„Gouden Koets volgt de weg van Zwarte Piet”

Op sociale media is dinsdag uiteenlopend gereageerd op de bekendmaking dat de Gouden Koets nadat de restauratie volgend jaar is afgerond in elk geval tijdelijk verhuist naar het Amsterdam Museum. De koets die in 2015 voor het laatst werd ingezet op Prinsjesdag, rijdt daardoor ook volgend jaar niet op de derde dinsdag in september.

De politieke partijen SP en Partij voor de Dieren toonden zich blij met het besluit en verbonden er meteen de conclusie aan dat het geen tijdelijke maar permanente huisvesting wordt voor de in 1898 door Amsterdam aan koningin Wilhelmina geschonken koets. „Goed nieuws, de gouden koets, een product uit het koloniaal verleden, hoort inderdaad thuis in een museum”, twitterde SP-Kamerlid Sadet Karabulut. „Dit privilege kan het koningspaar best missen.”

De Partij voor de Dieren wees op een motie die begin juli werd ingediend. Daarin werd de regering gevraagd „de gouden koets niet meer in de oude hoedanigheid in te zetten maar in plaats daarvan te gebruiken voor brede, democratische en oplossingsgerichte bewustwording over institutioneel racisme.”

Op Twitter wordt door anderen de suggestie gedaan om meteen ook de monarchie een plaats te geven in het museum. Koets en koningshuis zijn in de opvatting van veel twitteraars niet meer van deze tijd. Anderen vragen zich af hoeveel de restauratie heeft gekost en of dat nu geen weggegooid belastinggeld is als de Gouden Koets in het museum terechtkomt. De opknapbeurt werd enkele jaren geleden geschat op 1,2 miljoen euro en wordt door de koning uit eigen middelen betaald.

De rit van de Gouden Koets naar het Amsterdam Museum wordt door veel twitteraars gezien als teloorgang van het Nederlands erfgoed en van Nederlandse tradities. Na Zwarte Piet en de moorkop is het nu de beurt aan de vanwege zijn koloniale linkerpaneel omstreden „gouden caravan”, zoals Willem-Alexander het gevaarte een keer omschreef.