Oostenrijkse keizer vlucht in een taxi en met een paar koffers

De afgezette keizer Karl van Oostenrijk (m.) reisde in 1921 naar Hongarije om er weer op de troon te komen. Achter hem keizerin Zita.  beeld Wikimedia

Het Huis Habsburg was eeuwenlang een van de machtigste vorstengeslachten van Europa. Er zaten Habsburgers op de tronen van Oostenrijk, Hongarije en veel andere landen. De revolutie van 1918 veranderde alles.

Van al die glorie was op de avond van 11 november 1918 weinig te merken. Toen reden twee taxi’s de poort van het prachtige Weense paleis Schönbrunn uit. De wachters van de net opgerichte Oostenrijkse Volksmilitie hadden niet in de gaten wie er in de eenvoudige auto’s zaten, anders hadden ze wel ingegrepen. De situatie in de Oostenrijkse hoofdstad was zo onrustig dat keizer Karl van Oostenrijk (1887-1922) moest vluchten, samen met keizerin Zita en zijn kinderen. Het gezin had snel nog wat waardevolle spullen in koffers gedaan, meer kon er niet mee. De keizer van Oostenrijk –tevens koning van Hongarije– reed naar zijn kasteel Eckartsau, buiten Wenen, om er de ontwikkelingen af te wachten.

Twee jaar eerder had hij de Oostenrijkse troon beklommen na het overlijden van zijn oudoom keizer Franz Joseph (1830-1916), echtgenoot van de bekende keizerin Elisabeth of Sisi. De keizer had 68 jaar geregeerd. De begrafenisplechtigheid in Wenen was het laatste moment dat de Habsburgers met veel ceremonieel naar buiten traden.

Even leek het erop dat de nieuwe keizer het hart van de Oostenrijkers raakte toen hij achter de baar van zijn oudoom door Wenen ging. De oude keizer was door zijn teruggetrokken bestaan een mythe geworden. De nieuwe keizer liet zich zien. Dat leken zijn onderdanen te waarderen.

De werkelijkheid was anders: op de Europese slagvelden sneuvelden duizenden militairen, ook Oostenrijkers, en de bevolking leed honger en gebrek. Pogingen van keizer Karl om tot vrede in Europa te komen mochten niet baten. De onrust nam toe.

Muiterij

Dat alles bij elkaar deed het vuur van de revolutie ontbranden. In het Oostenrijkse leger sloegen militairen aan het muiten. Arbeiders legden het werk neer. Ook in het Hongaarse deel van Karls rijk ging het mis en op 24 oktober 1918 verklaarde Hongarije zich onafhankelijk van Oostenrijk. Toen de berichten over het vertrek van de Duitse keizer Wilhelm doordrongen, was er geen houden meer aan. Ook de keizer van Oostenrijk moest weg.

Op zondagmorgen 10 november kwam de keizer naar de kapel van paleis Schönbrunn om er de mis bij te wonen. De jonge vorst zag er aangeslagen uit. Het zou de laatste keer zijn dat Karl als keizer in het openbaar verscheen.

’s Maandagsmorgens meldden zijn ministers zich vroeg ten paleize. Ze vroegen Karl op zijn minst tijdelijk afstand te doen van de troon. De keizer overlegde met zijn krachtdadige vrouw. Haar reactie: „Een koning kan nooit afstand doen van de troon.”

Een van de ministers legde uit dat Karl geen andere keus had. Het land kon zich naast het oorlogsgeweld niet ook nog eens een burgeroorlog veroorloven. Karl tekende daarop een verklaring. Hij deed echter nooit afstand van de troon, noch van zijn dynastieke rechten.

Dat standpunt droeg hij de jaren daarna ook uit. Hij bleef zichzelf zien als de ”rechtmatige heerser over Duits-Oostenrijk”. De nieuwe regering zag dat anders: Karl en Zita waren voor haar gewone burgers zonder bijzondere rechten.

Een moeizaam gesprek tussen de keizer en de regering volgde: alles via bemiddelaars. Het resulteerde erin dat de keizer in maart 1919 met de hoftrein naar Zwitserland vertrok. Zijn aanspraak op de troon liet hij niet varen.

Ook in Hongarije niet. In 1920 reisde Karl incognito naar Hongarije en eiste daar de troon terug. Pas na een week gaf Karl toe dat hij aan een hopeloze operatie was begonnen. Toch deed hij oktober 1921 een tweede poging en vloog naar Hongarije. Toen er bij schermutselingen militairen omkwamen en een burgeroorlog dreigde, gaf Karl ook deze poging op.

De keizer en de keizerin werden vastgezet in de abdij van Tihany aan het Balatonmeer. Vandaar werden zij naar het Portugese eiland Maidera voor de kust van Afrika gebracht. Het was moeilijk om daarvandaan invloed uit te oefenen. Het echtpaar kwam er op 19 november aan; op 21 november verklaarde het Oostenrijkse parlement Karl „onttroond.”

Verarmd

Een jaar later overleed Karl, sterk verarmd en teleurgesteld. Hij werd op Madeira begraven. Keizerin Zita zwierf daarna door Europa, verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog in Canada en vestigde zich uiteindelijk in Zwitserland. Pas in 1982 kreeg ze weer het recht om Oostenrijk te bezoeken. In 1989 stierf ze.

De Habsburgers bewegen zich nog altijd in de kringen van hoge adel. Karl en Zita’s oudste zoon Otto (1912-2011) kreeg bekendheid als lid van het Europees Parlement (1979-1999). De Oostenrijkse troon blijft echter ver weg.

Dit is het derde deel in een serie over monarchieën die een eeuw geleden, aan het eind van de Eerste Wereldoorlog, verdwenen.