgt u dat tussen de oren bij poten­tiële kiezers?

„De vraag welke kant het op moet met de samenleving, is hoogst actueel. In tijden van crisis komt dat soort vragen vaak naar boven. Mensen maken zich zorgen over de toekomst van hun kinderen. De kracht van de samenleving en het belang van waarden, daar richten wij ons op. Bij christen­democraten hoort dat we nadenken. We hebben oog voor de nuance. Het bekt misschien niet altijd even lekker, maar we benadrukken wat er echt toe doet.”

Hoe belangrijk is zo’n betrokken samenleving?

„Heel belangrijk. Het maatschappelijk initiatief is er en werpt zijn vruchten af. Ouders van kinderen met beperkingen slaan de handen ineen; kinderen gaan voor hulp­behoevende ouders zorgen, en burgers zetten samen projecten voor duurzame energie op. Dat is authentiek christen­democratisch. De partijen waaruit het CDA voortkomt, zijn destijds opgericht vanwege de schoolstrijd. Mensen verenigden zich om het onderwijs vorm te geven op een manier die zij nodig achtten voor hun kinderen. In elke tijd krijgt die eigen verantwoordelijkheid van burgers eigen vormen.”

Welke politieke partijen ziet u als bondgenoot in het realiseren van zo’n samenleving?

„Partijen als VVD en D66 denken sterk vanuit het individu. Dat spreekt ons minder aan. Andere partijen denken meer vanuit de gemeenschap. Ik denk heel concreet aan CU en SGP, maar ook aan SP, hoewel deze partij in de politieke praktijk vaak uitkomt op heel andere standpunten dan het CDA.”

Ziet u samenwerking met de SP zitten?

„Op lokaal en provinciaal niveau werkten en werken vertegenwoordigers van SP en CDA op een goede manier samen. Het is ook sterk afhankelijk van de plaatselijke situatie en van personen.”

Hoe vitaal is het CDA?

„Als ik rondkijk op congressen, zie ik veel jonge mensen, veel nieuwe leden en spontane initiatieven. Ik ben niet zo somber. Ik noem het voorbeeld van Leeuwarden. Vroeger zorgde de gemeente voor een buurthuis, nu gaan onze wethouders de wijk in en vragen mensen hoe ze het willen hebben. Burgers mogen het dan ook zelf uitvoeren en de gemeente geeft het benodigde geld.”

Is het CDA wat u betreft een centrum-democratisch appel of een conservatief democratisch appel?

„We zijn trots op onze naam: Christen­democratisch Appel. Dat blijft ook zo. We komen voort uit de christelijk-sociale traditie. We doen dat wel in rapport met de tijd waarin we leven. Daarbij is er ook ruimte voor mensen die niet tot de natuurlijke achterban van de partij behoren, maar zich wel aangesproken weten door de waarden waarvoor we staan.”

Het ledenaantal van het CDA daalt langzaam maar zeker. Is die tendens te keren?

„Leden vormen de ruggengraat van de partij, maar politieke participatie kan ook plaatshebben zonder lid te zijn. Anderzijds, we hebben sinds afgelopen voorjaar een partijbestuurslid dat zich speciaal bezighoudt met ledenwerving en -binding. Dat is ook niet voor niets.”

Wat doet het CDA om de eigen ideologie actueel te houden?

„Het wetenschappelijk instituut maakte onlangs een goed rapport over het verdienmodel van Nederland. Daarin wordt gezegd dat aandacht voor burgers noodzakelijk is om tot verantwoorde economische groei te komen. Verder hebben we een rapport uitgebracht om de scheidslijn tussen hoog en laag opgeleiden in ons land te verkleinen. We moeten investeren in mensen. Verder werken we met groepen leden die bouw­stenen aandragen voor een nieuw verkiezingsprogramma.”

Wat zegt u tegen critici die beweren dat het CDA de laatste decennia ideologische kleur op de wangen heeft verloren?

„Ik zou zeggen: had beter opgelet. De vertaling van je drijfveren moet iedere keer plaatsvinden in de politieke actualiteit. De concepten van vijftig jaar geleden voldoen anno 2015 niet meer.”

Sommigen vinden dat het CDA geen christelijke partij meer is.

„Het laatste wat vruchtbaar is, is om elkaar de maat daarin te nemen. Je moet zoeken naar wat bindt en hoe je de krachten kunt bundelen. Ik zoek meer naar overeen­komsten, en niet naar verschillen.”

Is het CDA opgeschoven als het gaat om thema’s als abortus, euthanasie en homohuwelijk?

„Ik doe niet mee aan een wedstrijdje: wat is de meest christelijke partij? Het gaat om waarden, om zorg voor elkaar. Elke tijd vraagt zijn eigen antwoorden.”

Hoe vitaal is het Nederlandse partij­stelsel?

„Lid worden van een organisatie is anders dan vroeger. Mensen worden minder gemakkelijk lid van een vakbond, een omroep, een kerk en ook van een politieke partij. Maar politieke betrokkenheid en politiek initiatief verminderen niet. Ze worden wel op een andere manier vorm­gegeven. Leden zijn de ruggengraat van een partij. Tegelijkertijd leven we in een netwerksamenleving. Partijen zijn ook in ontwikkeling. Netwerken worden belangrijker. Burgers kunnen bij ons ook meepraten en meedoen, ook al zijn ze geen lid.”

