Ús Heit was voedsterheer voor volk en kerk

Standbeeld van Willem Lodewijk voor het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden. De stadhouder en zijn vrouw woonden hier. In 1603 werd het naburige Dekamahuis aan het complex toegevoegd. Later is het Stadhouderlijk Hof nog meermalen drastisch verbouwd.  beeld RD, Anton Dommerholt
7

Vier eeuwen geleden overleed Ús Heit. Daarom eren de Friezen hun vroegere stadhouder Willem Lodewijk met een herdenkingsjaar.

Daarmee volgt Friesland een advies van Isaac da Costa uit 1835 op: „Gedenk den vroomen held, die heel zijn zielzucht prentte, o Neêrland! in de dienst, tot uw behoud verricht! Gy, Friesland, ’t allereerst, met Groningen, met Drenthe, zijn wakk’re vaderzorg zoo duur, zoo teêr verplicht!”

Het koningshuis diende Willem Lodewijk ook niet te vergeten, vond Da Costa: „Gedenkt hem, Nassaus huis, gy, zijn doorluchte neven, van ouds gedragen op der Christnen heilgebed! Gy, uit zijn Frieschen stam op Neêrlands troon verheven, o Koning, op wiens keus meer dan Europa let!”

Volgens de dichtende Reveilman was Willem Lodewijk „door zeden, zilverblank; in d’ijver, trouw en sterk, den ijver voor Gods huis, die vroeg zijn hart beheerschte; in ’t vorstlijk voedsteren van Christus’ volk en kerk!” Groen van Prinsterer wees op het „edel en door godsvrucht geheiligd karakter” dat uit de brieven van de stadhouder bleek.

Goed en bloed

Willem Lodewijk (1560-1620), graaf van Nassau-Dillenburg in Duitsland, was de oudste zoon van Jan VI en diens eerste vrouw, Elisabeth van Leuchtenberg. Hij studeerde op de Dillenburg, aan de hofschool. En in Heidelberg, totdat de calvinisten de stad moesten verlaten.

In de Nederlanden werd hij al op 19-jarige leeftijd bevelhebber van troepen die tegen de Spaanse overheerser vochten. Nadat een zware kogel zijn onderbeen trof tijdens gevechten bij Coevorden liep hij de rest van zijn leven kreupel, maar al spoedig was hij als militair weer actief. Het ging –zoals hij schreef– in deze strijd om „Gods eer en de vrijheid van het vaderland”, en daarom wilde hij zich er niet aan onttrekken. Hij rekende zich gelukkig dit doel „met goed en bloed” te mogen dienen en getuigde van het vertrouwen dat God dit zou zegenen. Al stond het er vaak hachelijk voor, „om geen wederwaardigheden wil hoop ik ooit de gerechte zaak en de religie te verlaten, maar getroost wil ik afwachten het einde dat God bescheren zal.”

Krijgskunst

Willem Lodewijk volgde Willem van Oranje in 1584 op als stadhouder van Friesland en een deel van het Groningse gewest, zoals zijn vermoorde oom zelf nog had bepaald. De stad Groningen kwam er in 1594 bij, nadat Willem Lodewijk die tot overgave dwong door alle toegangswegen te blokkeren. Toen Drenthe in 1596 aan het Spaanse bewind ontfutseld was, werd hij daar ook stadhouder. Hij had een hoge ambtsopvatting: „De vroomheid boezemt het volk achting, verering en liefde in jegens de vorst en verzekert het tegen alle geweld en onderdrukking.”

Met neef Maurits, met wie hij vanaf zijn jeugd bevriend was, trok hij samen op in de strijd tegen de Spanjaarden, en later in de strijd tegen de remonstranten die in het land diepgaande verdeeldheid veroorzaakten. Hij bevorderde het militaire succes door het leger te hervormen en eeuwenoude Romeinse strategieën opnieuw te proberen. Tijdens de godsdiensttwisten stimuleerde hij Maurits stelling tegen het arminianisme te nemen. Het duurde wel even voordat zijn neef daaraan gehoor gaf.

Waarheid

In Friesland kregen de remonstranten nauwelijks voet aan de grond. Willem Lodewijk zei van hen: „Er wordt een leer geleerd die vreemd is, die wij in geen veertig jaar hebben vernomen. Als deze leer leidend wordt, is de Reformatie tevergeefs geweest.”

De Friese stadhouder is getypeerd als een man die de gereformeerde waarheid van harte liefhad en zich inzette voor kerk en belijdenis. Gods Woord had voor hem gezag. Gebed voorafgaand aan een legeraanval zag hij als onmisbaar.

