Veiligheidsdiensten op scherp bij inhuldigingsfeest in Amsterdam

30 april: Inhuldiging
Een veiligheidsagent van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) controleert de route van de koninklijke familie tijdens haar bezoek aan Middelburg op Koninginnedag 2010. Foto ANP ANP
2

Veiligheidsdiensten trekken alles uit de kast om elke bedreiging op het inhuldigingsfeest morgen in Amsterdam de kop in te drukken. „Figuren die kwaad in de zin hebben, vertonen afwijkend gedrag.”

Draaiboeken, scenario’s en risicoanalyses. Inlichtingen- en veiligheidsdiensten zoals de politie en de AIVD hebben de afgelopen maanden ongetwijfeld keihard gewerkt om het volksfeest morgen in Amsterdam in goede banen te leiden. Vorige week werd bekend dat honderd potentieel gevaarlijke individuen in Nederland in de gaten worden gehouden. Een groot deel van hen is tijdens de troonswisseling ”van straat gehaald” of moeten zich melden bij de politie.

„De grens van de risico’s de veiligheidsdiensten nog accepteren ligt erg laag”, zegt Hans Slaman van beveiligingsbedrijf ISP in Lelystad. Hij weet als oud-agent en voormalig lid van een arrestatieteam waarover hij praat. Bovendien was hij betrokken bij de beveiliging van diverse ambassadeurs en staatshoofden, bij de bevrijding van de ontvoerde biermagnaat Heineken en zijn chauffeur Doderer en bij de aanhouding van IRA-terroristen. „Nederland kan het zich niet veroorloven dat er iets fout gaat. De internationale reputatie van ons land is in het geding. De hele wereld kijkt mee, ook als het fout gaat.”

Mensenmassa

Grootste risico is volgens de oud-agent dat in Amsterdam een enorme mensenmassa op de been is. „Dat geeft een zekere mate van onvoorspelbaarheid, hoe goed je van tevoren ook allerlei scenario’s op papier zet. De immense toestroom van publiek stelt de veiligheidsdiensten voor een dilemma. De inhuldiging moet een volksfeest worden. Dan heeft het geen zin om het publiek op grote afstand te houden. En dat is nu juist de uitdaging. Hoe verenig je het open karakter van het feest met de eisen die je stelt aan de veiligheid”, zegt Slaman. „Dat is lastig. Het is in dit geval zoeken naar een compromis tussen wat het feest moet uitstralen en welke risico’s hoe dan ook afgedekt moeten zijn. In elk geval zullen er veel mensen en technische middelen worden ingezet.”

Slaman is er stellig van overtuigd dat de politie in het Amsterdamse luchtruim onbemande vliegtuigjes inzet. „De politie heeft de beschikking over dergelijke moderne apparatuur. Ik kan me niet voorstellen dat ze op zo’n dag boven de stad geen drones zou gebruiken. De vliegtuigjes zenden live beelden naar het commandocentrum. Daar liggen draaiboeken klaar voor als de situatie uit de hand zou lopen.”

Op de daken van gebouwen rond de Dam en de Nieuwe Kerk liggen scherpschutters, weet de oud-politieman. „Dat is volgens standaardprotocollen die ook morgen zullen gelden. De politie zal met de steun van defensiepersoneel alles doen wat in haar vermogen ligt om de risico’s zo laag mogelijk te houden.”

Lone wolve

Dat zal waar zijn, maar hoe kan ze een atypische eenling –de lone wolve– tegenhouden? „De politie werkt met zogeheten schillen en ringen, gebieden waarbinnen ze mensen toelaat. Reken maar dat mensen in de binnenste ring allemaal gescreend zijn. Buiten die binnenste cirkel lopen spotters, onopvallende surveillanten van de politie. Zij zijn de ogen en oren van het commandocentrum. Hun inzet is een onmisbare aanvulling op moderne technieken zoals drones. Met onbemande vliegtuigjes kan de politie beelden en bewegingen registreren. Ze heeft daarmee echter geen zicht op het gevoel of sentiment dat in een groep leeft. Spotters kunnen de sfeer proeven en ruiken en het dus ook signaleren als de situatie omslaat.”

De spotters zijn in de menigte onherkenbaar. Ze zijn specialisten in onopvallend gedrag. In tegenstelling tot iemand die kwaad in de zin heeft, want die is vaak gespannen en zenuwachtig. Slaman: „Het is bizar, maar iemand die bijvoorbeeld een aanslag wil plegen let juist op of het voor hemzelf veilig genoeg is om zijn daad uit te voeren. Hij zal zich afvragen of het veilig genoeg is om ergens een tas met explosieven neer te zetten of om in actie te komen als het ergens wemelt van de veiligheidsagenten. Hij laat doorgaans afwijkend gedrag zien, zoals schichtig om zich heen kijken of als hij plotseling een bepaalde plek verlaat. Iemand kan ook opvallen door zijn kleding. Als het 23 graden is en hij loopt met een dikke winterjas aan, dan kun je je afvragen wat er onder die jas zit. Hetzelfde geldt voor iemand met een grote rugtas.” Nuancerend: „Al zullen dergelijke mensen nooit de binnenste ring kunnen bereiken, omdat iedereen in dat gebied uitgebreid gefouilleerd en gecheckt zal zijn.”

