Boek vol verhalen over Paleis Soestdijk

Verjaardagsdefilé in 1977. Op „de stoep.” beeld RD
6

Telefoontje uit het paleis: de kaas is op. Of kruidenier Andriessen even een pondje wil brengen. Het is al avond, maar je bent hofleverancier of je bent het niet: Andriessen stapt op zijn bakfiets en rijdt naar Soestdijk.

Een koninklijk huishouden is als een bedrijf. En de paleisgemeenschap was volgens een betrokkene „een dorp op zichzelf”, met personeelsleden en hun gezinnen die soms op of bij het paleispark woonden.

Het is allemaal voorbij. Vijftien jaar geleden is het alweer dat Paleis Soestdijk zijn functie als vorstelijk onderkomen verloor. Herinneringen aan die tijd zijn nu vastgelegd in een boek.

Paaseieren

De samenstellers namen dit werk vanuit persoonlijke betrokkenheid ter hand. Hilde Sneep, die de foto’s maakte, hoorde vertellen hoe de bakkerij van haar grootouders de paaseieren voor het paleispersoneel leverde nadat de koningin die hoogstpersoonlijk kwam uitzoeken.

De beide tekstschrijvers wonen in Baarn. Hanneke Kiel-de Raadt kwam als kind vaak langs het paleis en zwaaide naar de bewakers, ook al zwaaiden ze nooit terug. Bij Eugene Leenders staat 4 december 2004 in het geheugen gegrift: de dag dat de overleden prins Bernhard van Soestdijk naar Den Haag werd overgebracht. Toen werd de Koninklijke Standaard op het witte paleis gestreken. Een tijdperk lag achter; een periode die was begonnen toen prinses Juliana en prins Bernhard hier na hun huwelijk in 1937 kwamen wonen.

Slakkenleverancier

Dit boek gaat –volgens de ondertitel– over ”gewone mensen ten paleize”. Dat laatste klinkt al niet heel gewoon, en de betrokkenen beseften ook dat de paleisbewoners niet heel gewoon waren, hoe graag vooral koningin Juliana dat ook wilde zijn.

De auteurs moesten dan ook moeite doen het vertrouwen van hun gesprekspartners te winnen door duidelijk te maken dat ze niet uit waren op saillante details over het privéleven van het koninklijk gezin. ”Op de stoep van Soestdijk” biedt dan ook geen diepgravend onderzoek naar –om maar eens wat te noemen– gebedsgenezeres Greet Hofmans en de verstoorde verhoudingen tussen de monarch en haar gemaal. De geïnterviewden klappen uit het paleis, maar daarbij komen vooral onschuldige details voor de dag. Zoals de auteurs het samenvatten: „Frank mocht van Bernhard bij de helikopter kijken; Jan leverde alles aan het paleis, van suiker tot slakken; Tino liep gearmd met Juliana door de bossen van het paleis; Ante stond met afzakkende jarretels op het bordes; Fred versierde de kerstboom met Bernhard en Harry bracht Juliana een nachtelijke serenade op een pvc-buis.”

Een enkele keer komen er toch eigenaardigheden van de bewoners aan het licht. Zoals over de veeleisendheid van prins Bernhard, die kort voordat de maaltijd zou worden opgedist opeens iets anders wilde eten –wat de kok weigerde– en die zich een andere keer met een zelfvervaardigd schilderij bij die kok verontschuldigde voor een woedeaanval.

Zwijgen, altijd zwijgen

Wie op het paleis werkte, moest kunnen zwijgen. En foto’s maken was verboden. „Je werkte óf een half jaar voor Soestdijk en daarna zagen we ze nooit meer terug óf je werkte er voor het leven”, zegt Roy Kars. Hij behoort tot de laatste categorie en is al 42 jaar bij het onderhoud van het gebouw betrokken.

Het paleis had een telefooncentrale, die 24 uur per dag bezet was. Colinda Prins werd op de linnenkamer echter rechtstreeks gebeld door prins Bernhard. Hij had ”Prins Colinda” op de interne telefoonlijst zien staan en wilde weten wie de andere prins in het paleis was.

