Hulde en herrie bij bezoek Willem V aan Zeeland

Op de Middelburgse VOC-werf woonde prins Willem de tewaterlating van een zeilschip bij. beeld Zeeuws Archief
4

Dichtbevolkt was Walcheren in 1786 niet, maar toch was een „toevloed van een zeer groote menigten uit de nabuurige Steden en Dorpen zaamengevloeid” toen stadhouder Willem V Domburg bezocht. De prins kwam naar het ringsteken kijken, maar het volk kwam vooral voor hem.

Het eiland was blij met de Oranjevisite, dat bleek wel uit het boek ”Het verheugd Zeeland”, dat een jaar later verscheen. Met uitgebreide reisbeschrijvingen en aardige anekdotes blikte het terug op het verblijf van Willem V en zijn gezin in het Zeeuwse gewest.

In Domburg werd „het aanzienlyk Gezelschap ontfangen, en in een Tent gebragt, welke men ter hunner eere neevens de Kerk vervaardigd had. Voor de Tent wierd door de Burgers en Boeren naar de ring gereden, zynde dit hier te Lande een oud gebruik.” De stadhouder stelde daarvoor een prijs beschikbaar en dat zijn alle vorsten na hem –Lodewijk Napoleon en vervolgens de Oranjes weer– blijven doen.

Aandacht trok het vorstelijk gezelschap ook door de twee zwarte bedienden die Willem bij zich had: Cupido en Sideron. Een van de twee is op een prent van het bezoek aan Domburg te zien terwijl hij achter op een koets staat, met een morenmuts op zijn hoofd.

Beschermheer

Het Zeeuws Archief in Middelburg richtte de expositie ”Een vorstelijke reis door achttiende-eeuws Zeeland. Op reis met Willem V” in. Aanleiding is het 250-jarig jubileum van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Bij de oprichting in 1769 werd stadhouder Willem V de eerste beschermheer van het genootschap, dat streefde naar „het verzamelen van zodanige zeldzaamheden der natuur, waarin de wijsheid en grootsheid van den Schepper op het luisterrijkste worden ten toon gespreid.” De huidige voorzitter, jhr. mr. K. F. H. Schorer –oud-burgemeester van Renswoude–, is een afstammeling van Jacob Hendrik Schorer, de directeur van het genootschap die de prins in de zomer van 1786 in Middelburg ontving.

De reis van de stadhouder wordt in de tentoonstelling gevolgd aan de hand van prenten en tekeningen uit de ”Zelandia Illustrata”, de atlas van het genootschap. Daar zijn allerlei voorwerpen uit musea aan toegevoegd.

Domburg haalt prins Willem V, prinses Wilhelmina en hun kinderen in. Het is 1 juli 1786. Achterop de koets staat een van de zwarte bedienden, herkenbaar aan de veren op zijn morenmuts. beeld Zeeuws Archief

Zegenwens

Willem logeerde met zijn vrouw, Wilhelmina van Pruisen, en hun drie ”Vorstelijke Spruiten” anderhalve maand in het Prinsenlogement in de Abdij te Middelburg. Intussen gingen ze op pad. Zo veel mogelijk zien, maar ook zo veel mogelijk gezien worden, daar ging het om. Een charmeoffensief was nodig in een tijd waarin de tegenstellingen tussen patriotten en prinsgezinden de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden diepgaand verdeelden.

De stadhouder had Den Haag moeten verlaten en woonde nu in Nijmegen. Van daaruit ondernam hij zijn promotietour naar Zeeland, het gewest dat hem nog wel goed gezind was. Zoals de Vlissingse burgemeester op een wapen liet zetten dat in de expositie te zien is: „De vyfde Willem leef (deed) al zyn vervolgers sneeven, Oranje nakroos moet tot end der daage leeven.”

Het welkom was allerhartelijkst: „Uw strand ò Zeeland! Galmd van ’t Vaderlandsch Hoezee! Het welkom Willem, klieft de wolken; Het schaterd aan uw stille ree: Uwe ongeveinsde trouw zy ’t voorbeeld voor de volken.”

