Koning opent nieuw museum over Indië

Het Indisch Monument in Den Haag. beeld ANP, Olaf Kraak

Eindelijk is het er: het definitieve kennis-, cultuur- ontmoetings- en herinneringscentrum voor iedereen die iets heeft met het voormalige Nederlands-Indië. Koning Willem-Alexander opent dit Nationaal Museum Sophiahof in Den Haag donderdag.

Het centrum gaat niet alleen over de geschiedenis, maar ook over hoe die historie nog gevolgen heeft in het hedendaagse Nederland, het land van de toenmalige kolonisator. Bijzonder detail is dat het gevestigd is in de Sophiahof, ooit gebouwd voor Guillaume Baud (1801-1891), minister van Koloniën. Het gebouw wordt gehuurd van de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

Het museum krijgt de komende drie jaar een deel van de jaarlijkse 1,5 miljoen euro uit de subsidieregeling Collectieve Erkenning. In het museum komen vijf organisaties samen: het Indisch Herinneringscentrum, de Stichting Moluks Historisch Museum, het Indisch Platform, de Stichting Pelita en de Stichting Nationale Herdenking 15 Augustus 1945.

De Indische gemeenschap is erg divers, mede een nasleep van de verhoudingen in de kolonie, en de vijf organisaties behouden hun eigen identiteit. Dat ze samenwerken, komt vooral door die Collectieve Erkenning, zegt Yvonne van Genugten, directeur van het Indisch Herinneringscentrum.

Een beetje onrust is er toch: sommigen wachten nog op uitbetaling van de salarissen van voorvaderen die als militairen vochten voor Nederland en vinden het feestje met de koning niet op zijn plaats. Van Genugten verwacht jaarlijks zo’n 30.000 bezoekers te krijgen. ,,Er zijn twee miljoen mensen met een binding met Nederlands-Indië.” Dat loopt volgens haar uiteen van mensen met een Indische achtergrond tot Indië-veteranen.