De gepensioneerde paleismedewerkers komen jaarlijks bij elkaar, op kosten van hun oud-werkgever. Zwijgzaamheid naar buiten toe voeren ze nog altijd hoog in het vaandel. „Het is zo’n vertrouwensfunctie”, zegt een schoonmaakster. „Ze hebben al zo weinig privacy en ik zeg altijd tegen mezelf: Hoe zou jij het vinden als anderen over jou praten?” Het geheim van Soestdijk, maar dan anders dan die uitdrukking gewoonlijk werd gebruikt.

Naast personeelsleden komen een politieagent, een huzaar en een marechaussee aan het woord, evenals de hoffotograaf, de kerstkaartenmaker, de kerstboomversierder. En de parachutist die elk jaar op Bernhards verjaardag bij Soestdijk landde.

Kinderen ook, uit de omgeving en uit de personeelswoningen. De dochter van de mandenmaker, de zoon van de tuinman, de genodigde voor het bevrijdingsfeest. Van een aantal interviews is een video gemaakt, toegankelijk via een QR-code in het boek.

Zichtbaar

Bernhard en Juliana woonden hier officieel 67 jaar, al waren ze tijdens de oorlog in ballingschap. Ze bleven er ook toen Juliana in 1948 de troon besteeg. Het vorstelijke onderkomen was, zij het op gepaste afstand, beter zichtbaar dan Paleis Huis ten Bosch, de boswoning van hun oudste dochter en nu van hun oudste kleinzoon.

De titel van het boek is ontleend aan het bordes van Soestdijk, bekend als de plaats waar het koninklijk gezin op Koninginnedag het jaarlijkse defilé afnam. Die verheven plaats werd door de Oranjes „de stoep” genoemd. Het is maar wat je eronder verstaat.

Het slothoofdstuk is door de actualiteit ingehaald. MeyerBergman Erfgoed Groep, die Paleis Soestdijk eind 2017 voor 1,7 miljoen euro van het Rijksvastgoedbedrijf kocht, wil het landgoed een andere functie geven. De komende jaren moet het paleis grondig worden gerenoveerd. Aan de buitenkant verandert er weinig, binnen wordt veel gemoderniseerd. Alle 167 kamers worden aangepakt.

De herbestemming van het vorstelijk erfgoed loopt vertraging op doordat het provinciebestuur de bouw van een woonwijk in het aanpalende bos verijdelde. beeld Bram van de Biezen

Toekomstplannen

Het boek verschijnt dan ook net voordat het paleis op 5 januari in ‘winterslaap’ gaat en nog maar een beperkt aantal keren per jaar open zal zijn voor publiek. In de eerste helft van 2020 moet de Oranjerie, nu in gebruik als restaurant, een nieuwe functie krijgen: Paviljoen voor de Toekomst, waar de plannen voor het monumentale landgoed worden gepresenteerd.

Soestdijk moet „een koninklijke plek” blijven, maar dan nu één „waar bezoekers uit de hele wereld kunnen beleven waar Nederland voor staat en hoe wij werken aan de toekomst van ons land.” ”Made by Holland”, heet het project waarover directeur De Gelder in het boek vertelt.

Spaak in het wiel

Inmiddels heeft hij zijn vertrek aangekondigd. En inmiddels is ook duidelijk dat de metamorfose vertraging oploopt. De plannen zouden voor een deel worden gefinancierd door de bouw van 98 huizen. Daarvoor zou 2,9 hectare van het vroegere marechausseeterrein en 3,2 hectare van het bos eromheen, het Paardenbos, worden gebruikt. „De Baarnse gemeenteraad hikt daar nu tegenaan”, staat in het boek te lezen. Het vervolg weten we inmiddels: eind oktober kondigde de provincie Utrecht aan dat ze geen woningbouw in het natuurgebied toestaat. De toekomst van het paleis is opnieuw ongewis.

Op de stoep van Soestdijk. Gewone mensen ten paleize; tekst Hanneke Kiel & Eugen Leenders, fotografie Hilde Sneep; uitg. Nabij Producties, Nijkerk, 2019; ISBN 9789492055705; 208 blz.; € 24,95