Wilhelmina op de Brielse Markt

Geïnspireerd door afbeeldingen waarop Wilhelmina de troepen inspecteerde en waarop ze Juliana welkom heette. beeld RD, Anton Dommerholt
3

Waarom Carol van den Boom-Cairns graag koningin Wilhelmina wilde afbeelden? „Ik houd van gezichten, vooral als ze ouder zijn dan 50 jaar. Iemand heeft eens gezegd: Tot je veertigste heb je het gezicht waarmee je geboren bent, daarna het gezicht dat je verdient.” In Brielle heeft Van den Boom de vorstin in beeld gebracht zoals ze in 1945 op 64-jarige leeftijd terugkeerde in het vaderland, maar toch ook weer niet: foto’s van twee andere gebeurtenissen dienden als inspiratiebron. Vandaar dat Wilhelmina niet met haar mond open lacht, wat ze wel deed toen ze op 13 maart 1945 bij Eede in Zeeuws-Vlaanderen over een inderhaast aangebrachte meelstreep stapte en daarmee haar land weer betrad. Vandaar ook dat de koningin haar vinger heeft geheven, wat ze daar in Eede niet deed. En haar jas zwiert open, en dat deed hij in 1945 helemaal niet.

Het beeld wil Wilhelmina laten zien zoals men haar zag: onverzettelijke vorstin én moeder des vaderlands. Haar vinger zwaait het volk geen waarschuwing toe. Dat deed ze vanuit Londen via Radio Oranje weleens, maar hier past haar gezichtsuitdrukking er niet bij.

Eeuwenoude band

De beeldhouwster liet zich inspireren door afbeeldingen waarop Wilhelmina de troepen inspecteerde en waarop ze dochter Juliana welkom heette toen die op 9 september 1944 vanuit Canada in Engeland terugkeerde. Dat laatste gebeurde terwijl de bevrijding van West-Europa in volle gang was en operatie Market Garden spoedig de Duitsers uit het bezette vaderland zou verdrijven. Dat lukte maar voor een deel, en de kleine koninklijke familie moest tot in 1945 wachten voordat ze terug naar huis kon.

In Brielle staat het bronzen beeld van de vroegere vorstin op de hoek Nobelstraat-Markt. De kunstenares uit Gouda, tijdens de oorlog geboren in Noord-Ierland, vervaardigde het standbeeld aanvankelijk voor een tentoonstelling in Den Haag, in het provinciehuis van Zuid-Holland. Dat kunstwerk bevindt zich nu in de tuin van het Verzetsmuseum in Gouda.

Brielle kreeg een uitvergrote kopie. De stad wilde daarmee de band laten zien die hij al eeuwenlang met het Oranjehuis heeft. Den Briel was de eerste Hollandse stad die door de geuzen werd ingenomen, in 1572. Drie jaar later trouwde Willem van Oranje hier met Charlotte van Bourbon, zijn derde vrouw. Koningin Wilhelmina zelf bezocht de stad in 1922.

Schoenen

In 1985, 40 jaar na de bevrijding, werd het beeld op de Markt onthuld door drie verzetslieden: Scheps, Schakel en Wolfs. Kunstenares Van den Boom vond wel dat ze een wat vreemd complimentje van Wolfs kreeg. Hij zei dat het beeld zo goed op Wilhelmina leek, vooral de schoenen...

Toen bleek dat de man de koningin nooit had durven aankijken en daarom bij ontmoetingen vooral haar schoenen had bestudeerd.

De plaatsing van het beeld was een initiatief van burgemeester C. J. de Ronde. Hij was een liefhebber van standbeelden. Bekend is ook dat hij als voorzitter regelmatig vergaderingen van de Raad van Cultuur voor Zuid-Holland onderbrak. Dan moest hij even gaan bellen met wat mensen uit zijn uitgebreide netwerk, en vervolgens kon hij de raad meedelen dat de financiering van het zojuist uitgedachte plan inmiddels was geregeld.

Persoonlijkheid

Zelf wilde Wilhelmina overigens niet dat er standbeelden voor haar werden opgericht. De meeste beelden van haar –in Nederland en in de overzeese gebiedsdelen– kwamen dan ook tot stand nadat ze in 1962 overleed. Het beeld in Brielle paste in de tweede helft van de twintigste eeuw: minder bedoeld om het nationale identiteitsgevoel te versterken –zoals in de negentiende eeuw gebeurde–, meer gericht op de persoonlijkheid die werd afgebeeld. Daarbij zijn dan slechts enkele karaktereigenschappen af te lezen; Wilhelmina kon ook moeilijk en mismoedig zijn. Zo staat ze op de Markt van Brielle echter niet te kijk.

serie Oranjemonument

Deel 4 in een serie over gedenktekens voor het Nederlandse koningshuis.

Waar: Markt, Brielle

Sinds: 1985

Door: A. C. (Carol) van den Boom-Cairns