Algemene beschouwingen: Wie verstoort het liberale feest?

Premier Rutte tijdens de algemene beschouwingen van 2019. beeld ANP, Bart Maat
2

Het kille marktdenken van het liberalisme is op zijn retour. Als de voortekenen niet bedriegen, is dat dé boodschap die premier Rutte deze week, tijdens zijn tiende algemene beschouwingen, te horen krijgt.

Waar het bij de Algemene Politieke Beschouwingen over zal gaan, is vooraf lang niet altijd even gemakkelijk te voorspellen. Veel fractievoorzitters broeden tot op de ochtend van deze politieke hoogtijdag op hun bijdrage, waarbij ze mikken op een zo groot mogelijk verrassingseffect.

Wie had verwacht dat VVD’er Klaas Dijkhoff als kersvers fractievoorzitter in 2018 een boom zou opzetten over het dubbel straffen van criminaliteit in probleemwijken, een voorstel waar sindsdien overigens niets meer van vernomen is?

Makkelijker te raden is waar in elk geval de oppositiewoordvoerders woensdag op uit zijn: op het opmaken van een zo vernietigend mogelijke balans van de kabinetten Rutte I tot en met III. Sneren over de woningmarkt en de zorg waren de afgelopen dagen al niet van de lucht.

Woningnood

Bij wonen gaat het al gauw over het snel oplopende woningtekort; 419.000 huizen in 2025, zo is de verwachting. Debet daaraan zijn volgens vriend en vijand onder meer het verdwijnen van een apart woonministerie van Volkshuisvesting en de verhuurderverheffing voor woningcorporaties die in 2013 is ingevoerd.

Het oude ‘VROM’-departement (de afkorting staat voor volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu) hield in 2010 op te bestaan, maar moet terugkeren, zo valt inmiddels in Den Haag te beluisteren. CDA en PvdA, een combinatie van een coalitie- en een oppositiepartij, dienden er in maart al met succes een motie over in.

De gedachte achter de verhuurderheffing van ruim 1,7 miljard per jaar was dat dit paardenmiddel corporaties zou dwingen marktconforme huren te innen. Zo konden ze dan het zogeheten scheefwonen tegen gaan. Dat pakte anders uit: van de gewenste nieuwbouw en de verduurzaming van bestaande woningen kwam door de heffing weinig meer terecht.

Een SP-motie om de inmiddels omstreden maatregel weer van tafel te krijgen, kwam in januari nog zeven stemmen tekort. Het CDA, dat in die maand nog tegenstemde, draaide in februari echter aanzienlijk bij.

Nieuwe pogingen om de heffing van tafel te krijgen, liggen in het verschiet. Al komt het openingsbod deze dinsdag vrijwel zeker van het kabinet: minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) wil de heffing met 200 miljoen euro verlagen, zo werd vorige week al uit coalitiekringen gelekt.

Over de salarissen in de zorg heeft de Tweede Kamer al enkele enerverende, hoofdelijke stemmingen achter de rug. Overigens hoeft geen enkele woordvoerder deze centenkwestie er woensdag bij te halen om het opnieuw over de zorg te gaan hebben: het coronavirus biedt daarvoor al voldoende aanleiding.

Meer nog dan vorig jaar lijken ook de fractievoorzitters Pieter Heerma en Gert-Jan Segers van CDA en ChristenUnie er op gebrand om tijdens Ruttes tiende algemene beschouwingen te illustreren hoe onder zijn handen het neo-liberalisme is ontspoord. Bij de vorige beschouwingen, een jaar geleden, stelde onder meer het CDA al dat „het kille marktdenken” op zijn retour was, maar het debat daarover bleef destijds nog ietwat abstract.

In de aanloop naar Prinsjesdag draaiden in elk geval CDA en ChristenUnie de volumeknop duidelijk merkbaar een standje hoger. Hun aanvallen werden –zeker in het geval van Heerma– meer op de persoon van de premier gericht. „De Rutte van de afgelopen jaren is ongeschikt voor de toekomst van het land”, zei hij vorige week dinsdagochtend in perscentrum Nieuwspoort, bij de opening van het nieuwe parlementaire jaar.

Segers hunkert er in elk geval naar, zo staat in het manifest dat hij vorige week presenteerde, om een einde te maken aan het „liberale feest.”

Cruciaal is wel hoe ver CDA en ChristenUnie en daarnaast ook D66 woensdag durven gaan in het aanvallen van de premier. Een complicerende factor is dat PVV-leider Wilders in de Kamer weer floreert als in zijn beste dagen en in de peilingen aan zijn zoveelste opmars begonnen is. Recent smeedde hij zelfs succesvolle samenwerkingsverbanden met PvdA en GroenLinks, partijen die hem lange tijd politiek melaats hebben verklaard.

De heibel die ontstond over de zorgsalarissen valt voor een groot deel op zijn conto te schrijven. De vraag is of de coalitiepartijen ook willen bijdragen aan een anti-Rutte stemming als duidelijk is dat vooral Wilders daar garen bij spint.

Begrotingen

Ook de oppositiepartijen PvdA en GroenLinks hebben redenen om deze week niet alleen te blijven steken in snoeiharde kritiek. Ook dit jaar vormen de beschouwingen immers als vanouds de opmaat naar de begrotingsbehandelingen, komend najaar. Beide partijen kunnen daar het nodige binnenhalen: in de Eerste Kamer is het kabinet afhankelijk van hun steun.

Kortom, zwaarder dan gebruikelijk bekritiseerd worden vanuit oppositie én coalitie is een scenario waarmee Rutte dit jaar zeker rekening heeft te houden. Maar niet uit te sluiten is dat hij ook dit keer het strijdtoneel weer als een ervaren koopman kan gadeslaan. Om vervolgens, zaken doend met links en rechts, op het beslissende moment weer zijn slag te slaan. Én duidelijk te maken dat hij ook in het coronatijdperk degene is en blijft die boven de partijen staat.