Spaans paleis met porseleinen plafond

Open paleisdeuren
Na de entree wordt een immens trappenhuis zichtbaar. beeld EPA, Juanjo Martin
3

Koninklijke paleizen hebben normaliter geen gebrek aan ruimte. Met meer dan 3000 kamers in zijn werkpaleis spant de Spaanse koning Felipe VI de kroon. Een deel van de vorstelijke vertrekken is voor het publiek opengesteld.

De eerste aanblik van het Koninklijk Paleis in Madrid –het Palacio Real– maakt indruk. En niet de minste. Het is kolossaal. Monumentaal. Majestueus. De cijfers liegen er niet om; met een oppervlakte van 135.000 vierkante meter en 3418 kamers is het een van de grootste koninklijke paleizen ter wereld.

Met recht een bezienswaardigheid dus. Toch zijn niet alle vertrekken voor het publiek te bezichtigen. Een groot deel van het paleis is namelijk nog elke dag in gebruik als werkpaleis van koning Felipe. Het Koninklijk Paleis wordt de officiële residentie van het Spaanse vorstenhuis genoemd, maar het heeft voornamelijk een ceremoniële functie, wat betekent dat het gebruikt wordt voor officiële gelegenheden, zoals de ontvangst van staatshoofden. Koning Felipe woont met zijn vrouw Letizia en dochters Leonor en Sofia in het kleinschaliger Zarzuelapaleis, in een buitenwijk in het noorden van Madrid.

Koninklijke apotheek

Het Koninklijk Paleis staat in het westen van het historische centrum van Madrid. Veel toeristen komen specifiek naar het kolossale paleis voor de wisseling van de wacht, elke woensdag om 12.00 uur.

Een bezoek aan het paleis is een populaire attractie. Bezoekers kunnen kiezen tussen een gidstour (minimaal 25 euro) of zelf rondlopen door en rondom het paleis (10 euro). Voor die prijs krijg je ook wat terug. Zo is er de Porseleinzaal; een vertrek waarvan de wanden en het plafond van porselein zijn. In de salon, de Gasparinizaal, zijn de muren gedecoreerd met zijden stof, waarin goud- en zilverwerk is geborduurd. Blikvanger is de 2000 kilo wegende kristallen kroonluchter.

Daarnaast kunnen geïnteresseerden onder andere sfeer proeven in het immense trappenhuis met plafondschilderingen, de eetzaal van maar liefst 400 vierkante meter, de aankleedkamer van de koning, de authentieke troonzaal, het wapenhuis en de koninklijke apotheek. Kers op de taart is de koninklijke kapel met fresco’s; die wordt beschouwd als het architectonische hoogstandje van het paleis.

Versailles als voorbeeld

Op de plek waar het Koninklijk Paleis nu staat, stond vroeger een fort uit de 9e eeuw, het Antiguo Alcazar. Het werd onder andere bewoond door de koningen van Castilië. In de 16e eeuw werd het fort omgebouwd tot een kasteel, dat in 1734 door een brand werd vernietigd. De toenmalige koning Filips V gaf onmiddellijk opdracht om op exact dezelfde plek een paleis te bouwen.

Het paleis had meerdere ontwerpers, zoals de Italiaanse architecten Filippo Juvarra en Giovanni Battista Sacchetti. Het monument is gebouwd in een weelderige barokstijl; een bekende inspiratiebron was het paleis van Versailles in Frankrijk. Om een nieuwe brand te voorkomen werd het huidige paleis helemaal opgetrokken uit kalksteen en graniet en niet meer uit hout.

In 1755 was het Koninklijk Paleis klaar. De eerste bewoner was koning Karel III. Tot 1931 was het paleis de thuisbasis van de Spaanse vorsten, van wie Alfonso XIII de laatste was. Vanaf dat moment wordt het door de koninklijke familie van Spanje alleen nog voor officiële ceremoniën gebruikt.

Vijvers en fonteinen

Naast het paleis is ook de Engelse landschapstuin een blikvanger, de Campo del Moro. De tuinen staan vol strak geknipte heggen, standbeelden, vijvers en fonteinen.

Ook in de omgeving van het paleis reiken de koninklijke invloeden ver. Complete pleinen en tuinen werden aangelegd. Een voorbeeld hiervan is Plaza de Oriente: dit plein wordt gedomineerd door 44 standbeelden van Spaanse koningen. Deze standbeelden waren eigenlijk gemaakt om op het paleis te plaatsen, maar de architecten oordeelden dat ze daar te zwaar voor waren.

patrimonionacional.es/en

Open paleisdeuren

Het publiek kan deze zomer weer een kijkje nemen in Paleis Noordeinde. Hoe gaat dat in het buitenland? Deel 3 in een serie over Europese paleizen die de deuren openzetten voor het volk.