Revolutie trof veel familieleden koningin Wilhelmina

Koningin Wilhelmina (2e v.l.) met moeder Emma (l.), een Van Waldeck-Pyrmont, prins Hendrik (Mecklenburg) en haar schoonmoeder (r.) (een Schwarzburg-Rudolstadt). beeld ANP

Welke vorstenhuizen en hertogdommen verloren hun positie? Uit het overzicht blijkt dat veel regerende vorstenhuizen banden hadden met de Nederlandse koninklijke familie. Ook voor koningin Wilhelmina was het een spannende tijd.

Koninkrijk Beieren (Bayern)

Tijdens de Eerst Wereldoorlog groeide de onrust in Beieren onder de noodlijdende bevolking. Koning Ludwig III werd overvallen door de revolutie. Op 7 november kon de veiligheid van de koning en zijn gezin niet meer worden gegarandeerd. Kort daarna legde de koning een verklaring af, maar hij weigerde om afstand te doen van de troon. De revolutionairen legden de verklaring wel als een abdicatie uit. Na nog enkele onrustige jaren leefde hij van 1920 tot zijn dood in 1921 op het familieslot Wildenwart.

Koninkrijk Württemberg

De revolutie ging Württemberg niet voorbij, ook al had koning Wilhelm II (niet de keizer) geprobeerd dicht bij zijn volk te leven. Inwoners van Stuttgart konden hem wandelend zonder bewaking tegenkomen in de stad. In 1906 was hij akkoord gegaan met een hervorming van het parlement.

Dit alles voorkwam niet dat demonstranten op 9 november toch het paleis van de koning bezetten. Wilhelms beveiligers deden niets. Dat was een grote teleurstelling voor de koning, waarop hij Stuttgart verliet. Op 30 november deed hij afstand van de troon. Stuttgart bezocht hij nooit meer.

Wilhelm II was getrouwd met de oudere zus van de Nederlandse koningin Emma, Maria. Uit het huis Württemberg stamde de eerste vrouw van koning Willem III, koningin Sophie.

Groothertogdom Mecklenburg

Groothertog Friedrich Franz IV onderschatte de ernst van de situatie in Duitsland. Najaar 1918 stelde hij nog een wijziging van de grondwet voor, maar dat mocht niet baten. Vier dagen na de troonsafstand van keizer Wilhelm II deed ook Friedrich Franz afstand van zijn rechten en vertrok naar Denemarken. De familie Mecklenburg werd grotendeels onteigend. Een paar landhuizen bleef wel in bezit. Friedrich Franz –een neef van prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina– stierf in 1945.

Koninkrijk Saksen (Sachsen)

Koning Friedrich August III was als persoon geliefd, maar van een parlement met veel invloed en hervormingen wilde hij niet weten. Toen de revolutie 9 november ook Dresden bereikte, stelde de koning zich met zijn dochter in veiligheid op kasteel Moritzburg, buiten de stad. Op 13 november tekende hij zonder verzet zijn abdicatie. Volgens de overlevering sprak hij wel heldere taal bij zijn vertrek: „Jullie zoeken het zelf maar uit!” Tot zijn overlijden in 1932 leidde hij een teruggetrokken bestaan op slot Sibyllenort in Silezië, nu Polen.

Groothertogdom Baden

Groothertog Friedrich II zette de liberale lijn van zijn vader voort. De Eerste Wereldoorlog zorgde voor chaos en honger in grote delen van zijn groothertogdom. Het revolutievuur sloeg herfst 1918 ook over naar Baden. Toen er bij het paleis in Karlsruhe geschoten werd, vluchtte Friedrich. Op 22 november tekende hij zijn abdicatie en vestigde zich in Freiburg.

En verder

Welke kleinere Duitse hertogdommen en vorstendommen verdwenen in 1918 van de kaart?

Ernst August III was de laatste hertog van het hertogdom Brunswijk (Braunschweig) dat in 1813 was ontstaan. Ernst August trouwde in 1913 met de enige dochter van de Duitse keizer Wilhelm II. Het huwelijk vormde de laatste samenkomst van de Europese monarchen voor de Eerste Wereldoorlog.

De laatste vorst van het vorstendom Lippe was Leopold IV. Hij was een oom van de Nederlandse prins Bernhard sr.

Het groothertogdom Oldenburg lag net ten oosten van de provincie Groningen. De laatste groothertog onderhield warme contacten met de Nederlandse koninklijke familie. Zijn vrouw was de oudere zus van prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina, en twee van zijn kinderen trouwden met familieleden van koningin Emma.

Groothertogdom Saksen-Weimar-Eisenach had Weimar als centrum. Een zus van koning Willem III, Sophie, was getrouwd met erfgroothertog Karl Alexander van Saksen-Weimar-Eisenach.

Het Thüringer vorstendom Schwarzburg-Rudolstadt ging als laatste monarchie onderuit. De schoonmoeder van koningin Wilhelmina was een prinses van Schwarzburg-Rudolstadt.

Friedrich Adolf Herman van Waldeck-Pyrmont was de laatste regerende vorst van het vorstendom Waldeck en het vorstendom Pyrmont. Hij was de jongere broer van de Nederlandse koningin Emma, de moeder van koningin Wilhelmina.

En verder gingen van de huizen van hoge adel ten onder het hertogdom Anhalt, vorstendom Reuss, groothertogdom Saksen-Coburg en Gotha, groothertogdom Saksen-Altenburg, hertogdom Saksen-Meiningen en vorstendom Schaumburg-Lippe.