CDA’er Heerma wil wel meer doen tegen ‘nationale wooncrisis’

Om wat te doen aan de „nationale wooncrisis”, is CDA’er Pieter Heerma „bereid om serieus te kijken” naar manieren om huurstijgingen verder te beperken. Dat zei de fractievoorzitter tijdens het lange debat over de kabinetsplannen voor volgend jaar.

„We kunnen inmiddels wel spreken van een nationale wooncrisis. Er worden gewoon te weinig betaalbare woningen gebouwd”, zei Heerma, die er vorig jaar ook al voor pleitte om „volkshuisvestingsbeleid” te voeren. Het vertrouwen dat de marktwerking de problemen op de woningmarkt kan oplossen, is volgens de christendemocraat inmiddels wel verdwenen.

De „afgelopen jaren is er het nodige gebeurd om het beentje bij te trekken”, maar er moet nog meer gebeuren, vindt Heerma.

Linkse partijen vroegen hem wat hij precies voor ogen had. Op vragen van GroenLinks-leider Jesse Klaver over een wet over huurstijgingen die binnenkort door de Kamer wordt behandeld, zei Heerma toe bereid te zijn om „serieus te kijken of je in de vrije markt die stijging verder kan terugdringen”. Wel wil Heerma eerst kijken hoe het voorstel er straks uitziet en wat zijn partij er dan precies aan wil doen.

Ook zijn coalitiegenoten Klaas Dijkhoff (VVD) en Rob Jetten (D66) gaven aan misschien wel verder te willen gaan dan de plannen van het kabinet. „Ik denk dat het verstandig is om te kijken of je nog verbeteringen kan aanbrengen aan het huidige wetsvoorstel, om te kijken of mensen die daarmee te maken hebben, geholpen kunnen worden”, zei liberaal Dijkhoff. D66-fractievoorzitter Jetten kijkt uit „naar de concrete voorstellen die uit de oppositie komen”. Hij roept het kabinet op: „Kijk waar u zaken kan doen.”