Over Willem Lodewijks betekenis tijdens zijn 36 regeringsjaren schreef De Tijdspiegel in 1906: „Onder onzen Graaf had de kerk ’t goed. Wel gaf hij de kerkorde, wel kwam men bij hem in hoger beroep van classicale en synodale besluiten, wel schreef hij de kerkvisitatie uit, maar tegelijk bracht hij orde in de wanorde, trad streng op tegen het slechte leven van sommige predikanten, legde verschillen bij en, vooral, steunde het werk der kerk door persoonlijke sympathie. Hij was niet slechts staatsman en veldheer, maar ook theoloog, waarom hij ook, beter dan Maurits, een eigen oordeel vermocht te hebben over de kerkelijke twisten zijner dagen.”

Willem Lodewijk stond aan de wieg van de universiteiten van Franeker en Groningen. Daar zijn veel gereformeerde predikanten opgeleid. Hij bevorderde dat een predikant uit zijn woonplaats Leeuwarden, ds. Johannes Bogerman, in 1618 preses van de nationale synode in Dordrecht werd. Het was Bogerman die anderhalf jaar later aan Willem Lodewijks ziekbed stond en uit zijn mond optekende: „God zal mij genadig zijn, om Zijns lieven Zoons wil.”

Kortstondig huwelijk

Willem Lodewijk was al een paar jaar stadhouder toen hij in 1587 in het huwelijk trad met Anna, dochter van de overleden Willem van Oranje. De familie maakte bezwaar tegen dit neef-nichthuwelijk, maar ze zetten door. Voor Willem Lodewijk was het een gebedszaak, en vastbesloten noteerde hij: „Ik word gewaar dat deze persoon mij door de almachtige God is toegeschikt.”

Ruim een halfjaar na hun trouwdag overleed Anna op de Botnia Stins in Franeker, na enkele epileptische aanvallen. De diepbedroefde weduwnaar schreef dat „hoewel Gods doen ons dikwijls bitter en wrang dunkt, toch Zijn uitverkoren christenen alles ten beste en meerdere welvaart gedijt.” Willem Lodewijk is nooit hertrouwd, hoewel familieleden er sterk op aandrongen.

Anna’s lichaam werd in Leeuwarden in de Grote of Jacobijnerkerk bijgezet in de grafkelder van de Friese Nassaus. Dat gebeurde ook met haar man toen hij 32 jaar later overleed nadat een beroerte hem trof terwijl hij een brief aan zijn neef Maurits dicteerde.

beeld RD

Willem Lodewijkjaar

In hofstad Leeuwarden zou vrijdag 13 maart –precies 460 jaar na de geboorte van de stadhouder– het startsein voor het Willem Lodewijkjaar worden gegeven in het gebouw waar hij ter aarde werd besteld: de Grote of Jacobijnerkerk. Drie historici zouden er spreken: over politiek, krijgskunde en het persoonlijk leven van Willem Lodewijk. Er zou muziek van toen klinken. De bijeenkomst ging echter niet door vanwege de virusrichtlijnen die het kabinet donderdag uitvaardigde. Wel onthulde burgemeester Buma van Leeuwarden het Oranjeboompje op de Oranjepoort van de kerk. Het vorige exemplaar werd in de nacht van 6 op 7 oktober 2017 gestolen, vermoedelijk door koperdieven.

Verschillende activiteiten in het Willem Lodewijkjaar hebben –en dat is niet in de lijn van de stadhouder die wordt herdacht– op zondag plaats. De Stichting Nassau en Friesland organiseert nog meer:

Op 27 maart is in de Martinikerk in Franeker een orgelconcert met koormuziek gepland. Royaltykenner Bearn Bilker, voorzitter van de Stichting Nassau en Friesland en oud-burgemeester van de Friese gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland, spreekt er –als de bijeenkomst kan doorgaan– over Willem Lodewijk en Anna, hun liefde, hun huwelijk en haar dood in Franeker.

Vanaf 28 maart kan in de binnenstad van Leeuwarden een Willem Lodewijktocht worden gemaakt: „Ontdek de straten, stegen en gebouwen die nog altijd aan Willem Lodewijk herinneren.” Gidsen van het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL) nemen het voortouw.

In mei bezoeken ruim 2200 leerlingen van groep 7 en 8 van alle basisscholen in de gemeente Leeuwarden het HCL voor „een leerzame avonturentocht met allerlei spelopdrachten.”

De Fryske Akademie en de Rijksuniversiteit Groningen houden op 12 juni in het Leeuwarder stadhuis een symposium over stadhouder Willem Lodewijk.