Godsdienst was Boudewijns drijfveer

Koning Boudewijn en koningin Fabiola. beeld Kippa
12

Het land is verweesd achtergebleven, zei premier Dehaene. Zo voelden de Belgen zich nadat koning Boudewijn 25 jaar geleden plotseling overleed. Een koning met een missie.

Die missie is door de Vlamingen Mark van den Wijngaert en Emmanuel Gerard beschreven in een nieuwe biografie over de vorst, die op 31 juli 1993 tijdens zijn vakantie in zijn buitenverblijf Astrida in het Zuid-Spaanse Motril overleed door een hartaanval. De koning was toen bijna 63 jaar en zat al 42 jaar op de troon.

Toen Boudewijn drie jaar was, verongelukte zijn opa, koning Albert I; anderhalf jaar later –een week voor Boudewijns vijfde verjaardag– zijn moeder, koningin Astrid. Dat leed tekende zijn jeugd. Boudewijn had een oudere zus, Josephine-Charlotte –die later met de Luxemburgse groothertog trouwde–, en een jongere broer – die hem, als koning Albert II, opvolgde.

Beladen begin

Al jong was Boudewijn koning, omdat een deel van de Belgen zijn vader niet terugwilde: Leopold III was in 1940 in het land gebleven toen het kabinet naar het buitenland uitweek, hij had Hitler bezocht en was in 1941 hertrouwd met de dochter van de Duitsgezinde gouverneur van West-Vlaanderen. Het leidde na de oorlog tot de koningskwestie: Leopold was zo impopulair geworden dat hij maar in Zwitserland bleef; zijn broer Karel werd regent.

België bleef een monarchie, maar wel met een andere vorst. Zoals Van den Wijngaert en Gerard het beschrijven: „In de politiek chaotische nadagen van de koningskwestie neemt de jonge, slecht voorbereide Boudewijn getraumatiseerd en onzeker het roer van zijn vader over. Hij erft van Leopold III een door het regentschap en door de macht van de politieke partijen uitgehold koningschap en een afkeer van de politici die hij voor de troonsafstand van zijn vader verantwoordelijk acht.”

Ontvangen parel

Geen florissante startpositie. Zijn vader bleef nog jaren negatieve invloed op hem uitoefenen, stellen de auteurs. Totdat Leopold en diens tweede vrouw, Lilian, uit het Lakense paleiscomplex moesten vertrekken en Boudewijn in 1960 in de Spaanse verpleegster Fabiola (1928-2014) een toegewijde vrouw vond. Dat herstelde het aanzien van de monarchie. „Waarom, Heer, hebt Gij hemel en aarde bewogen om mij die kostbare parel te geven, die mijn Fabiola is?” schreef de koning in zijn dagboek. Met zijn vader en tweede moeder kwam het tot een breuk.

Te midden van de familieperikelen moest Boudewijn ook gewoon zijn werk doen, en dat was soms ook verre van eenvoudig. De Belgen wisten wat kabinetscrises waren; de ene volgde de andere in hoog tempo op. Koning Boudewijn oefende een stabiliserende en matigende invloed uit, alleen al door maar liefst zeven keer het ontslag van een regering te weigeren. Hij waarschuwde dat zijn diepgaand verdeelde land onbestuurbaar dreigde te raken. Hij wist niet te voorkomen dat de regionale overheden van Vlaanderen en Wallonië steeds meer macht kregen.

Tot in zijn laatste toespraak toe riep Boudewijn op tot nationale eenheid. Hij sprak ook over menselijke waardigheid, het gevaar van racisme en het lot van minderbedeelden. Dát werd zijn missie: de aandacht van zijn volk vragen voor morele thema’s.

Schitterende roeping

Ruime aandacht geven de auteurs aan de godsdienstige betrokkenheid waaruit deze toespraken voortkwamen. In zijn dagboek schreef Boudewijn: „Jezus, leer mij te doen wat ik kan en de last van de jaren te aanvaarden, alsook de gevolgen van een jaar dat een van de zwaarste was van mijn loopbaan.”

