Felipe gaf Spaans koningshuis weer aanzien

Koning Felipe bouwde de afgelopen vijf jaar veel krediet op. Wensen zijn er onder de bevolking ook: hij zou meer contact met gewone Spanjaarden moeten hebben. Van links naar rechts: kroonprinses Leonor (13 jaar), koningin Letizia (46), koning Felipe VI (51), koningin Sofia (80) en prinses Sofia (12), voorafgaand aan de paasmis in de kathedraal van Palma de Mallorca in april. beeld AFP, Jaime Reina
3

De Spaanse koning Felipe VI heeft er vijf jaar op de troon opzitten. Vijf jaar waarin hij het wankelende en beschadigde koningshuis weer aanzien heeft gegeven, waarin hij maar liefst zes consultatierondes heeft gehouden op zoek naar een regering en vijf jaar waarin de Spaanse eenheidsstaat op zijn grondvesten schudde door de afscheidingsbeweging in Catalonië.

De Spanjaarden toonden zich over het algemeen tevreden over het resultaat. Bij een opiniepeiling sprak 67 procent zijn waardering uit over de afgelopen vijf jaar – een hoger aantal dan het aantal mensen dat zei de monarchie te steunen.

In Andalusië was het enthousiasme voor zowel de monarchie als de koning het hoogst, in het republikeinse en naar onafhankelijkheid strevende Catalonië –niet verrassend– het laagst. Van de leden van het koningshuis kreeg Felipe het op één na hoogste cijfer – alleen zijn ‘onverwoestbare’ moeder koningin Sofia scoorde op alle fronten hoger.

Overgang

Anders dan zijn bijna-generatiegenoot en een jaar eerder aangetreden Nederlandse collega koning Willem-Alexander kwam Felipe bij zijn troonsbestijging op 19 juni 2014 niet in een gespreid bedje. Integendeel. In tegenstelling tot koningin Beatrix was de Spaanse koning Juan Carlos nooit van plan om tussentijds af te treden. Dat maakte hij herhaaldelijk duidelijk. Juan Carlos stond ook voor zijn veertigjarig regeringsjubileum en genoot van het aanzien en de relatieve vrijheid die het koningschap met zich meebrachten.

De ‘koning van de overgang’ werd hij genoemd. Juan Carlos had Spanje vanuit de dictatuur van de in november 1975 overleden generaal Francisco Franco naar een constitutionele monarchie gevoerd. Hij had in februari 1981 pal gestaan toen rechtse krachten met een staatsgreep de ontwikkelingen probeerden terug te draaien. Met het toen verworven krediet regeerde de koning verder. Zijn menselijke zwakheden werden met de mantel der liefde bedekt. De media en politici deden er het zwijgen toe en ook koningin Sofia vertrok naar buiten toe geen spier.

Pasja-gedrag

De koning echter had niet door dat de tijdgeest was veranderd. Dat zijn krediet op begon te raken in een tijd dat Spanje werd getroffen door een enorme economische crisis en waarin het ene na het andere corruptieschandaal de voorpagina’s haalde.

Als Juan Carlos toen moreel gezag had getoond, dan was er in 2014 mogelijk geen troonswisseling geweest. Maar de koning gleed uit, letterlijk en figuurlijk. Bij een olifantensafari in Botswana brak hij zijn heup. Pijnlijk voor Juan Carlos, maar nog pijnlijker voor al die Spanjaarden die moeite hadden om de eindjes aan elkaar te knopen. Die hadden op enige koninklijke solidariteit gerekend, niet op pasja-gedrag. En heel pijnlijk voor koningin Sofia, want haar man bevond zich tijdens de reis in dubieus vrouwelijk gezelschap.

Startpositie

Botswana betekende een keerpunt. Juan Carlos kwakkelde al langer met zijn gezondheid, maar hij kreeg nu te maken met een opeenstapeling van kwalen. De media zagen in zijn weinig koninklijk en gevoelloos handelen aanleiding om alle in de afgelopen decennia opgeslagen vuile was in één keer naar buiten te gooien. En ook de koninklijke familie zelf bleek besmet door het corruptievirus: schoonzoon Iñaki Urdangarin én dochter prinses Cristina stonden met een waslijst aan beschuldigingen –witwassen, fraude, belastingontduiking– voor de rechter. In de peilingen stond de koning lager dan ooit tijdens zijn 39 regeringsjaren.

In dat klimaat kwam Juan Carlos kort na zijn 76e verjaardag tot de conclusie dat hij de monarchie alleen nog kon redden door af te treden en plaats te maken voor Felipe, die als onkreukbaar bekend stond. Maar dat legde een enorme last op de schouders van de nieuwe koning. Daar waar Willem-Alexander een vliegende start kon maken, in een land waar de overgrote meerderheid van de bevolking sympathiek stond tegenover het koningshuis en de monarchie, moest Felipe gedeeltelijk vanaf nul beginnen. Willem-Alexander kon voortbouwen op het stevige fundament dat zijn moeder had gelegd, terwijl Felipe juist moest afbreken en afstand moest scheppen tot zijn vader, die daarop weer met misnoegen reageerde. Pas recentelijk, toen Juan Carlos aankondigde na vijf jaar helemaal met pensioen te gaan, waren de waarderingscijfers voor de gewezen koning weer in overeenstemming met de plaats die hij ondanks alles in de moderne Spaanse geschiedenis inneemt.

Eenheid

Felipe wilde een transparante, afgeslankte, kreukvrije en zeer zakelijke monarchie. Alles volgens het boekje –lees: de grondwet– en zonder opsmuk of franje. Hij vond dat alleen op die manier het respect kon worden teruggekregen. Het verschil met Willem-Alexander was ook hier heel groot. Geen feestelijke kennismakingstoernee door het hele land, geen uitbundige viering van zijn vijftigste verjaardag, maar een eindeloze reeks institutionele ontvangsten op het paleis – met bij de obligate foto’s steeds weer hetzelfde wandtapijt op de achtergrond. Bij de recente gespreksronde met de leiders van de politieke partijen over de vorming van een nieuwe regering werd dat zelfs Felipe teveel. De foto’s werden vanuit een andere hoek genomen. Dat tapijt kon heel Spanje inmiddels wel dromen.

Felipe werd voor veel Spanjaarden overigens pas echt koning op 3 oktober 2017. Toen hield hij op televisie een vlammend betoog over de eenheid van zijn land en respect voor de grondwet naar aanleiding van het uit de hand gelopen, en volgens de centrale overheid illegale, onafhankelijkheidsreferendum in Catalonië. Het was de lakmoesproef, die werd vergeleken met het handelen van Juan Carlos bij de coup 36 jaar eerder. Alleen in Catalonië en Baskenland was er afkeuring, maar dat was te verwachten.

De straat op

Bij het regeringsjubileum, dat werd gemarkeerd met de uitreiking van onderscheidingen in de Orde van Burgerlijke Verdienste, was er in de media vooral lof voor Felipe. Maar wensen waren er ook. Meer empathie, meer contact met gewone Spanjaarden –jong en oud–, minder vaak in het paleis blijven en meer de straat op, meer deelname aan feestelijke gebeurtenissen of volksfeesten, vormden het lijstje van verlangens waaraan het koningspaar de komende tijd zou moeten voldoen. Het werd tijd ook harten te veroveren en niet alleen maar waardering te krijgen, zoals één publicist het verwoordde.