Hoe begrafenispreek koning Willem I toch werd gevonden

Bijzetting van prins Bernhard in de Nieuwe Kerk in Delft, in het familiegraf van de Oranjes. beeld ANP, Robin Utrecht

Of de lijkkist van koning Willem I nu 1100 pond of 1100 kilo woog, daarover zijn historici het niet eens. Feit is dat het loodzware gevaarte halverwege de trap naar de grafkelder in Delft klem kwam te zitten. En dat er geen begrafenisdienst of -preek was. Of toch wel?

Meer dan de woorden van de hofkapelaan die bij de kerkdeur stond, zouden er niet hebben geklonken in de Nieuwe Kerk van Delft. „Stof zijt gij, en tot stof zult gij wederkeren”, sprak deze toen het levenloze lichaam van de koning op 2 januari 1844 werd binnengedragen. Een dienst, preek of lijkrede ontbrak bij de begrafenis van de eerste koning der Nederlanden, stelde de biografie van Willem I. Ook het Koninklijk Huisarchief wist niet van meer.

Is er dan verder écht niets gezegd, vroegen David Hakkenberg en Leon van den Broeke, auteurs van het boek ”Koninklijk afscheid”, zich af. In de bundel zijn alle begrafenispreken van Oranjevorsten en -vorstinnen opgenomen. Bij de boekpresentatie in Apeldoorn, donderdag, vertelde Hakkenberg over zijn zoektocht naar de preek. Die bleek niet tevergeefs. Bij een antiquair in Den Haag vonden de auteurs een kerkelijke rede die ds. Dermout hield. Niet in Delft op 2 januari, maar vijf dagen later –zondags– in de Haagse Kloosterkerk.

„Koningen sterven, maar het vaderland blijft leven”, sprak Dermout volgens het boekje, bewaard door de remonstrantse gereformeerde gemeente in Rotterdam. Begrafenispreken waren vroeger een propagandamiddel, constateerde Van den Broeke.

Dermout riep zijn gehoor ook op tot trouw aan het vaderland: „Bewaren en bevorderen wij de eendragt, betoonen wij eerbied voor God, en wet en regt en orde, en zijn wij getrouw aan den Koning en zijn Huis, dan zullen wij regtschapen zonen van het oude Nederland zijn.”

Dat er in Berlijn een lijkrede voor Willem I was gehouden, was wel bekend. Bij zijn kist, in het stadspaleis van de Duitse hoofdstad. Omdat de koning niet gebalsemd wilde worden, was zijn lichaam in een loden kist gelegd. Omdat die niet goed genoeg was, ging er nog een kist omheen. Plus nóg een mahoniehouten kist.

De loodzware lijkwagen kwam vanuit Berlijn niet zonder slag of stoot in de Rotterdamse haven, en óók niet in de grafkelder van de Nieuwe Kerk van Delft. De marineboot die de kist zou halen in de haven van Hamburg, kreeg pech. Een ander stoomschip dat werd gezet, strandde in de mist op een zandbank. Waarop het levenloze lichaam alsnog aan boord werd gebracht van het intussen gerepareerde schip uit Nederland.Voordat de stoet naar Delft trok, werden alle bruggen gecontroleerd om te voorkomen dat het gevaarte erdoor zou zakken. Bij de afdaling in de grafkelder konden 20 tot 24 tillers niet voorkomen dat de kist vast kwam te zitten en gekeerd moest worden. Onthutst verliet koning Willem II de kerk.