„Boekverslagen mogen in prullenbak”

beeld Getty Images/iStockphoto

Om jongeren meer en langer te laten lezen, moet het roer om. Scholen dienen hun verplichte leeslijst te herzien en boekverslagen mogen de prullenbak in.

De beruchte verplichte leeslijst zorgt vaker voor afhakers dan voor een groei van het aantal lezers, zo schrijven de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur in een gezamenlijk advies dat ze maandag presenteerden.

De boekenlijst is volgens de adviesorganen als decennialang vrijwel hetzelfde samengesteld. „De taal en context van die boeken zijn vaak niet meer herkenbaar voor kinderen van nu. Om kinderen meer te laten lezen, is het belangrijk dat ze een boek leuk vinden.”

Het gaat volgens de raden mis vanaf groep 3. Tot die tijd doen leerkrachten hun best om boeken voor te lezen die bij de leefwereld van de kinderen. Daarna verandert lezen voor velen in een vaardigheid die ze met veel ploeteren zich eigen maken.

Scholen, bibliotheken, ouders en overheden dienen daarom de handen ineen te slaan zodat er meer boeken en teksten komen die aansluiten bij de leefwereld van de jongeren.

Tieners moeten meer ruimte moeten krijgen om boeken te kiezen die ze zelf leuk vinden, zoals stripverhalen, sportboeken of boeken over artiesten.

Het uiteindelijke doel is dat jongeren weer geconcentreerd langere teksten en boeken gaan lezen. Het lezen van lange teksten moet daarom een verplicht onderdeel moeten zijn bij meerdere vakken op basis- en middelbare scholen, zo staat in het advies te lezen.

De raden adviseren scholen ook om leesspecialisten binnen te halen. Jongeren zijn meer geneigd om te lezen wanneer ze worden omgeven door een leescultuur

Nederlandse jongeren lezen steeds minder vaak en met steeds minder plezier. Ze lezen volop korte tekstjes op hun smartphone of samenvattende stukjes in schoolboeken, maar ze besteden minder tijd aan ‘diep lezen’: het geconcentreerd lezen van langere teksten of boeken. Mede hierdoor gaat hun leesvaardigheid achteruit. Dat heeft gevolgen voor hun functioneren op school en in de samenleving – en uiteindelijk ook voor het functioneren van onze samenleving als geheel, zo stellen de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur.