Wilhelmina van Pruisen onmisbare schakel in de Oranjeketen

Het gezin van Wilhelmina van Pruisen. beeld Rijksmuseum Amsterdam
4

Ze stierf twee eeuwen geleden op Paleis Het Loo in Apeldoorn, maar vrijwel niemand staat daar bij stil. Toch is Wilhelmina van Pruisen –vaak in één adem genoemd met haar aanhouding bij Goejanverwellesluis– een van de opmerkelijkste prinsessen uit het Huis van Oranje. Sterker nog: zij vormt een onmisbare schakel in de lange keten van stadhouders en koningen.

Op cruciale momenten in de geschiedenis van het Huis van Oranje ontpopt Wilhelmina van Pruisen (1751-1820) zich tot een ware rots in de branding. Zowel in de laatste jaren van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën –vóór 1795– als in de periode daarna, in de tijd van de ballingschap – eerst in Groot-Brittannië en vervolgens in Duitsland.

Tijdens de roerige patriottentijd (1780-1787) neemt de invloed van de echtgenote van stadhouder Willem V (1748-1806) hand over hand toe. Wilhelmina is steeds meer degene die het beleid bepaalt. Van de altijd maar weifelende, onzekere maar zeker niet domme prins valt niet veel te verwachten. Hij is er als conservatieve bestuurder de man niet naar om de zo gewenste staatkundige hervormingen door te voeren. Ook van enig prestige inzake militair leiderschap is geen sprake.

Leiband

De publieke opinie heeft geen hoge pet van hem op. En dat is eigenlijk geen wonder. Vanaf de aanvang van zijn stadhouderschap in 1766 heeft Willem V gedwee en willoos aan de leiband van zijn militaire en politieke voogd en mentor Lodewijk Ernst hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel gelopen. Na diens afgedwongen vertrek in 1784 wordt de stadhouder vervolgens overschaduwd door de ambitieuze, doortastende en trotse Wilhelmina.

Ook in het protocol staat zij één trede hoger. Zij mag zich als kleindochter van een koning immers laten aanspreken als Hare Koninklijke Hoogheid, terwijl Willem V ‘slechts’ als Zijne Doorluchtige Hoogheid betiteld wordt.

Eerzucht

Het streberige heeft ze van geen vreemde. Wilhelmina is de favoriete nicht van Frederik de Grote van Pruisen, een van de meest eerzuchtige verlichte despoten ooit. In 1767 wordt ze als 16-jarige uitgehuwelijkt aan de drie jaar oudere prins van Oranje. Op papier een goede partij. De bruid ontmoet haar aanstaande pas vlak voor de bruiloft.

Het wordt naar toenmalige maatstaven –de uiteenlopende karakters en een enkele buitenechtelijke affaire van Willem ten spijt– een redelijk gelukkig partnerschap. Wilhelmina raakt zes keer in verwachting en schenkt Willem uiteindelijk drie kinderen: Louise (1770-1819), Willem Frederik, de latere koning Willem I (1772-1843), en Frederik (1774-1799). Als echtgenote van de laatste stadhouder en moeder van de eerste koning der Nederlanden mag Wilhelmina dus gezien worden als een onmisbare schakel in de geschiedenis van het Huis van Oranje.

Zelfbewust

Wilhelmina neemt als kind van de verlichting zelf de opvoeding van het drietal ter hand en zit leraren flink op de huid. Centraal staan plicht en deugd. Haar eigen gouvernante Sophie von Danckelmann uit Berlijn zal ze haar hele leven als vertrouwelinge in haar omgeving houden.

Hoe amicaal het er doorgaans in het gezinsleven ook aan toegaat, voor de buitenwacht is de immer kaarsrecht voortschrijdende, rijzige prinses een hoogmoedige persoonlijkheid. Die karaktereigenschap zal, wanneer de ontevredenheid in het land in een regelrechte politieke crisis ontaardt, een rol van betekenis spelen.

Staande gehouden

Wilhelmina, die na het vertrek van de Oranjes uit Den Haag (1785) uiteindelijk in Nijmegen beland is, neemt in de Waalstad een nogal driest besluit. Ze vertrekt op 28 juni 1787 met klein gevolg naar de hofstad om daar een terugkeer van de stadhouder te bewerkstellingen.

De reis eindigt echter wanneer het gezelschap net voet op Hollandse bodem heeft gezet. Aan het riviertje de Vlist worden de twee koetsen staande gehouden. Patriottische militairen brengen de reizigers op en houden ze bij Goejanverwellesluis enige tijd vast in een kaasboerderij. Voor Wilhelmina is het een regelrechte vernedering. Uiterlijk kalm aanvaardt ze de thuisreis naar Nijmegen.

Invasie

In de weken die volgen, speelt echter haar trots op. Haar aanhang zingt mee in het koor van verontwaardigden. En zij, de koninklijke prinses van Pruisen, weet haar broer, de nieuwe monarch Frederik Willem II, zover te krijgen dat hij de belediging wreekt met een militaire invasie. In Berlijn herinnert de Brandenburger Tor aan deze veelbewogen episode.

De binnenrukkende troepen helpen de Oranjes in september 1787 weer in het zadel. Hun tegenstanders wijken naar Frankrijk uit. Die Pruisische inval levert blijvende schade voor het imago van Wilhelmina op, en niet alleen onder de patriotten. De statige vrouw van de stadhouder boet aan populariteit in, ondanks dat er na de restauratie promoreisjes door het land plaatsvinden.

Liefdadigheid

De Franse revolutietroepen, met de patriotten in hun kielzog, nopen Wilhelmina en haar familie in 1795 uiteindelijk tot het verlaten van het land. In ballingschap blijft ze de spil van het gezin en oefent ze met name grote invloed uit op haar oudste zoon, de erfprins. Mede dankzij haar adviezen zal die eind 1813 staatshoofd van Nederland worden.

Het duurt tot begin 1814 voordat Wilhelmina weer een eerste stap over de grens zet. In haar laatste jaren zal ze als koningin-moeder door liefdadigheidswerk een beetje liefde terugwinnen van de Nederlanders. Wilhelmina verblijft dan vaak in Den Haag aan het Plein en in het Haarlemse Paviljoen Welgelegen (het huidige Provinciehuis).

Maar haar ogen sluit ze 9 juni 1820 op Het Loo, het zomerpaleis waar ze –net als in Den Haag– ooit met verve de rol van machtigste vrouw van het land speelde.

Drs. Maarten-Jan Dongelmans (1957) is historicus en schrijft momenteel een biografie over Wilhelmina van Pruisen.