Citeren

Tijdens het staatsbezoek aan Chili, vorig jaar, las de Koningin tegenover de pers een op schrift gestelde verklaring voor over het al of niet afbreken van het staatsbezoek in verband met de net uitgebroken oorlog in Irak en over de kwestie Margarita. Foto RD, Henk Visscher Henk Visscher

„Journalisten mogen de koningin niet letterlijk citeren. Stel, ze zegt: „Wat een koud voorjaar is het toch!”, dan mogen ze niet opschrijven: „Koningin Beatrix zei: „Wat een koud voorjaar is het toch!”” Een indirect citaat mag wel: „Koningin Beatrix merkte op dat het voorjaar nogal koud was.” Maar de meeste genade vindt een omschrijving: „De vorstin maakte een opmerking over de lage lentetemperaturen.”

De Tweede-Kamerfractie van GroenLinks wil dat dit verbod wordt opgeheven. Heeft deze partij gelijk?”

Met deze vraag stapt het blad Onze Taal deze week naar de lezer met de stelling: ”Het verbod op citeren van de koningin moet worden afgeschaft”. „Het citeerverbod is minder mallotig dan het lijkt”, schrijft Frank Jansen in Onze Taal. „Het is bedoeld om de ongemakkelijke situatie een beetje dragelijker te maken: alles wat de koningin in het openbaar zegt, valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Ventileert ze een keertje een opvatting die van die van het kabinet afwijkt, dan heeft de minister-president er veel plezier van als de afstand tussen de koningin en de uitspraak zo groot mogelijk is: hij kan dan eenvoudig ontsnappen door te beweren dat de journalist haar uitspraak verkeerd gehoord of begrepen heeft. Een citeerzin legt die relatie juist expliciet: door het gebruik van zeggen, de dubbele punt en vooral de aanhalingstekens. Deze laatste geven te kennen dat ze een domein afpalen waarbinnen iemand anders voor de tekst verantwoordelijk is dan de journalist.”

„Die expliciete relatie tussen spreker en uitspraak is ook een bedreiging voor de magie waarmee het vorstenhuis omgeven dient te zijn”, betoogt Jansen. „Wie de koningin citeert, stopt haar tekst in zijn tekst en eigent zich die tekst daardoor in wezen toe. Daardoor wordt de kracht van de uitspraak vanzelf minder. Maar er pleit ook veel voor afschaffing. Zo is het raar dat het verbod alleen voor de schrijvende pers geldt. Niemand piekert erover om van radio- en televisiejournalisten te eisen dat ze de vorstelijke stem wegdraaien om die te vervangen door een voice-over met een parafrase van eigen makelij. Daarom luidt de stelling deze keer: De koningin citeren moet mogen.” Tot zover Onze Taal.

Ook binnen de Vereniging Verslaggevers Koninklijk Huis (VVKH) gingen recent stemmen op om het verbod op citeren vaarwel te zeggen. Besloten is om schrijvers desgewenst de vrijheid te laten om in de toekomst de Koningin te citeren na een persgesprek tijdens staatsbezoeken. Of dat verstandig is, moet nog worden bezien. In de praktijk ligt het namelijk allemaal iets genuanceerder. Niet citeren heeft te maken met de constitutionele monarchie in het algemeen en de ministeriële verantwoordelijkheid in het bijzonder. Die ministeriële verantwoordelijkheid geldt voor al het handelen van de Koningin en de troonopvolger, prins Willem-Alexander. Het is de zorg van de minister-president om zo veel mogelijk te waarborgen dat het handelen van het staatshoofd in overeenstemming is met het openbaar belang. En als dit handelen het openbaar belang niet raakt? Ook dan is de minister-president aanspreekbaar, maar kan hij of de Rijksvoorlichtingsdienst volstaan met de verklaring waarom het openbaar belang niet in het geding is. Zou de Koningin al haar ingevingen eruit flappen, dan zou een premier het wel eens flink lastig kunnen krijgen of dan zou het openbaar belang geschaad kunnen worden. Kortom, niet citeren of toeschrijven is een zaak van de kwintessens.

Er is nog iets anders dat meespeelt. Een journalist krijgt de Koningin doorgaans niet te spreken. Alleen een staatsbezoek biedt perspectief. Dan organiseert men een ontvangst voor de Nederlandse gemeenschap. Aansluitend kunnen meereizende journalisten de zogenaamde passade (voorstelronde) afsluiten. Daarna loopt het koninklijke gezelschap in een intussen lege ruimte op de verzamelde pers toe, waarop men een gesprek van tien minuten toestaat met de schrijvende pers. De visuele pers mag hier wel bij zijn (en dringt niet zelden voor), maar mag geen beelden of fragmenten uitzenden. De voorwaarde voor de schrijvende pers is dat er niet mag worden geciteerd. Wel mogen de Koningin uitspraken worden toegeschreven, zoals dat in jargon heet. Dat betekent dus dat alles wat de Koningin zegt, alleen in de indirecte rede in de kranten mag verschijnen.

Een uitzondering was het persgesprek in Chili, tijdens het staatsbezoek vorig jaar. De Koningin las toen tegenover de pers een op schrift gestelde verklaring voor. De twee punten waar het om ging, waren een al of niet afbreken van het staatsbezoek in verband met de net uitgebroken oorlog in Irak en de kwestie-Margarita. Deze verklaring mocht in zijn geheel worden geciteerd en uitgezonden. Logisch: de regering was volledig op de hoogte en stond erachter, zoals dat ook geldt voor interviews met de majesteit en voor Troonredes en kersttoespraken.