Armeniërs: Woord ”kwestie” moet van tafel

Monument ter herinnering van de Armeense genocide. beeld AFP

Als het kabinet blijft spreken over ”de kwestie van de Armeense genocide” en de historische gebeurtenissen niet aanduidt als ”de Armeense genocide”, dan houdt zij „uitsluitend rekening met Turkije, het land dat de genocide ontkent en waar deze heeft plaatsgevonden, in plaats van rekening te houden met de gevoelens van de Armeniërs”.

Die boodschap brengen de Samenwerkende Armeense Organisaties (SAO) dinsdag per brief over aan premier Mark Rutte.

De SAO wil dat de door het kabinet gehanteerde begrip „van tafel” gaat, omdat volgens de organisatie „internationale wetenschappelijke consensus” bestaat dat er sprake was van een genocide. Om 12.30 uur is er in Den Haag een demonstratie, georganiseerd door de SAO.

Eind februari stemde een grote meerderheid van de Tweede Kamer voor de erkenning van de Armeense genocide. Een ruime meerderheid was er ook voor om in april een minister of staatssecretaris deel te laten nemen aan de herdenking van de volkerenmoord.

Het kabinet zegde deelname aan de herdenking toe, maar liet ook weten dat het kabinet over de moordpartijen blijft spreken als over „de kwestie van de Armeense genocide”. Turkije liet later weten deze keuze door het kabinet te waarderen.

In 1915, ten tijde van de Ottomaanse Rijk, werden honderdduizenden Armeniërs vermoord. De Turkse regering heeft altijd ontkend dat er sprake was van genocide. De herdenking van de moorden in Jerevan vindt plaats op 24 april.