Arib wijst Kamerleden op taalfouten

Arib, beeld ANP, Bart Maat.

Het was een latertje, vorige week donderdag. Pas om 3.50 uur ’s nachts sloot Kamervoorzitter Arib de vergadering en wenste zij de parlementariërs een goed zomerreces. Natuurlijk hoort bij zo’n laatste vergadering voor de vakantie een klein toespraakje van de voorzitter.

Arib refereerde vorig week aan enkele opvallende records. Zo verlieten nooit eerder in zo korte tijd zoveel Kamerleden het parlement: 32. De Kamervoorzitter betreurt dat, aangezien voortijdig afzwaaien geen blijk geeft van een hoge waardering voor het ambt. Geheel consistent met die denklijn gaf zij VVD’er Mark Harbers –die na zijn val als staatssecretaris weer in de Kamerbankjes ging zitten– juist een schouderklopje. „Met hem keert er acht jaar Kamerervaring terug. En dat is goed: een stevig parlementair geheugen van de Kamer is belangrijk om tegenwicht te bieden aan de regering.”

Blij is de voorzitter ook met Kamerleden die hun bijdragen grotendeels uit het hoofd houden, zoals Nijboer (PvdA) en Kops (PVV). „Mooi dat ook jonge Kamerleden dit aandurven, het is een genot.”

Natuurlijk heeft uit het hoofd spreken ook risico’s. Arib noemde daarvan donderdag enkele vermakelijke voorbeelden. „Zo zei mevrouw Bergkamp dat niet iedereen het ei opnieuw moet uitvinden. De heer Van Weyenberg had het over mensen die op een appeltje moeten bijten. En minister Koolmees had het over gelijke monniken, gelijke pakken.”

Tja, in het vuur van het debat wordt er, zelfs door ervaren sprekers, blijkbaar soms iets minder goed ‘genederlandst’.