Inlichtingen

Het belangrijkste wapen tegen dreiging is informatie. „Door goede inlichtingen krijgen politie en veiligheidsdiensten zicht op het sentiment dat onder bepaalde bevolkingsgroepen leeft. In mijn tijd bij de ME moest ik optreden tegen de krakers. Betogers stonden met afgerukte palen van parkeermeters en met stoeptegels tegenover ons. Die situatie is niet te vergelijken met nu. De maatschappij is door de komst van onder meer sociale media steeds transparanter. Potentiële dreiging kan ook via Twitter of Facebook naar boven komen drijven, waardoor de politie sneller en beter kan inspringen op een mogelijke dreiging.”

Maar na de rellen in Haren in september vorig jaar bleek toch dat de politie onvoldoende ervaring had met sociale media? Slaman gelooft dat niet. „Vorige week nog reageerde de politie alert op de dreiging van een schietpartij in Leiden die via sociale media was geuit. In Haren echter heeft de politie de rellen destijds ernstig onderschat. Reken maar dat ze heel goed zicht heeft op wat er speelt op sociale media en dat de politie daarop anticipeert.”

Hoe reëel is het te veronderstellen dat iemand met boosaardige plannen elders in de stad herrie schopt om de aandacht van de Dam af te leiden en daar vervolgens toeslaat? „De politie zal ook over dat scenario hebben nagedacht”, zegt Slaman. „De veiligheid rond bijvoorbeeld het Amsterdamse Centraal Station zal ook gegarandeerd moeten zijn. Ik kan me voorstellen dat ook daar veel politiemensen actief zijn. Veiligheidsagenten van de DKDB (zie kader) zullen in alle gevallen zeer dicht bij de leden van het Koninklijk Huis blijven.”

Drank

De beveiligingsspecialist zegt er vertrouwen in te hebben dat het feest morgen, met de hulp van de burgers, goed verloopt. „Als een toeschouwer iemand ziet met verdacht gedrag, moet hij altijd de politie waarschuwen. Daarnaast moeten de feestvierders vooral genieten en blijdschap uitstralen, zonder zich over te geven aan de drank. Daar komt altijd een hoop narigheid van.”


„Leren leven met dreiging eenling”

De inhuldiging van koningin Beatrix in 1980 liep uit op rellen in het centrum van Amsterdam. Oud-hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie Joop van Riessen was die dag verantwoordelijk voor de beveiliging van de binnenstad. „Destijds zaten we in een periode van tien jaar anarchie in Amsterdam. Onverwacht kwamen de rellen niet”, herinnert Van Riessen zich. „De maand ervoor was er al slag geleverd in de Vondelstraat. Tanks reden de straat in bij ontruimingsacties. Het leek wel oorlogsgebied. Het grootste wonder is achteraf gezien dat er geen doden zijn gevallen.”

De tijdgeest vandaag de dag is heel anders, analyseert de voormalige politiechef. „Destijds heerste er onder jongeren grote onvrede over de woningnood en de uitbuiting door huisjesmelkers. Een deel van de bevolking voelde zich achtergesteld. Nu hebben we weliswaar last van de economische en financiële crisis, maar die vertaalt zich niet in breed gedragen negativisme. Het volk wil feest, het liefst met velen tegelijk in Amsterdam.”

De politie maakt zich het meest zorgen om atypische eenlingen die morgen kwaadaardige plannen hebben. Het is onmogelijk om de menigte te beschermen tegen een gek met wilde plannen, meent Van Riessen. „De enige mogelijkheid is om het feest volledig af te grendelen, maar dan is het geen volksfeest meer. Ik denk dat we met die dreiging van een gestoord individu moeten leren leven.”

Van Riessen weet uit ervaring hoe moeilijk het is om een feest waar een grote mensenmassa op af komt te beveiligen. In 2002 was hij eindverantwoordelijke voor de veiligheid rond de bruiloft van kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima. „Het paar maakte na de kerkelijke inzegening in de Nieuwe Kerk een rijtoer door de Amsterdamse binnenstad. Dat was best gevaarlijk, want de koets was een simpel doelwit. Iemand met kwaad in de zin had op dat moment kunnen toeslaan. Morgen zullen er echter niet veel spannende ogenblikken of gevaarlijke programmapunten zijn. De daadwerkelijk abdicatie speelt zich af rond en in de Nieuwe Kerk en bij het Paleis op de Dam, zonder al te veel publiek en in beschermd gebied. Daar kan weinig fout gaan. Er is ook geen rijtoer. De boot van de koningsvaart op het IJ vaart zo ver bij het publiek vandaan dat een eventuele stenengooier weinig kan beginnen.”


DKDB

Leden van het Koninklijk Huis krijgen altijd, ook morgen, bescherming van veiligheidsagenten van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB), onderdeel van het Korps landelijke politiediensten. De DKDB-leden zijn meestal ex-militairen of voormalige agenten. Ze zijn flexibel, representatief, zowel lichamelijk als mentaal in uitstekende conditie en specialisten in het gebruik van vuurwapens. De dienst beschikt over een scala aan maatregelen die kunnen worden ingezet, afhankelijk van de dreiging. De DKDB beschikt over zeker 25 gepantserde auto’s. Zo’n wagen is voor de gemiddelde burger niet van een gewone te onderscheiden. De auto is bestand tegen beschietingen. Het glas is circa 5 centimeter dik en de kooi bestaat uit dik staal. De banden lekschieten heeft geen zin. De wielen zijn voorzien van zogeheten noodloopringen. In alle gevallen kan de auto nog enige tijd doorrijden.