Het koningspaar had veel contact met roomse geestelijken, en sommigen hadden grote invloed. Dat bleef lang buiten het blikveld, totdat de 90-jarige kardinaal L. J. Suenens in 1995 persoonlijke correspondentie van de koning en delen van diens dagboek openbaar maakte.

Boudewijn was ervan overtuigd dat hij een religieuze taak diende te vervullen. Dat had Suenens hem in 1960 ook duidelijk gemaakt: „Ik zou u heel graag willen helpen om te beantwoorden aan uw schitterende roeping. Aan de droom van God over uw leven. God heeft een droom die hij wil realiseren in u, met u en door u.”

Achter de schermen

Suenens en de Ierse zendelinge Veronica O’Brien –een „gedreven en imponerende persoonlijkheid”– hadden „een enorme impact op de ontvankelijke Boudewijn.” Onder hun invloed stelde hij zich nederig en dienstbaar op, stellen Gerard en Van den Wijgaert. „Door zijn geloof wordt Boudewijn zelfverzekerder en standvastiger in zijn keuzen en ergert hij zich vaak aan de naar zijn aanvoelen immoraliteit van het politieke milieu. Hij legt daarbij weinig of geen nuances in zijn oordeel. In zijn ogen bestaan er tussen goed en kwaad nauwelijks schakeringen.”

Suenens –later kardinaal– was een invloedrijk man. Hij was leider van de progressieve meerderheid tijdens het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) en leefde enige tijd in onmin met de paus toen hij diens macht ter discussie stelde. Later vroeg paus Paulus VI hem echter leiding te geven aan de Charismatische Vernieuwing, de beweging die ook het Belgische koningspaar aansprak. Reeds tijdens Boudewijns begrafenis werd erover gerept de koning heilig te verklaren.

Niet te vermurwen

Bekend werd Boudewijns drastische besluit uit 1990 om zich twee dagen uit zijn ambt terug te trekken omdat hij de abortuswet niet wilde ondertekenen. Daarmee ging hij in tegen de grondbeginselen van de parlementaire monarchie, maar het volk nam hem dat niet kwalijk; zijn standvastigheid kreeg juist veel waardering. „Hij was niet te vermurwen”, zei Fabiola later. In zijn plaats bekrachtigde het kabinet-Martens de wet.

Met premier Martens kon de koning het overigens goed vinden. Zoals een oud-minister zei: „Boudewijn en Martens delen die bij uitstek Belgische voorliefde voor gematigdheid en voorzichtigheid. Je kunt het bijna afleiden uit hun fysieke verschijning: geen van beiden heeft buitenissige trekken of kwaliteiten. Ze vatten hun job buitengewoon ernstig op, het zijn stugge werkers. (...) Gewoon twee deftige, degelijke heertjes, die het goed met elkaar kunnen vinden en die bovendien ook nog in de smaak blijken te vallen bij de gemiddelde Belg. Een saaie, maar efficiënte tandem.”

Triest

Boudewijn Albert Charles Leopold Axel Marie-Gustave werd gewaardeerd vanwege zijn eenvoud, eerlijkheid en medeleven. Aan zijn wat melancholieke glimlach dankte hij zijn bijnaam ”Le Roi Triste”, de droevige koning. Het gekissebis van de politici, het verlies van kolonie Kongo en de ontwikkeling van België tot een verzameling gewesten stond Boudewijn allemaal niet aan. „Door zijn koningschap steeds meer een moreel-maatschappelijke inhoud te geven heeft hij wellicht naar eigen aanvoelen zijn missie wel met succes volbracht”, besluiten de Vlaamse auteurs.

Broer Albert was de eerst aangewezene om Boudewijn op te volgen. Velen dachten dat hij er geen belangstelling voor had en de troon aan zijn zoon Filip zou laten. Maar dat gebeurde twintig jaar later pas.

>>rd.nl/konhuis voor meer foto’s.

Boudewijn. Koning met een missie, Mark van den Wijngaert en Emmanuel Gerard; uitg. Davidsfonds/Standaard, Antwerpen, 2018; ISBN 978 90 5908 907 5; 240 blz.; € 22,50.