Keizer Wilhelm luisterde in Amerongen vooral naar zichzelf

Kasteel Amerongen was het eerste ballingsoord van ex-keizer Wilhelm II. beeld Roel van Norel
4

Opeens was Amerongen wereldnieuws: de Duitse keizer ging er een eeuw geleden in ballingschap. „Help, de Keizer komt!”

De fraaie dorpskern van Amerongen doet zo historisch aan dat Wilhelm II veel ervan nog gezien moet hebben toen hij hier in de periode 1918-1920 op het kasteel verbleef of later, als hij vanuit Huis Doorn nog eens door het dorp reisde waar hij na zijn vlucht een schuilplaats vond. De tentoonstelling in het kasteel die daaraan herinnert –”Help, de Keizer komt!”–, is nog een week te zien. Zaterdag konden bezoekers van een symposium over de onverwachte gast er een kijkje nemen.

Die bijeenkomst –vanwege de grote belangstelling verplaatst van het kasteel naar de Andreaskerk– zou over ”Wilhelmina en de komst van Wilhelm II” gaan, maar uiteindelijk werd het thema gepreciseerd tot de vraag hoe onverwacht die gast nu eigenlijk was: ”Wat wist Wilhelmina?”

Het is de vraag die een van de sprekers, Beatrice de Graaf, twee weken geleden in de media al beantwoordde: voor koningin Wilhelmina kan de komst van de Duitse vorst niet de verrassing geweest zijn die ze later veinsde. Niet voor niets waren Duitse diplomaten recent tweemaal op bezoek geweest op Kasteel Amerongen, terwijl de burgemeester van Oldenzaal opdracht kreeg veertig hutkoffers van het keizerlijk hof in Berlijn over te brengen naar Kasteel Middachten bij Arnhem. De komst van de keizer –die zijn troon kwijtraakte toen Duitsland de Eerste Wereldoorlog verloor– werd voorbereid, concludeert De Graaf, die deze gegevens in Berlijnse archieven aantrof.

Landsbelang

Kasteeldirecteur H. Sietsma wilde zaterdag nog wel even beklemtonen dat het een vraag van het kasteelbestuur was geweest die De Graaf tot haar onderzoek aanzette: na een eeuw wilde men weleens weten hoe het nu werkelijk zat.

Wat hij ook wel kwijt wilde: ‘1918’ was niet de eerste keer dat Kasteel Amerongen belangrijk was. De kasteelheer die in 1581 namens het gewest Utrecht de Acte van Verlatinghe ondertekende, „stond aan de wortel van de Nederlandse staat.” De heer van Amerongen die in 1672 rechterhand van de stadhouder was, wist de hulp van keurvorst Friedrich Wilhelm te mobiliseren en voorkwam daardoor dat de Nederlanden radeloos, redeloos en reddeloos onder Franse dwingelandij terechtkwamen. En toen Wilhelm op 28 november 1918 de abdicatie ondertekende, bezegelde hij –hier dus, op dit kasteeltje, bij dit dorpje– het einde van het keizerrijk Duitsland, van het koninkrijk Pruisen en van 501 jaar heerschappij van de Hohenzollerns.

Toch getekend

Waarom de keizer toen pas tekende, kwam prof. dr. J. Pekelder van de Universiteit Utrecht zaterdag vertellen. De keizer was immers al sinds 10 november in Nederland en zijn aftreden was al afgekondigd.

De nieuwe regering was echter gebrand op een officiële troonsafstand, om haar eigen bestaan te legitimeren. Wilhelm hield het vaag, want hij hoopte nog op terugkeer. Hij zwichtte uiteindelijk voor twee argumenten: de Duitse regering zou zich financieel inschikkelijk opstellen en de geallieerde overwinnaars zouden zich gemakkelijker neerleggen bij de keizerlijke ballingschap in het neutraal gebleven Nederland. En dat laatste –zijn persoonlijke veiligheid– ging Wilhelm boven alles. Hij tekende; het was 28 november, 16.00 uur.

Mislukt boek

Wilhelm sloeg aan ’t schrijven. In zijn Gedenkschriften wilde hij zich rechtvaardigen. „Jammerlijk mislukt”, oordeelt dr. P. Moeyes, die zaterdag zijn boek ”Het kleine keizersdrama in Amerongen” presenteerde. Mislukt omdat Wilhelm zich de ene keer als slachtoffer voordeed, de andere keer als opperste oorlogsleider.

Dat laatste was hij vooral niet, vindt Moeyes. Al in 1914 beklaagde de keizer zich erover dat theedrinken, houthakken en wandelen zijn bezigheden waren omdat de regering hem overal buiten hield. Het was vier jaar later niet anders. De keizer liet zich marginaliseren. En daarna gaf hij alles en iedereen de schuld, behalve zichzelf.

Populair

Positief wil het beeld van de verdreven vorst maar niet worden. Hij werd niet moe zichzelf te horen praten, hoeveel herhaling er ook in zat en hoe moe zijn toehoorders in het Amerongse kasteel er ook van werden.

De weg naar zijn ondergang als heerser had hij –zegt Pekelder– zelf geplaveid door onbeholpen uitspraken en keuzes, waardoor hij „een noodzakelijk kwaad” geworden was. Dat roept in de Andreaskerk tegenspraak op vanuit het publiek, als iemand beklemtoont hoe populair de keizer was en hoeveel hij betekende voor de opbloei van het land. Pekelder gaat er niet in mee.

Kroonprins duikt onder

In het Duitse rijk raakten in 1918 wel 22 vorstelijke dynastieën hun heerschappij kwijt. Geen van de heersers gebruikte geweld om zichzelf of elkaar in het zadel te houden; geen van hen liep fysiek letsel op toen hun de troon ontnomen werd. Ze vielen als dominostenen. In de meeste gevallen konden ze daarna overigens „wenen in weelde”; ze behielden veel van hun bezit.

Voor historisch geïnteresseerden –de meesten op leeftijd– was het zaterdag smullen in de Amerongse kerk. Pekelder zet uiteen hoe niet alleen de kroonprins van het keizerrijk in Nederland onderdak vond –op het eiland Wieringen–, maar ook de kroonprins van Beieren, als onderduiker.

Wilhelm liet al zijn zes zonen een verklaring tekenen dat ze niet bereid waren de troon van hem over te nemen. In Duitsland was echter lang niet iedereen blij met het plotseling uitroepen van de republiek. Zelfs gematigde sociaaldemocraten hadden de keizer liever gehandhaafd gezien, zij het in een symbolische rol. Een geleidelijker democratisering zou beter zijn geweest, zegt Pekelder. Het zou wellicht de ontevredenheid onder conservatieven hebben voorkomen die later mede de basis werd voor de opkomst van Hitler.