Twee burgemeesters en een schepen waren afgevaardigd „om uit naam van de magistraat van Arnemuiden Zijne Hoogheid te complimenteren en te verwellekommen.” Al was die aankomst op zondag, uit Arnemuiden kwam ook een kerkenraadsdelegatie: „Op de 24e juni heeft de predikant ds. Molentiel met twee ouderlingen sig naar Middelburg begeven om Zyn Doorlugtige Hoogheid, by zyn komst met zyn ganschelyk Vorstelyk Huys, te verwellekomen met toewensching van ’s Heeren Dierbaarste Zegeningen.” Later kwam het prinselijk gezelschap kerk en stadhuis in Arnemuiden bekijken.

Stadhouder Willem V bezocht buitenplaats Sint Jan ten Heere, een halve eeuw later de bakermat van de Gereformeerde Gemeenten op Walcheren. Aquarel van J. Arends uit 1777, negen jaar voor het prinselijk bezoek. beeld Zeeuws Archief

Huldebetoon

De prins woonde in Middelburg tal van diensten in de Nieuwe Kerk bij. Op de VOC-werf was hij getuige van de tewaterlating van het schip Sint Laurens. Hij beklom de Lange Jan en kerfde er zijn naam in een steen. In de Abdij zat hij –als Eerste Edele– een vergadering voor van de Staten van Zeeland.

De stadhouder was te gast bij welgestelde families: „De geheele Thuin was fraay geillumineerd. (...) Aan alle zyden van de Thuin was een goed choor Muzykanten geplaatst, welke de wandeling der toegevloeide menigten door geduurig turks Muzyk verrukten en verheugde. Nimmer heeft men een Feest van deeze natuur met eenstemmiger inschiklykheid zien afloopen.”

Op buitenplaats Poppenroedeambacht speelde prinses Louise op het orgel. Ook dat was voorbereid: „Orgel Smeeren”, had de eigenaar van tevoren aangetekend.

Te midden van het feestgedruis ging de prins niet voorbij aan de zorgen van de bevolking. Bij Westkapelle lieten dijkwerkers de vraatzucht van paalwormen zien.

Het reizen kostte tijd. Er was geen snelweg A58, er waren geen dammen en tunnels, er was geen gemotoriseerd verkeer. Het stadhouderlijk gezin verplaatste zich per schip en koets. De Zeeuwen spaarden kosten noch moeite en haalden hun hooggeboren gasten feestelijk in. Ze hoopten –volgens het slot van het boek ”Het verheugd Zeeland”– dat het „Vorstlyk Paar” na het vertrek „aan Zeeland Paradys nog duizendmaal gedenken” zou.

Tegenstand

Niet dat het bezoek vlekkeloos verliep. In de tentoonstelling is een anoniem pamflet te zien: „Gy gaat dan naar Zeeland, Prins!… Hebben de raadslieden van uw verderf U vooraf wel behoorlyk onderricht, wat het gevolg van uwe komst zyn zal… Staakt des uwe reis, Prins…”

In Vlissingen werd genoteerd: „Meenig een zag men wegens dit bezoek traanen van blydschap storten; anderen staroogden in verrukking spraakloos op Willem de Vyfde.” In Goes zetten patriotten echter demonstratief een zwarte kokarde op hun hoed. Dat leidde tot een opstootje met wederzijdse scheldpartijen en wat geduw en getrek. Een bejaarde timmerman werd gearresteerd. Pas na maandenlange gevangenisstraf was hij genegen vergeving te vragen.

Tumult

Een halfjaar later sloeg de vlam pas echt in de pan: Oranjegezinden plunderden de huizen van patriotten in Middelburg, Vlissingen en Goes. In Middelburg kwamen zes mensen om het leven.

Ook op Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland deden aanhangers van de prins zich gelden. Uiteindelijk hield het stadhouderlijk bewind het echter geen acht jaar meer vol. Ook Zeeland kwam in 1795 onder het juk van de Fransen. Met de macht van de Oranjes was het voorlopig gedaan.

De expositie ”Een vorstelijke reis door achttiende-eeuws Zeeland. Op reis met Willem V” is tot 2 mei te bezichtigen in het Zeeuws Archief aan het Hofplein in Middelburg.