Is het stelsel wel houdbaar als er steeds minder mensen lid worden?

„Het CDA is de partij met het grootste aantal leden. We werken blijvend aan de vorming van onze leden. Verder kijken we rond in de samenleving en zoeken we naar mensen die herkenbaar zijn en bij onze partij passen. Die benaderen we voor een plaats op een kandidatenlijst.”

Schiet de verworteling in het CDA bij relatieve buitenstaanders niet tekort?

„Herkenbaarheid is inderdaad belangrijk. We hebben scholing hoog in het vaandel staan. Zeker een derde van het aantal raadsleden dat we nu hebben, volgde spontaan een cursus voor raadsleden die wij organiseren.”

Mensen zijn minder aan een bepaalde partij gebonden. Dat leidt tot meer zwevende kiezers en tot versplintering van het politieke landschap. Komt de regeerbaarheid in het geding?

„Democratie kan volgens mij wel tegen een stootje. Het is zoals het is. Ik ga dit niet problematiseren. Nieuwe fusies waarbij het CDA is betrokken, zie ik niet zitten. We hebben in 1980 de fusie van KVP, AR en CHU gerealiseerd en we hopen dit jaar met vreugde ons 35-jarig bestaan te vieren.”

Moeten we toe naar een districtenstelsel met daarin meer aandacht voor de relatie tussen kiezer en gekozene?

„De democratie heeft op haar tijd een onderhoudsbeurt nodig. Het CDA ziet wel wat in een meer Duits model waarin de regio’s een herkenbare plek hebben. Een verhoging van de kiesdrempel naar 5 procent levert meer robuuste partijen op in de volksvertegenwoordiging. Maar we zijn niet voor een tweepartijenstelsel; het geluid van minderheden moet door blijven klinken.”

Kan een democratie ook zonder politieke partijen?

„Er is een schakel nodig tussen de staat en de burgers, maar ik wil het middel politieke partij niet heilig verklaren. Politieke partijen zijn een voertuig van democratische idealen. Het kan best zijn dat er over een bepaalde tijd een ander vervoermiddel nodig is. Het doel is niet het in stand houden van het CDA, maar het levend houden van de christendemocratische idealen in ons land. Niemand heeft nog een beter alternatief verzonnen dan de politieke partij. Het CDA houdt de partij vitaal en werkt tegelijk aan een nieuwe politieke beweging. Welke kant het uiteindelijk op zal gaan, weet ik ook niet. Vijftien jaar geleden hadden we geen idee dat internet zo’n hoge vlucht zou nemen.”

Is het CDA weer toe aan regeren?

„Als partijvoorzitter ben ik verantwoordelijk voor goede kandidatenlijsten, een wervend verkiezingsprogramma en een wervende campagne. Het CDA neemt verantwoordelijkheid als dat nodig is. We zullen wel zien hoe dat na de komende verkiezingen gaat. Laat de kiezer eerst spreken.

Het CDA is de vorige verkiezingen afgerekend omdat de kiezer niet meer wist waar de partij voor stond. We moeten weer laten zien dat we het geloofwaardige alternatief zijn. Compromissen zijn geen standpunten. Het CDA laat nu zien waar het voor staat. We zijn een partij van de samenleving en een partij van de waarden.”


Feiten en cijfers

Het Christendemocratisch Appel ontstond in oktober 1980 uit een fusie van drie christelijke partijen: de Katholieke Volkspartij (KVP), de Antirevolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-historische Unie (CHU). De drie waren daarover sinds 1967 met elkaar in gesprek. In 1977 kwam de drie voor het eerst met een gezamenlijke CDA-lijst uit.

De fusie had ook tot doel om een machtsblok te vormen tegenover PvdA en VVD. De confessionele partijen hadden tot in de jaren vijftig een absolute meerderheid in de Tweede Kamer. In de jaren zestig liep hun stemmenaantal fors terug. Onder Lubbers behaalde het CDA in 1986 en 1989 54 zetels. Dat was weer een hoogtepunt. In 1994 verloor het CDA twintig zetels en belandde de partij acht jaar in de oppositie. Van 2002 tot 2012 namen de christendemocraten wel weer deel aan regeringscoalities.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 en 2012 leed de partij opnieuw gevoelige verliezen. Het zetelaantal daalde van 41 naar 21 (in 2010) en naar 13 (in 2012).

In de peilingen lijkt zich een kentering af te tekenen. Volgens De Hond zou de partij bij verkiezingen op dit moment ruim twintig zetels behalen. Als de verkiezingen voor de Provinciale Statenverkiezingen van afgelopen maart verkiezingen voor de Tweede Kamer waren geweest, had het CDA ook ruim twintig zetels behaald.

Peetoom trad in 2011 aan als partijvoorzitter; dit jaar werd ze gekozen voor een tweede termijn.


zomerserie Partijvoorzitters

Dit is het derde en laatste deel in een serie interviews met partijvoorzitters over de politiek, de kiezer en over hun partij.